Bewust noten in je hoofd opslaan, dus niet in je ‘vingers’, gaat bij mijn weten terug tot Paganini. Op zich niet zo verwonderlijk, want die speelde in het openbaar uitsluitend eigen werk. Hij had weliswaar de grootste bewondering voor zowel het vioolconcert als de vroege kwartetten van van Beethoven, maar in het openbaar uitvoeren zou het zorgvuldig opgebouwde beeld van virtuoos immers maar aantasten.
In het eerste deel van de 19e eeuw waren de meeste uitvoerenden ook tevens componist, hetgeen de gedachte oproept dat zij wat meer vertrouwd waren met al die noten. Anders gezegd: zij hadden al een voorsprong op andere musici. Overigens zijn er genoeg voorbeelden van musici niet zijnde de componist die er niet in slaagden of het vertikten het notenbeeld te memoriseren. En dus, al dan niet als geheugensteun, de bladmuziek voor hun neus zetten. De pianist Alfred Cortot was een aardig voorbeeld, al moet ik wel aan toevoegen dat ook met behulp van bladmuziek een opmerkelijk deel van de noten onder de vleugel eindigde. Ik heb ook de nodige recitals door Wolfgang Schneiderhan (en Carl Seemann) bijgewoond en op de lessenaar van de eerste stond ‘gewoon’ de bladmuziek. Niet dat hij er naar keek ………………….. En waarom strijkkwartetten op enig moment zijn begonnen met het uit hoofd spelen is mij een raadsel. Want hoe leer je die saaie altviool- en cellopartijen bij Haydn en Mozart uit je hoofd? Maar we dwalen af.
Evenmin als Tobias heb ik een toetsbare verklaring voor dit fenomeen. Mogelijk spelen meer algemene aspecten als leeftijd waarop met muziekoefening wordt begonnen, getraind geheugen en een positieve instelling een rol. Maar daarnaast zie ik nog twee mogelijkheden.
De eerste noem ik met enige schroom, want ik ben geen medicus. En dat betreft de psychische habitus (want er is geen bevolkingsgroep die zo vaak zo gek als een deur eindigde als musici). Ik wil niemand in deze groep op het hart (of de psychische habitus) gaan staan, maar veel musici kennen een vorm van autisme of bipolariteit (voorheen bekend als manische depressiviteit). Autisme kan zich op veel manieren uiten, maar een bindend aspect is de fixatie op details. En die kan zich op verschillende wijze uiten. Desnoods een jarenlang oude herinnering aan een stadsplan. Door uitermate gedetailleerde tekeningen van kastelen. Uit het hoofd, uiteraard. Maar het kan nog merkwaardiger. De Engelse pianist Derek Paravicini werd, samen met zijn zuster, 14 weken te vroeg geboren. De zuster overleefde dit niet. Hij werd vervolgens blind door een zuurstofbehandeling die tevens resulteerde in hersenbeschadiging, uitmondend in ernstige leerproblemen. Onnodig te zeggen dat ook hier autisme om de hoek komt kijken. Muziek is het enige in zijn leven. Nu is dat als zodanig niet zo bijzonder ware het niet dat hij, zonder ooit pianoles te hebben gehad, alles na één keer horen kan naspelen. Tot en met het berucht-moeilijke 3e pianoconcert van Rachmaninoff toe.
Er was nog een tweede reden. En die is veel basaler. Want die komt neer op hard werken. Na verloop van een aantal jaren vonden dirigenten als Klemperer (bipolair) en Furtwängler (op een andere manier vreemd, onder meer tot uitdrukking komend in een opmerkelijke mate van promiscuïteit) het nodig opnieuw de symfonieën van vul-maar-in te gaan studeren. En dat instuderen komt in alle eenvoud neer op het in feite uit het hoofd leren van de partituur. En niet alleen de noten, maar ook alle agogische aanwijzingen. Want stel je voor dat je, na al die eerdere keren studie, er achter komt dat je al die jaren dat ene sforzando in de twintigste maat na de letter M over het hoofd hebt gezien. Over breinbrekers gesproken: Arturo Toscanini kon uit het hoofd de ouverture tot ‘Der Meistersinger’ opschrijven. En niet de pianoreductie, maar de complete orkestpartituur. Ik ga er dus nu van uit dat iedereen op dit forum weet wat hem of haar nu te doen staat
