Misschien geinig om hier verslag te doen van mijn ‘onderzoek’ naar de vioolbouw. Ik noem het bewust zo, dan hoeft het resultaat niet een bespeelbare viool te zijn. Het doel is wel om te ervaren wat er allemaal komt kijken bij het ambacht.
Allereerst moest er een werkbank met bankschroef komen. De werkbank maakte ik van tweedehands steigerhout en dikke steigerbuizen op basis van een ontwerpje van internet. Dat was eigenlijk zo gepiept.

Op de foto is versie 1 van de mal te zien. Deze zaagde ik met een ouderwetse handfiguurzaag uit, wat nogal lang duurde. Ik kon er ook niet goed recht mee zagen. Daarom toch maar een versie 2 gemaakt met een tweedehands gevonden figuurzaagmachine. Die bracht weer andere uitdagingen mee, maar de zaagsnede werd wel mooi recht. Voor deze mal gebruikte ik multiplex van een andere plank die ik nog had liggen, maar dat bleek matige kwaliteit. Vanbinnen vol met gaten. Ik had geen zin om nóg een mal te maken.
De vorm van de viool zelf vond ik overigens ergens online. Afgedrukt op dik A3 papier, uitgeknipt en overgetrokken.
Volgende stap: klosjes zagen. Mijn goedkope verstekzaagje bleek niet recht te kunnen zagen. Daarom meteen maar iets goeds aangeschaft: een Japanse trekzaag. Daarna een online spoedcursus recht zagen gevolgd, waarna het al heel wat beter ging. Het vervelende was dat in de mal de hoeken voor de klosjes niet 90 graden zijn maar net wat meer. Dat vergde nog wat aanpassing met de beitel. Dat is overigens ook weer een vak op zich, een beitel hanteren. Met de nerf mee, er tegenin, op de kopse kant, iedere keer werkt het anders.
Enfin, na lange tijd beitelen en vijlen was ik tevreden:

De volgende stap voelde al wat meer als echt vioolbouwen: de klosjes lijmen met beenderlijm. Al snel bleek dat het kookplaatje veel te veel vermogen geeft, de temperatuur schoot omhoog:

Gelukkig bleek de temperatuur met een beetje handigheid goed te reguleren. De geur van dat spul is trouwens wel even wennen.
Nadat de eerste paar klosjes erop werden geklemd, bleken ze scheef te gaan staan:

Belangrijke oorzaak was dat de klosjes toch net niet helemaal recht aansloten op de mal. Geprobeerd dit een beetje te herstellen, maar helemaal perfect kreeg ik het niet.
Nadat de lijm was gedroogd, werd het pas echt leuk: het in vorm snijden van de klosjes. De splinternieuwe guts deed het prachtig – als een mes door de boter:

De hoekklosjes waren natuurlijk het lastigst. Als ik hierna een tweede viool maak, komt er beslist een kant-en-klare mal met overlappende vorm erbij. Ondanks dat ik goed kon zien waar het niet loodrecht was, kreeg ik het niet helemaal goed. Ik wist natuurlijk dat ik hiervoor in een later stadium gestraft zou worden.

Ondertussen was het hout voor de ribben in huis, en probeerde ik de nieuwe Stanley schaaf uit. Dat ging voor geen meter, het ding zette zich iedere keer vast in het hout. Ook met een proefstuk grenenhout ging het niet lekker. De hieropvolgende weken heb ik besteed aan het leren slijpen/wetten van een schaafbeitel, het aanschaffen van een “echte” beitel (Nooitgedacht nr. 4 via Marktplaats) en me verdiepen in het schaven. De Nooitgedacht is een pak beter dan de Stanley, maar ook met deze schaaf kreeg ik geen krullen uit Esdoorn (ook niet van het harde blok voor de hals). Na verder speuren bleek dat Esdoorn gewoon heel lastig hout is. Waarvan akte.

Met de ribben kon ik het probleem oplossen door te gaan schrapen. Uiteraard niet na eerst een spoedcursus schrapen en schrapers slijpen. Dat slijpen is ook weer iets bijzonders... Schrapen duurt langer dan met de schaaf en werkt minder nauwkeurig, maar uiteindelijk had ik de ribben op ongeveer 1mm dikte. E.e.a mede dankzij een oud draadje op dit forum waar ik las dat een schraper krullen moet geven, en geen stof:

Eerder al vond ik op Marktplaats een buigijzer. De vorige eigenaar had deze vermoedelijk rechtstreeks uit China besteld, want het apparaat bleek niet geaard. Dat hebben we eerst maar even opgelost:

Daarna eens wat gespeeld met een proefstukje esdoorn voor de ribben. Zo lang je behoedzaam te werk gaat, en de ribben goed dun maakt, is het geen moeilijke klus.
Bij te dikke ribben of bij haast krijg je dan dit:

Allereerst moest er een werkbank met bankschroef komen. De werkbank maakte ik van tweedehands steigerhout en dikke steigerbuizen op basis van een ontwerpje van internet. Dat was eigenlijk zo gepiept.

