hminkema
♫
Het is gemakkelijk schamperen over de muziekinstrumenten die bij bosjes uit China (of andere Oost-Aziatische landen) naar het westen worden verscheept. Sommigen lijken er behagen in te scheppen al die 'speelgoedviolen' te betitelen als 'brandhout'. En eerlijk is eerlijk, een aanzienlijk deel van de verscheepte goederen moet niet hoog worden aangeslagen als serieus instrument. Die hebben ook helemaal die pretentie niet. Wel is er een markt voor: wie slechts 200 euro wil neerleggen voor een studieviool, verwacht nu eenmaal geen apparaat waar je de rest van je leven op speelt.
De vraag is of dit imago van 'Chinese instrumenten' als goedkope dingetjes in het laagste segment niet tegelijk onrecht doet aan de waardevollere instrumenten die óók uit China komen.
Ook is de vraag of het onderwerp 'Chinese violen' niet zoveel sentimenten oproept dat een zakelijke discussie over de kwaliteit bij voorbaat al gedoemd is te mislukken. Het staat buiten kijf dat de economische draak China een enorme speler op de markt is en nog veel meer gaat worden. De Chinese prijsstelling is moordend voor de westerse concurrenten, en ik snap heel goed dat mensen die van instrumentenbouw en -verkoop moeten leven, met stevige anti-gevoelens kijken naar die draak.
Maar wat betekent het voor de consument? Die kan slechter uit zijn als hij genoegen neemt met mindere kwaliteit (voor een verleidelijke prijs) terwijl hij voor het dubbele bedrag het tienvoudige aan speelplezier en muzikaal genot zou hebben gehad. Maar ook dan blijft het de afweging van die consument. En de consument kan natuurlijk een stuk beter uit zijn, als hij voor hetzelfde geld een veel beter instrument uit China kan betrekken dan bij Europese bouwers. Of voor veel minder geld een gelijkwaardig instrument.
Ik ben oud genoeg om me te herinneren hoe dat liep op de gitaarmarkt, waar Japan in de jaren zestig louter matige tot slechte kopieën van westerse instrumenten inbracht. Tot ze halverwege en eind jaren zeventig veel kwaliteitsbewuster gingen produceren, en er Japanse instrumenten kwamen die zich duidelijk konden meten met hun westerse evenknieën - in kwaliteit, en steeds meer ook in prijs. Dat heeft te maken met de hogere levensstandaard in Japan vergeleken met China. Inmiddels heeft 'Made in Japan' een absoluut gunstige connotatie op de gitaarmarkt, en komen uit China hoofdzakelijk goedkope gitaren. Maar ook die goedkope Chinese gitaren zijn van een heel behoorlijk niveau, en lijken maar weinig op de goedkope kopietjes die Japan aanvankelijk op de gitaarmarkt bracht. China pakt het meteen goed aan, kwaliteitsbewust. Ongetwijfeld zien we China over tien jaar ook in het betere middensegment gitaren.
Wat de strijkinstrumenten betreft, lijkt het er op dat China al in dat betere middensegment is terechtgekomen. Maar krijgt de kwaliteit van die betere instrumenten een eerlijk onthaal? Hopelijk vindt de westerse vioolbouw onder de Chinese druk een manier om een vooraanstaande marktspeler te blijven, wellicht koersend op kwaliteit en op innovatie. Maar ja, innovatie? In een sector waar traditie en conservering belangrijker zijn dan moderniteiten, is innovatie geen toverwoord.
Wat wel kan, is de markt vergroten. Was vioolspelen of cellospelen ooit voorbehouden aan de elite, tegenwoordig kan - financieel gesproken - iederéén 'een beetje' vioolspelen, of althans een poging in die richting ondernemen. Een grotere markt is ook gunstig voor Europese instrumentbouwers, zowel op het gebied van onderhoud en reparatie, als voor de afzetmogelijkheden van de handgebouwde betere instrumenten voor mensen die méér willen. Dat betekent dat er ook reclame gemaakt moet worden voor het spelen op strijkinstrumenten - en waarom zou de sector dat niet doen?
