De dikte ter plaatse van de inleg zegt niet alles. Onderstaande schetsje moge verduidelijken waaróm dat zo is:
Waar het om gaat is, dat de dikte van onder het overgebleven Fichte (of Esdoorn) nog zo'n 1,5 mm bedraagt. De breedte van een inleg is meestal 2 mm, dat is dus de diepte van het inlegkanaal in je bladen. De dikte daar waar de inleg in moet is ongeveer 3,5 - 4 mm.
Meestal maak ik het kanaal een ietsje minder diep dan 2,0 mm omdat je dan de inleg kunt aankloppen tot de aanslag van het kanaal, zodat de inleg er dan ook echt goed in zit. Daarmee wordt voorkomen dat de inleg wel vlak komt met het oppervlak van het blad, maar dat er geen zekerheid is dat de inleg ook helemaal aansluit.
Het hangt er dus in jouw geval vanaf hoe breed je inleg is en of die geheel verdwijnt in het kanaal. Zit de inleg er
geheel in en heb je ter plaatse van de inleg een dikte van 2,5 mm dan is er dus nog 0,5 mm aan materiaal over en da's niet bijster veel!
Als de inleg er nog niet in zit, kun je het inlegkanaal geheel opvullen door er een reepje Fichte of Esdoorn in te lijmen. Daarna óf mechanisch het kanaaltje er weer in frezen op een kleinere diepte óf handmatig aan de slag.