Maurien Bart
Maurien Bart
3 weken geleden heb ik voor €100,- een volledig uit elkaar liggende viool gekocht om te kijken of ik vioolspelen leuk vind, verschillende mankementen vertoonde de viool o.a. dat mijn stapel was omgevallen.
Ik (elektromonteur) heb een mooi stukje op maat gezaagde steel van een penseel zelf terug gezet via de f-gaten middels 2 ijzerdraadjes in een soort rietje (0,6 mm PA-liner).
De originele stapel bleef maar omvallen.
De ideale plaats van de stapel lijkt mij precies lood recht/ haaks onder de rechter kamvoet en dus bleek de originele te kort te zijn (mits die kam op de goede plaats zit).
De stapel is de ziel van de viool die het geluid van de snaar/ strijkstok naar het onderblad transporteert. Het onderblad lijkt mij als een soort trommel vel te functioneren voor de zwaardere klanken.
Hierdoor is er een vraag bij mij gaan broeden:
De hoge tonen verplaatsen zich beter door hard of klein materiaal, lage tonen worden beter versterkt door grote oppervlakten. waarom zit de stapel dan niet onder de G snaar en de zangbalk onder de E snaar. Speelde de 1e vioolbouwers misschien linkshandig en lagen de snaren misschien in omgekeerde volgorde?
Nog 3 kleine vraagjes:
-De plaatsing van de zelf op maat gemaakte kam heb ik tussen de 2 binnenste streepjes van de f-gaten gedaan waarbij de hoek van de kam boven en onder t.o.v. de snaren gelijk is is dat correct?
- Waarom is de originele stapel zomaar een recht stukje hout?
mij lijkt het beter dat die in het midden dikker is zodat de lage frequentie meer vrijheid heeft van transport naar het onderblad.
- Ik begreep dat de nerf van de stapel ook invloed heeft op het geluid, als dat soort kleine details effect hebben op het geluid waarom ziet mijn oude stapel er dan zo gehavend uit? (lelijke indrukkingen van bevestigingsmateriaal en scheurtjes)
Groetjes,
Maurien Bart
ps. ondertussen ben ik nog maar bij les 6 van speel viool lesboek (weet nog maar net de b op de a snaar te vinden) en ben dus echt volledig nieuw in deze materie.
Ik (elektromonteur) heb een mooi stukje op maat gezaagde steel van een penseel zelf terug gezet via de f-gaten middels 2 ijzerdraadjes in een soort rietje (0,6 mm PA-liner).
De originele stapel bleef maar omvallen.
De ideale plaats van de stapel lijkt mij precies lood recht/ haaks onder de rechter kamvoet en dus bleek de originele te kort te zijn (mits die kam op de goede plaats zit).
De stapel is de ziel van de viool die het geluid van de snaar/ strijkstok naar het onderblad transporteert. Het onderblad lijkt mij als een soort trommel vel te functioneren voor de zwaardere klanken.
Hierdoor is er een vraag bij mij gaan broeden:
De hoge tonen verplaatsen zich beter door hard of klein materiaal, lage tonen worden beter versterkt door grote oppervlakten. waarom zit de stapel dan niet onder de G snaar en de zangbalk onder de E snaar. Speelde de 1e vioolbouwers misschien linkshandig en lagen de snaren misschien in omgekeerde volgorde?
Nog 3 kleine vraagjes:
-De plaatsing van de zelf op maat gemaakte kam heb ik tussen de 2 binnenste streepjes van de f-gaten gedaan waarbij de hoek van de kam boven en onder t.o.v. de snaren gelijk is is dat correct?
- Waarom is de originele stapel zomaar een recht stukje hout?
mij lijkt het beter dat die in het midden dikker is zodat de lage frequentie meer vrijheid heeft van transport naar het onderblad.
- Ik begreep dat de nerf van de stapel ook invloed heeft op het geluid, als dat soort kleine details effect hebben op het geluid waarom ziet mijn oude stapel er dan zo gehavend uit? (lelijke indrukkingen van bevestigingsmateriaal en scheurtjes)
Groetjes,
Maurien Bart
ps. ondertussen ben ik nog maar bij les 6 van speel viool lesboek (weet nog maar net de b op de a snaar te vinden) en ben dus echt volledig nieuw in deze materie.