Vooropgesteld dat ik geen musicoloog ben, hierbij wat ik er van weet. Ik heb twee akoestische gitaren gebouwd, dus heb die fretten ooit eens hun positie moeten geven. Ik heb echter toch ook nog wat literatuur na moeten pluizen.
Voor iedere willekeurige snaar geldt:
Als de lengtes zich verhouden als a:b, dan verhouden de frequenties zich als b:a. Maar omdat we bij een gitaar te maken hebben met fretten, moeten we eerst weten hoe de afstanden tussen de fretten zich verhouden tot de hele snaar.
Ervan uitgaande dat de twaalfde fret zich precies op de halve snaarlengte bevindt (dat is een eis!), moet die afstand verdubbeld worden om een octaaf lager te komen. De volle lengte wordt gedeeld door een factor 17,817 die de afstand geeft van de nut tot het centrum van de eerste fret. Daarna wordt deze lengte afgetrokken van de volle lengte en weer gedeeld door de factor 17,817, waardoor de afstand van de 1e tot de 2e fret verkregen wordt. Dan de afstand 1e plus 2e fret aftrekken van de volle snaarlengte en weer delen door dezelfde factor. Dit herhalen tot de 19e fret is bepaald. Een controle zit hem in de reeds vastgelegde positie van de 12e fret, die precies een octaaf hoger moet klinken dan de volle snaarlengte. Dus na twaalf maal afgepast te hebben moet de twaalfde fret exact uitkomen. Zo niet, opnieuw beginnen! dat was in het kort hoe men de fretposities bepaald.
Hoe komt men nu aan die factor:17,817?
Een halve toonsafstand is de frequentiesprong tussen iedere noot in ons tonale systeem. Op de gitaar is die schaal verdeeld in twaalf gelijke halve toonsafstanden (frequenties, niet de afstanden) door proportionele verkleining van de onderlinge fretafstanden. Wanneer nu deze afstand in twaalf delen wordt verdeeld hebben we steeds een twaalfde van een octaaf. M.a.w. De frequentie wordt met een halve toon verhoogd wanneer de lengte met de twaalfdemachtswortel van twee wordt verkleind (even een beetje wiskundige notatie:
(2 ^ (1/12)) = 1,0594631. Dat betekent, dat de verhouding tussen de lengte tot de eerste fret en de hele snaar zich verhoudt als 1,0594631/ 0,0594631 = 17,817152. Nu voor iedere fret de snaarlengte berekend kan worden kan –met behulp van bovenstaande frequentie/lengte relatie- de frequentie berekend worden voor iedere fret. Neem een bepaalde frequentie voor een bepaalde snaar en dan maar: aan het rekenen.
Ik hoop hiermee je (uw) vraag te hebben beantwoord.