Ik zie geen heil in het continu en generaal negatief bejegenen van Chinese instrumenten. China is een land van massaproductie, maar ook van een lange muziekcultuur en expertise in handgebouwde instrumenten, het gebruik van goede houtsoorten etc. Het land heeft gewoon veel potentie voor de betere instrumenten. De afzet daarvan is niet tegen te houden, en zal de prijzen in het westen best onder druk zetten. Aan de Europese vioolbouwers de taak te bewijzen dat ze hun prijsniveau waard zijn. Dat vereist vakwerk en een goede relatie met de klanten, liever geen gemakkelijke negatieve retoriek.
De vraag is of dit imago van 'Chinese instrumenten' als goedkope dingetjes in het laagste segment niet tegelijk onrecht doet aan de waardevollere instrumenten die óók uit China komen.
Ook is de vraag of het onderwerp 'Chinese violen' niet zoveel sentimenten oproept dat een zakelijke discussie over de kwaliteit bij voorbaat al gedoemd is te mislukken. Het staat buiten kijf dat de economische draak China een enorme speler op de markt is en nog veel meer gaat worden. De Chinese prijsstelling is moordend voor de westerse concurrenten, en ik snap heel goed dat mensen die van instrumentenbouw en -verkoop moeten leven, met stevige anti-gevoelens kijken naar die draak.
Maar wat betekent het voor de consument? Die kan slechter uit zijn als hij genoegen neemt met mindere kwaliteit (voor een verleidelijke prijs) terwijl hij voor het dubbele bedrag het tienvoudige aan speelplezier en muzikaal genot zou hebben gehad. Maar ook dan blijft het de afweging van die consument. En de consument kan natuurlijk een stuk beter uit zijn, als hij voor hetzelfde geld een veel beter instrument uit China kan betrekken dan bij Europese bouwers. Of voor veel minder geld een gelijkwaardig instrument.
Ik ben oud genoeg om me te herinneren hoe dat liep op de gitaarmarkt, waar Japan in de jaren zestig louter matige tot slechte kopieën van westerse instrumenten inbracht. Tot ze halverwege en eind jaren zeventig veel kwaliteitsbewuster gingen produceren, en er Japanse instrumenten kwamen die zich duidelijk konden meten met hun westerse evenknieën - in kwaliteit, en steeds meer ook in prijs. Dat heeft te maken met de hogere levensstandaard in Japan vergeleken met China. Inmiddels heeft 'Made in Japan' een absoluut gunstige connotatie op de gitaarmarkt, en komen uit China hoofdzakelijk goedkope gitaren. Maar ook die goedkope Chinese gitaren zijn van een heel behoorlijk niveau, en lijken maar weinig op de goedkope kopietjes die Japan aanvankelijk op de gitaarmarkt bracht. China pakt het meteen goed aan, kwaliteitsbewust. Ongetwijfeld zien we China over tien jaar ook in het betere middensegment gitaren.
Wat de strijkinstrumenten betreft, lijkt het er op dat China al in dat betere middensegment is terechtgekomen. Maar krijgt de kwaliteit van die betere instrumenten een eerlijk onthaal? Hopelijk vindt de westerse vioolbouw onder de Chinese druk een manier om een vooraanstaande marktspeler te blijven, wellicht koersend op kwaliteit en op innovatie. Maar ja, innovatie? In een sector waar traditie en conservering belangrijker zijn dan moderniteiten, is innovatie geen toverwoord.
Wat wel kan, is de markt vergroten. Was vioolspelen of cellospelen ooit voorbehouden aan de elite, tegenwoordig kan - financieel gesproken - iederéén 'een beetje' vioolspelen, of althans een poging in die richting ondernemen. Een grotere markt is ook gunstig voor Europese instrumentbouwers, zowel op het gebied van onderhoud en reparatie, als voor de afzetmogelijkheden van de handgebouwde betere instrumenten voor mensen die méér willen. Dat betekent dat er ook reclame gemaakt moet worden voor het spelen op strijkinstrumenten - en waarom zou de sector dat niet doen?
Ik zie geen heil in het continu en generaal negatief bejegenen van Chinese instrumenten. China is een land van massaproductie, maar ook van een lange muziekcultuur en expertise in handgebouwde instrumenten, het gebruik van goede houtsoorten etc. Het land heeft gewoon veel potentie voor de betere instrumenten. De afzet daarvan is niet tegen te houden, en zal de prijzen in het westen best onder druk zetten. Aan de Europese vioolbouwers de taak te bewijzen dat ze hun prijsniveau waard zijn. Dat vereist vakwerk en een goede relatie met de klanten, liever geen gemakkelijke negatieve retoriek.