Klingsor,
Ik weet niet goed hoe ik je vraag moet interpreteren, maar laat ik er het volgende over zeggen:
wanneer je bepaalde streken wilt toepassen, is dat afhankelijk van je eigen interpretatie van een muziekstuk om een bepaald effect te bewerkstelligen. Je moet daarom wel weten hoe je staccato, saltato, legato, portato en bepaalde accenten etc. moet spelen. Evenzo maakt het voor de gewenste klemtoon uit of je afstreek of opstreek speelt. Idem aan de slof, in het midden of juist aan de punt. Die informatie laat zich niet simpelweg voorschrijven, die moet je in de meeste gevallen verwerven via je docent(e) zodat je aanleert wat het effect ervan is en hoe te gebruiken.
Aan de andere kant kun je als orkestlid gebonden zijn aan de interpretatie van de dirigent. En binnen orkestverband worden streken vaak met de concertmeester en dirigent doorgenomen en daarna naar de andere strijkersgroepen gedistribueerd, die dan geacht worden de streken over te nemen op hun partijen. De handreikingen komen in dit geval dus van de dirigent.
Een goed leerboek waarin de tips ‘ingebakken’ zitten is in dit verband meestal ook een goed lesboek aangeschaft op initiatief van je docent(e).
Weet wel dat de beheersing van een goede streektechniek jarenlange oefening vereist. Men kan het zich eindeloos moeilijk maken en mogelijkerwijs de caprices voor vioolsolo van Nicolo Paganini onde de knie zien te krijgen.
Ik hoop dat mijn reactie je vragen een beetje beantwoord.