Elsie S.,
Voor de goede orde: orkestleden in de USA krijgen over het algemeen een contract voor één jaar, dus je loopt het risico dat je na een jaar weer proefspel moet doen. Iets als bestaans- of rechtszekerheid kent daar een wat andere beleving, to put it mildly.
Wat betreft de druk van het presteren: je hebt geluksvogels die als ijskonijn door de wereld gaan. Bijvoorbeeld Heifetz, Milstein en Rubinstein. Maar zelfs hele groten, zoals Oistrach, stonden voorafgaand aan ieder optreden stijf van de zenuwen. Tot overgeven aan toe. Zelfs na decennia optreden.
Je vroeg naar de vijf overgebleven 'survivors' waar het gaat om het vioolconcert van van Beethoven. Dit zijn zij, in willekeurige volgorde:
- Erich Röhn/Berlijns Philharmonisch orkest/Wilhelm Furtwängler,
- David Oistrach/Groot radio symfonieorkest/Alexander Gauk,
- Arthur Grumiaux/Concertgebouworkest/Eduard van Beinum,
- Leonid Kogan/USSR symfonieorkest/Jevgeni Svetlanov, (ook meerdere versies met Kogan)
- Philippe Hirschhorn/Nationaal orkest van België/Ronald Zollman,
- Frank Peter Zimmermann/English chamber orchestra/Jeffrey Tate.
Beetje lastige leuze, want ondanks het feit dat ik er stiekem zes heb opgevoerd, vielen er een paar af (die ook nog steeds op mijn plank staan), waar ik ook wel mee kan leven:
- Zino Francescatti/Philadelphia orchestra/Eugene Ormandy,
- Josef Suk/New philharmonia orchestra/ Sir Adrian Boult,
- Wolfgang Schneiderhan/Berlijns philharmonisch orkest/Paul van Kempen,
- Yehudi Menuhin/Berlijns philharmonisch orkest/Wilhelm Furtwängler,
- Adolf Busch/New York philharmonisch orkest/Frits Busch.
Zelf ben ik een beetje verbaasd over de vermelding van Yehudi Menuhin. Een violist waar ik, behalve waar het gaat om zijn vooroorlogse opnamen, werkelijk niets meer mee heb. Net als Henryk Szeryng. Of Szigeti. En met hen, vele anderen.
Ronald