MathiasB zei:
Natuurlijk, maar je moet proberen om gradueel op te bouwen. Je moet niet plots met Tchaikovsky beginnen als je geen bagage van andere concerti aan boord hebt.
Maar met internet ernaast kan je uit zo één enkele concerto (die je zelfs niet hoeft af te werken) heel veel bijleren.
Ofschoon het natuurlijk iedereen vrij staat om voor mijn part het vioolconcert van Reger of, nog erger, dat van Penderecki op de lessenaar te zetten, vraag ik mij af wat je daarmee denkt te bereiken.
De techniek die je nodig hebt om de echt veeleisende werken uit het 'grote' repertoire te kunnen spelen, denk naast Tchaikovsky ook maar aan Brahms-Sibelius en Glazunov, bouw je op in je jeugd. In een violistenland als Rusland zelfs nog veel jonger dan hier, waar je namelijk ook nog wordt verondersteld eerst de middelbare school te hebben afgerond. En dan bedoel ik met vioolstudie beslist niet een uurtje per dag, maar minstens vijf tot acht uur. Kogan vond zelfs dat zijn leerlingen best naar tien uur konden streven. Dat had hij zelf ook als leerling moeten doen :/
De combinatie van 'jonge' vingers, een pre-puberale mentale instelling en heel veel studie stelt je in staat rond je achttiende jaar te beschikken over een solide techniek. Met een solide techniek bedoel ik een vorm van gereedschap waarover je niet meer hoeft na te denken en die je in staat stelt de aandacht uitsluitend te richten op de inhoud van het stuk.
Als, met alle respect, een amateur zonder die techniek bijvoorbeeld het vijfde concert van Vieuxtemps (of de vier voorafgaande) op de lessenaar zet, is het verleidelijk de cantines te spelen. Maar als het dan moeilijk wordt, en dat wordt het al gauw - denk maar eens aan de opgaande triolen in dubbelgrepen, dan gaat het niet meer. Simpelweg omdat de techniek tekort schiet. En blijft schieten want oefenen helpt echt niet meer. Ondanks veel oefenen leg je op je zestigste jaar ook nooit meer de honderd meter binnen de tien seconden af
Er zijn overigens heus wel concerten die TECHNISCH binnen het bereik van de geoefende amateur vallen. Bach, Haydn, Mozart, sommige vioolconcerten van Rode, Viotti en Kreutzer. De muziek van de laatste drie is aanmerkelijk meer de moeite waard dan wordt gedacht. En voor de echt moedigen desnoods De Bériot. Of, met enige schroom, Spohr. Met grote schroom, dit herlezend. Maar dan heb ik het over techniek. Want als de aandacht volledig opgaat aan intonatie, frasering en stokvoering (en de dubbelgrepen bij De Bériot), blijft er voor de inhoud van een stuk weinig over. Wat ik overigens 'inhoud' noem gaat bij anderen als 'interpretatie' door het leven. Een woord waar ik in de loop der jaren een grote weerzin tegen heb onwikkeld :lol:
Iemand anders in deze groep, ik geloof Liuwe, kwam met een veel beter advies: zoek een pianopartner en begin aan sonates. Mozart, Beethoven (ik zou even wachten met de Kreutzer-sonate) en de sonatines van Schubert. Je kunt er jaren op vooruit. Blader eens door de 'Hohe Schule des Violinspiels, geredigeerd door Ferdinand David. En sla dan gerust Locatelli over of die pastische op Vitali. En dan zijn we er nog niet, want Grieg schreef drie schitterende sonates. En die van Mendelssohn zijn ook leuk maar ik hoop dat de pianist dat ook vindt

Vervolgens zijn Schumann en Brahms nog een stapje hoger, maar je weet maar nooit .......................

Overigens zijn bij de laatsten de problemen niet zozeer technisch (behoudens dan de derde sonate van Brahms), als wel samenhangend met de toonvorming. Nog los van het feit dat Schumann uitermate onviolistisch componeerde. Wat wil je, een pianist
Ronald