Op de foto is versie 1 van de mal te zien. Deze zaagde ik met een ouderwetse handfiguurzaag uit, wat nogal lang duurde. Ik kon er ook niet goed recht mee zagen. Daarom toch maar een versie 2 gemaakt met een tweedehands gevonden figuurzaagmachine. Die bracht weer andere uitdagingen mee, maar de zaagsnede werd wel mooi recht. Voor deze mal gebruikte ik multiplex van een andere plank die ik nog had liggen, maar dat bleek matige kwaliteit. Vanbinnen vol met gaten. Ik had geen zin om nóg een mal te maken.
De vorm van de viool zelf vond ik overigens ergens online. Afgedrukt op dik A3 papier, uitgeknipt en overgetrokken.
Volgende stap: klosjes zagen. Mijn goedkope verstekzaagje bleek niet recht te kunnen zagen. Daarom meteen maar iets goeds aangeschaft: een Japanse trekzaag. Daarna een online spoedcursus recht zagen gevolgd, waarna het al heel wat beter ging. Het vervelende was dat in de mal de hoeken voor de klosjes niet 90 graden zijn maar net wat meer. Dat vergde nog wat aanpassing met de beitel. Dat is overigens ook weer een vak op zich, een beitel hanteren. Met de nerf mee, er tegenin, op de kopse kant, iedere keer werkt het anders.
Enfin, na lange tijd beitelen en vijlen was ik tevreden:

De volgende stap voelde al wat meer als echt vioolbouwen: de klosjes lijmen met beenderlijm. Al snel bleek dat het kookplaatje veel te veel vermogen geeft, de temperatuur schoot omhoog:

Gelukkig bleek de temperatuur met een beetje handigheid goed te reguleren. De geur van dat spul is trouwens wel even wennen.
Nadat de eerste paar klosjes erop werden geklemd, bleken ze scheef te gaan staan:

Belangrijke oorzaak was dat de klosjes toch net niet helemaal recht aansloten op de mal. Geprobeerd dit een beetje te herstellen, maar helemaal perfect kreeg ik het niet.
Nadat de lijm was gedroogd, werd het pas echt leuk: het in vorm snijden van de klosjes. De splinternieuwe guts deed het prachtig – als een mes door de boter:

De hoekklosjes waren natuurlijk het lastigst. Als ik hierna een tweede viool maak, komt er beslist een kant-en-klare mal met overlappende vorm erbij. Ondanks dat ik goed kon zien waar het niet loodrecht was, kreeg ik het niet helemaal goed. Ik wist natuurlijk dat ik hiervoor in een later stadium gestraft zou worden.

Ondertussen was het hout voor de ribben in huis, en probeerde ik de nieuwe Stanley schaaf uit. Dat ging voor geen meter, het ding zette zich iedere keer vast in het hout. Ook met een proefstuk grenenhout ging het niet lekker. De hieropvolgende weken heb ik besteed aan het leren slijpen/wetten van een schaafbeitel, het aanschaffen van een “echte” beitel (Nooitgedacht nr. 4 via Marktplaats) en me verdiepen in het schaven. De Nooitgedacht is een pak beter dan de Stanley, maar ook met deze schaaf kreeg ik geen krullen uit Esdoorn (ook niet van het harde blok voor de hals). Na verder speuren bleek dat Esdoorn gewoon heel lastig hout is. Waarvan akte.

Met de ribben kon ik het probleem oplossen door te gaan schrapen. Uiteraard niet na eerst een spoedcursus schrapen en schrapers slijpen. Dat slijpen is ook weer iets bijzonders... Schrapen duurt langer dan met de schaaf en werkt minder nauwkeurig, maar uiteindelijk had ik de ribben op ongeveer 1mm dikte. E.e.a mede dankzij een oud draadje op dit forum waar ik las dat een schraper krullen moet geven, en geen stof:

Eerder al vond ik op Marktplaats een buigijzer. De vorige eigenaar had deze vermoedelijk rechtstreeks uit China besteld, want het apparaat bleek niet geaard. Dat hebben we eerst maar even opgelost:

Daarna eens wat gespeeld met een proefstukje esdoorn voor de ribben. Zo lang je behoedzaam te werk gaat, en de ribben goed dun maakt, is het geen moeilijke klus.
Bij te dikke ribben of bij haast krijg je dan dit:

Laatst bewerkt:










