Ik weet het niet bondiger te zeggen, maar wat ik bedoel is dit:
Een kleinere maat altviool kan net zo groot zijn als een viool, maar is toch dikker.
Dan lijkt het erop dat de inhoud van de klankkast, het volume, nodig is om de lagere tonen te laten klinken.
Zou zo doorredenerend een 3/4 cello dan niet dikker moeten zijn, een diepere kast moeten hebben, dan een 4/4?
De paar 1/8 fabrieksviooltjes die ik heb vastgehouden, hadden allemaal als makke, dat ze niet tot klinken te brengen waren. Dat leek me te wijten aan het feit dat de bladen te dik waren voor het geringe oppervlak, om aan trillen toe te komen.
Kun je dan zeggen dat de enige limiet aan de dikte van een bovenblad zijn sterkte is? Met andere woorden moet je voor een optimale klank niet op zoek gaan naar het punt waarop het blad nog net bestand is tegen de krachten die erop inwerken? Want hoe dunner hoe soepeler.
De C-snaar van een cello slaat zichtbaar meer uit bij trilling dan de veel hogere A-snaar. Ligt dit aan de toon of is het meer gerelateerd aan de dikte van de snaar. of aan de lagere snaarspanning?
Met andere woorden: als je een omwikkeling zou kunnen maken die zwaarder is dan goud, slaat de snaar dan minder uit?
Dit zijn allemaal vragen die in me opkomen als ik puzzel over welke maat ik zal geven aan mijn nog te bouwen piccolo cello.
Wie weet mij begrijpelijk uit te leggen wat waarop invloed heeft?
Een kleinere maat altviool kan net zo groot zijn als een viool, maar is toch dikker.
Dan lijkt het erop dat de inhoud van de klankkast, het volume, nodig is om de lagere tonen te laten klinken.
Zou zo doorredenerend een 3/4 cello dan niet dikker moeten zijn, een diepere kast moeten hebben, dan een 4/4?
De paar 1/8 fabrieksviooltjes die ik heb vastgehouden, hadden allemaal als makke, dat ze niet tot klinken te brengen waren. Dat leek me te wijten aan het feit dat de bladen te dik waren voor het geringe oppervlak, om aan trillen toe te komen.
Kun je dan zeggen dat de enige limiet aan de dikte van een bovenblad zijn sterkte is? Met andere woorden moet je voor een optimale klank niet op zoek gaan naar het punt waarop het blad nog net bestand is tegen de krachten die erop inwerken? Want hoe dunner hoe soepeler.
De C-snaar van een cello slaat zichtbaar meer uit bij trilling dan de veel hogere A-snaar. Ligt dit aan de toon of is het meer gerelateerd aan de dikte van de snaar. of aan de lagere snaarspanning?
Met andere woorden: als je een omwikkeling zou kunnen maken die zwaarder is dan goud, slaat de snaar dan minder uit?
Dit zijn allemaal vragen die in me opkomen als ik puzzel over welke maat ik zal geven aan mijn nog te bouwen piccolo cello.
Wie weet mij begrijpelijk uit te leggen wat waarop invloed heeft?