Kennelijk speelt een enkeling de voorgeschreven streek maar de meerderheid niet. Dus is de vraag of die voorgeschreven streek ook is bedoeld door Paganini. De authenticiteit van bronnen uit het verleden is soms een beetje problematisch. En dan gaat het niet zozeer alleen over de caprices van Paganini, maar ook over bijvoorbeeld strijkinstrumenten, schilderijen, papyri, fragmenten van Dode Zee-rollen en sarcofagen. De introductie van Röntgenstralen bij het onderzoek naar de inhoud van sarcofagen heeft soms tot verrassende ontdekkingen geleid
Een tweede opmerking raakt aan het feit dat componisten in de autograaf soms ook ongewild fouten introduceren. En als dan de eerste uitgever van de caprices, Ricordi, daar dan eigen fouten aan toevoegt, zijn de rapen helemaal gaar. En het wordt nog onoverzichtelijker als latere ‘bewerkers’ zich weer baseren op hun voorgangers. Ferdinand David (verantwoordelijk voor een deel van de solopartij van het vioolconcert van Mendelssohn) was een aardig voorbeeld. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat Paganini nooit een drukproef onder ogen kreeg. Hij was er overigens nooit, zijn tijd verdelend tussen concertreizen en een paar zusters van Napoleon. En misschien had het geholpen als hij de caprices op zijn programma's had gezet, maar hij heeft ze in het openbaar nooit zelf uitgevoerd. Maar laten wij het er op houden dat het saltato inderdaad uit de koker van Paganini komt.
Gelukkig hebben wij tegenwoordig het fenomeen ‘Urtext’. Gesteund door een grote wetenschappelijke staf heeft dat in het geval van Bach en Telemann kennelijk prima gewerkt. Maar als ik in aanmerking neem dat er van de caprices van Paganini op dit moment minstens zes Urtext-uitgaven bestaan, vraag ik mij af of die allemaal resulteren in hetzelfde ‘identische’ notenbeeld. Want er is immers maar één ‘Urtext’, namelijk DE Urtext.
Ten einde aan mijn bijdrage nog enige schijn van toegevoegde waarde toe te kennen, ben ik zelf ook maar in wat uitvoeringen van de caprice nr. 5 gedoken. Wetenschappelijke pretentie heeft het niet, want dan zou ik alle beschikbare uitvoeringen moeten beluisteren. Die heb ik ten eerste niet en daarbij moet ik er niet aan denken uren dan wel dagen achtereen naar hetzelfde riedeltje te moeten luisteren. Dus heb ik maar ‘at random’ wat uitvoeringen er bij gepakt. In alfabetische volgorde: Salvatore Accardo (1977), Ivan Kawaciuk (1956-1958), Michael Rabin (1950 & 1958), Ruggiero Ricci (1959), Tossy Spiwakovsky (1966) en Victor Pikaizen (1967). Nee, geen Vengerov en geen Perlman, want die zijn al een poos geleden van mijn plank verdwenen. Ricci heeft de caprices talloos veel malen opgenomen, maar ik heb mij maar beperkt tot de beroemde/beruchte opname voor DECCA. Het resultaat van al dat geluister is dat op éen violist na, geen mens zich houdt aan het ‘voorgeschreven’ saltato. En die ene violist is Victor Pikaizen. Ik heb geen idee waarom de rest er maar wat op los strijkt, anders dan dat op deze wijze sneller kan worden gespeeld. Want de voorgeschreven speelwijze (tweemaal drie gebonden nootjes plus een losse respectievelijk tweemaal vier gebonden noten), kent een beperking waar het de snelheid betreft. Simpelweg door die springende speelwijze waarvan de snelheid niet ongelimiteerd kan worden opgevoerd.
Nog wat kanttekeningen bij de eerder in je bijdrage vermelde voorbeelden. Sumina Studer speelt inderdaad deels het saltato, maar niet consequent volgehouden. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat in de caprice enige malen sprake is van een snaarwisseling waarbij een snaar wordt overgeslagen. Bij voorbeeld van de A- naar de G-snaar. En dat is bij dat saltato-gehuppel wat lastig, dus ga je daar maar pragmatisch mee om. Overigens houdt Elly Suh het wel vol. Ik verwijs naar YouTube. Het ziet er wel wat tegendraads uit, om eerlijk te zijn.
Waar ik het helaas mee oneens ben is het ‘wegzetten’ van Leonidas Kavakos. Ja, hij speelt het agitato snel. Maar de hiervoor genoemde Ricci-opname is nog sneller. Het is Kavakos voorts niet te verwijten dat iemand een zesderangs videootje van hem op YouTube zet. En het is op zijn minst aanmatigend hem nog op les te sturen. De viooltechniek is in de breedte nog nooit zo perfect geweest. En toch houd je altijd nog instrumentalisten over die daar nog bovenuit stijgen. En daar is Kavakos er een van. Maar mogelijk heb ik een ironiewaarschuwing van een kenner gemist.