Bijzonder bedankt voor alle reacties. Ter toelichting op mijn belangstelling voor dit onderwerp nog het volgende.
Het overgrote deel van mijn strijkend leven heb ik mij nooit druk hoeven maken over zaken als kinhouders en schoudersteunen, want mijn viool 'zat' als een huis. Maar sinds een jaar of tien heb ik in toenemende mate last van het scheefgroeien van mijn ruggengraat. Trefwoord 'scoliose'. Met als voornaamste gevolg dat het steeds moeilijker (en moeizamer) wordt de viool stabiel in de juiste positie te houden. Ik heb het tij nog een tijdje kunnen keren door het gebruik van een Bonmusica schoudersteun, maar gelet op het progressieve verloop van scoliose is het effect van deze steun inmiddels goeddeels uitgewerkt. En dus ben ik vaker bezig mijn viool te proberen vast te houden dan met wat componisten hebben bedacht.
Een tweede benadering betrof het verminderen van de dagelijkse speeltijd, want daar is nog maar dertig tot hooguit veertig minuten van over. Dus technische en strijkoefeningen, toonladders en etudes gingen overboord. Het dagelijks menu omvat tegenwoordig niet meer dan (zonder herhaling) het laatste deel uit de solosonate in G klein van Bach ten einde de vingers los te maken en vervolgens het stuk waaraan ik werk.
Mijn echtgenote, die in termen van muziek maken nooit verder is gekomen dan de aanschaf van een blokfluit ten behoeve van de muzieklessen op de Kweekschool, adviseerde mij, na de hiervoor geschetste 'Werdegang' van nabij te hebben meegemaakt, vervolgens 'dat ding dan op je andere schouder te leggen' en als dat niet werkt, gewoon op te houden. Maar als er iets is dat ik in 42 jaar getrouwd zijn wel heb geleerd, is niet overal meer op te reageren. En met betrekking tot het tweede advies volsta ik met de vaststelling dat ik soms nogal eigenzinnig kan zijn. Dat is overigens iets anders dan eigenwijs, maar dit terzijde.
Vervolgens ontwikkelde ik de, waarschijnlijk uitermate onwetenschappelijke, gedachte dat ik bij het gebruik van een Flesch kinhouder min of meer gedwongen wordt tot een andere 'vioolhouding' ten opzichte van nu. Want het lijkt mij dat de viool dan vanzelf (en voor een groter deel) op de schouder terecht komt. Een veronderstelling die ik ook meen te bespeuren in de bijdrage van Zapling. En dus denk ik ernstig na over de aanschaf van een Flesch kinhouder. Een verhoogde kinhouder, dat wel. Als mijn zoektocht wat oplevert, meld ik mij weer.
Ik ben overigens de trotse bezitter van een foto van Carl Flesch. Een foto met opdracht. Niet aan mij uiteraard, want ik was er op 9 september 1925 nog niet. Maar ik zie op die foto niets dat wijst op een vreemde kin. Wel een kuiltje in de kin.
Of Carl Flesch (Ere) Doctor was, weet ik niet. Maar hij was in ieder geval 'Herr Professor', want dat predicaat valt je ten deel als je, zoals in dit geval, docent was aan de Berliner Hochschule. De cellist Feuermann was dit, in Wenen, overigens al op zijn zestiende.
Ronald