Het recht op de eigen mening wil ik hierbij nogmaals onderstrepen. En, zoals het aloude cliché stelt, valt er over smaak nu eenmaal niet te twisten. Het lijkt me prima dat goede violisten op zoek gaan naar onbekende werken, maar het gehak op de bekende werken omdat ze bekend zijn vind ik enigszins storend. Daarbij komt dat ik jeuk krijg bij het eeuwige “iets nieuws moeten zijn” en “iets nieuws moeten brengen”. Als luisteraar is er voor mij maar een ding belangrijk: boeit het mij? Raakt het mij? En als ik Vengerov in Verbier het Brahms vioolconcert hoor en zie spelen blijf ik het boeiend vinden. Want geen enkele live uitvoering is het zelfde. Belangrijk is de uitvoerende. Zo vind ik het vioolconcert van Britten een intrigerend stuk dat me soms diep kan raken, maar de benedenmaatse uitvoering van Dmitry Sitkovetsky in het Concertgebouw onlangs maakte het tot een afgrijselijk stuk.
Uit ervaring weet ik dat bepaalde composities een kans moeten hebben door er vaker naar te luisteren. Achtergrond informatie kan ook bijdragen tot het genieten van de muziek. Maar de vioolconcerten van Spohr en het 5e vioolconcert van Vieuxtemps kunnen mij desondanks niet boeien.
Dat gezegd hebbende sta ik geen stramien van alleen maar bekende werken voor. Variatie in het aanbod is zeker gewenst. Waar ik moeite mee heb is het dogma dat het ijzeren repertoire per definitie negatief is en onbekend heilig. Ik zou zeggen dat de beoordeling in eerste instantie af moet hangen van de uitvoering. Maar nogmaals, ieder het zijne.
Ik bespeur in de opmerking van Vieuxtemps over kinderarbeid en het spelen met barbie poppen een houding die ik vaker ben tegengekomen ten aanzien van kinderen die het uitzonderlijk goed doen op het gebied van met name viool en piano spelen. Daar proef ik een aantal aannames in: 1. dat kinderen tegen hun wil en ter meerdere glorie van hun ouders gedwongen worden zich te bekwamen in het viool- en of pianospel e.d. 2. dat serieus bezig zijn met viool- en pianospelen niet leuk, c.q. niet geschikt is voor kinderen 3. dat kinderen met speelgoed moeten spelen en dat het leerproces vooral leuk moet zijn. Wat nummer 1 betreft: als kinderen, op welke leeftijd dan ook, niet willen of niet geïnspireerd zijn (ja, dat bestaat: kinderen die enthousiast zijn over klassieke muziek) is het onmogelijk om ze op een hoog niveau te brengen, of überhaupt op enig niveau, hoe ambitieus de ouders ook mogen zijn. Aangaande nummer 2: uit eigen ervaring weet ik dat kinderen, ook op jonge leeftijd, in de ban kunnen raken van de viool of de piano en daar zonder dwang heel serieus mee bezig zijn. Nummer 3 is pure nonsens. Vorengaande is mooi verbeeld in de anekdote over het jongetje waaraan gevraagd werd of hij vioolspelen nog steeds leuk vond. De wedervraag van de begeleidende ouder was: had u ook gevraagd of hij het nog steeds leuk vindt als hij op voetbal had gezeten?
Het is niet te voorspellen hoe zo’ n kind zich zal ontwikkelen en of zij het tot een groot musicus of solist zal brengen. Maar zelfs als zij niet verder gaat met de viool, door het beoefenen van muziek op dat niveau krijgt zij mentale vaardigheden en discipline die haar in een verdere loopbaan of studie een streepje voor geven. En dan spreek ik niet eens over de ervaring die ze heeft gekregen om op dat podium en in die setting voor een groot publiek te mogen spelen.
Uit ervaring weet ik dat bepaalde composities een kans moeten hebben door er vaker naar te luisteren. Achtergrond informatie kan ook bijdragen tot het genieten van de muziek. Maar de vioolconcerten van Spohr en het 5e vioolconcert van Vieuxtemps kunnen mij desondanks niet boeien.
Dat gezegd hebbende sta ik geen stramien van alleen maar bekende werken voor. Variatie in het aanbod is zeker gewenst. Waar ik moeite mee heb is het dogma dat het ijzeren repertoire per definitie negatief is en onbekend heilig. Ik zou zeggen dat de beoordeling in eerste instantie af moet hangen van de uitvoering. Maar nogmaals, ieder het zijne.
Ik bespeur in de opmerking van Vieuxtemps over kinderarbeid en het spelen met barbie poppen een houding die ik vaker ben tegengekomen ten aanzien van kinderen die het uitzonderlijk goed doen op het gebied van met name viool en piano spelen. Daar proef ik een aantal aannames in: 1. dat kinderen tegen hun wil en ter meerdere glorie van hun ouders gedwongen worden zich te bekwamen in het viool- en of pianospel e.d. 2. dat serieus bezig zijn met viool- en pianospelen niet leuk, c.q. niet geschikt is voor kinderen 3. dat kinderen met speelgoed moeten spelen en dat het leerproces vooral leuk moet zijn. Wat nummer 1 betreft: als kinderen, op welke leeftijd dan ook, niet willen of niet geïnspireerd zijn (ja, dat bestaat: kinderen die enthousiast zijn over klassieke muziek) is het onmogelijk om ze op een hoog niveau te brengen, of überhaupt op enig niveau, hoe ambitieus de ouders ook mogen zijn. Aangaande nummer 2: uit eigen ervaring weet ik dat kinderen, ook op jonge leeftijd, in de ban kunnen raken van de viool of de piano en daar zonder dwang heel serieus mee bezig zijn. Nummer 3 is pure nonsens. Vorengaande is mooi verbeeld in de anekdote over het jongetje waaraan gevraagd werd of hij vioolspelen nog steeds leuk vond. De wedervraag van de begeleidende ouder was: had u ook gevraagd of hij het nog steeds leuk vindt als hij op voetbal had gezeten?
Het is niet te voorspellen hoe zo’ n kind zich zal ontwikkelen en of zij het tot een groot musicus of solist zal brengen. Maar zelfs als zij niet verder gaat met de viool, door het beoefenen van muziek op dat niveau krijgt zij mentale vaardigheden en discipline die haar in een verdere loopbaan of studie een streepje voor geven. En dan spreek ik niet eens over de ervaring die ze heeft gekregen om op dat podium en in die setting voor een groot publiek te mogen spelen.