Ik wil niet uitsluiten dat de wellicht wat korzelige toon in het onderstaande oorzaak vindt in het feit dat ik van de laatste twee maanden er ongeveer een in ziekenhuizen heb doorgebracht. Zelfs in de intensive care zonder Corona.
Maar goed, vanwaar die korzeligheid? Heel simpel. Je bespeelt een instrument omdat je dat leuk vindt. Een van de aspecten die dat extra boeiend maakt is het feit van de noodzaak van steeds nieuw repertoire. Bij mij kwam dat neer op, jaren vijftig en zestig in de vorige eeuw, een regelmatig bezoek aan de bladmuziekbibliotheek van de gemeente Den Haag. Een gekmakend grote afdeling. Met van die leuke ontdekkingen want ik was sinds 1927 de eerste die weer eens de concertsuite van Tanejev had geleend. Maar samenvattend: je moet er met je luie lichaam zelf achteraan. En ik krijg de indruk dat hier een leerkracht iets vraagt in de trant van kom eens met een suggestie en dat de leerling evenwel niet verder komt dan het probleem bij anderen te leggen. Voor de goede orde: er is niets tegen door derden te worden geholpen maar tot welke suggesties/ontdekkingen ben je voordien zelf gekomen? Eigener beweging, bedoel ik.
Ik heb geen idee van het technisch niveau waarop je speelt. Voor een , neem ik aan, amateur ook niet zo'n punt. En dientengevolge van mijn kant een warm pleidooi - en niet alleen ten aanzien van de Vlaamse leden van deze groep- voor één van mijn lievelingsstukken, namelijk de sonate van Guillaume Lekeu. Lang geleden al op de plaat gezet door zowel Grumiaux als Christian Ferras. Probeer er, net als de sonates van Franck en Grieg, delen uit. Alles gaat toch niet lukken. Hetzelfde geldt de eerste twee sonates van Brahms en de sonates van Dvorak. Voorts hebben zowel Dvorak als Schumann de nodige dankbare stukken voor viool en piano en viool op hun geweten.
En dan is er ook nog het toegiftenrepertoire. Dus Kreisler (dus inclusief de historische falsificaties), de Sarasate en Wieniawski (de redelijk speelbare stukken), Mendelssohn, Fauré, Elgar, Chaminade, de Falla, Sibelius en Strawinsky (Russisch lied).
Een aardig stuk is ook nog de romance van Svendsen. Daarbij heeft Vieuxtemps naast erg veel bewerkelijke stukken, ook nog het nodig bijgedragen aan het salon-repertoire.
ik kan hier helaas nergens op terugvallen met als beperking alleen mijn geheugen.