Mij intrigeert wat bijvoorbeeld kennis van allerlei toonladders nu werkelijk bijdraagt aan mooier musiceren.
Als je de naam van de toonladder niet zou weten, maar je hoort wel en hebt wel gevoel voor de tonen die bijelkaar horen en de overgangen naar een andere toonsoort....zou je zonder die theorie dan dus minder mooi kunnen spelen?
Waar ga je dan precies op vastlopen?
Mij intrigeert jouw vraag
Ik ben ook ooit in een heel ver verleden gestopt met examens doen en 'dus' ook geen theorie meer gevolgd. Ik ben in de klassieke muziek nooit echt vastgelopen. Wel wat praktische dingen soms als een dirigent zegt 'we beginnen bij de passage in g groot' en dan snel spieken bij de buurman waar dat is. Waar het interessant wordt is dat ik nu begin te merken dat kennis van theorie helpt om sneller een stuk te doorgronden en instuderen. Ik ga (nog) niet zover dat ik de partituur erbij pak en bekijk, maar begrijpen of iets in mineur of majeur staat, of waar dat verandert, helpt me om het sneller te spelen zoals het bedoeld is. En ook de afstanden in positiewisseling gaan sneller als ik eerst bedenk welke afstand het moet zijn (grote terts, kwint, etc)
Ik loop nu zonder theorie wel echt vast, maar dan in de niet-klassieke muziek. Jammen, jazz, improviseren, daarbij heb ik echt nodig dat ik mijn toonladders en de I, IV, V structuur etc ken. Ik heb vooral daarom nu wel spijt dat ik dit vroeger niet meteen mee heb geleerd.
Dus ga ik er mooier vsn spelen? Nee dat niet, maar het helpt me wel begrijpen waarom ik iets op een bepaalde manier wil laten klinken. En het helpt me om dezelfde taal te spreken als de andere muzikanten als ik geen bladmuziek voor mijn neus heb en we samen muziek willen maken.