In het boek van Tony Faber las ik het volgende:
Klankgaten: vorm is functioneel: Er is een soort opening nodig waaruit het geluid kan ontsnappen, maar het midden van het bovenblad moet intact blijven om de kam te steunen, vandaar de plaatsing van de gaten aan de zijkanten. Ze zijn zo smal om zo min mogelijk nerven van het sparrenhout weg te hoeven halen – wat ook heel belangrijk is voor de sterkte van het voorblad – en de bogen die aan het eind cirkels worden, verhinderen dat er splijtingen ontstaan. Ten slotte plaatst de buitenboog in de benedenhoeken de onderste pinakels in dood hout, waardoor geen potentiële versterkingsbron wordt verspild, terwijl de gaten door de smalle taille van de viool gedwongen worden om naar binnen te draaien aan de boveneinden.
Eigenlijk begrijp ik het deel over de onderste pinakels die in dood hout geplaatst worden niet echt... Versterken die dode deeltjes dan meer? Zou iemand dit eens kunnen uitleggen?
bedankt!
Klankgaten: vorm is functioneel: Er is een soort opening nodig waaruit het geluid kan ontsnappen, maar het midden van het bovenblad moet intact blijven om de kam te steunen, vandaar de plaatsing van de gaten aan de zijkanten. Ze zijn zo smal om zo min mogelijk nerven van het sparrenhout weg te hoeven halen – wat ook heel belangrijk is voor de sterkte van het voorblad – en de bogen die aan het eind cirkels worden, verhinderen dat er splijtingen ontstaan. Ten slotte plaatst de buitenboog in de benedenhoeken de onderste pinakels in dood hout, waardoor geen potentiële versterkingsbron wordt verspild, terwijl de gaten door de smalle taille van de viool gedwongen worden om naar binnen te draaien aan de boveneinden.
Eigenlijk begrijp ik het deel over de onderste pinakels die in dood hout geplaatst worden niet echt... Versterken die dode deeltjes dan meer? Zou iemand dit eens kunnen uitleggen?
