liuwe
liuwe van der meer
Ik heb met plezier het verhaal gelezen over de aanschaf van een viool, naar de foto's te oordelen een mooi oud instrument dat vermoedelijk uit de 18de eeuw dateert. Echter, de 18de eeuwse klank is er uit, de zangbalk is verlengd en de hals is gemoderniseerd. Maar dat terzijde. Wat mij verbaast is het feit dat over de herkomst van dit instrument zo verschillend wordt geoordeeld.
In het begin van de discussie denkt de vioolbouwer dat het vermoedelijk een Engels instrument is, terwijl er dus een etiket van J. Charles in zit! Wat er dan Engels aan is, blijft onduidelijk. Vervolgens acht Chris het een Duits/Boheems instrument vanwege de delta onder aan de achterkant van de krul. En als dan het instrument verkocht is, wordt het een instrument van J. Charles uit Marseille en de vioolbouwer merkt nog op dat de bouwstijl en de periode overeenkomen met de maker op het etiket, terwijl de vioolbouwer nog nooit een instrument van J. Charles heeft gezien. Tja. Karel Jalovec geeft in de Enzyklopädie des Geigenbaues als commentaar bij het werk van de heer J. Charles uit Marseille, volgens het etiket "Neveu du sieur Guersan" (Guersan is een bekende Franse vioolbouwer van vóór de Revolutie): "Nicht sehr qualitative Arbeit". Am besten sind seine Gitarren.. Oom was dus beter.
Engels, Duits/Boheems, Frans: in violenland is alles mogelijk. En niemand weet iets zeker. Maar het instrument ziet er mooi belegen uit, glimt iets teveel, en klinkt en speelt prachtig. En daar gaat het om!
In het begin van de discussie denkt de vioolbouwer dat het vermoedelijk een Engels instrument is, terwijl er dus een etiket van J. Charles in zit! Wat er dan Engels aan is, blijft onduidelijk. Vervolgens acht Chris het een Duits/Boheems instrument vanwege de delta onder aan de achterkant van de krul. En als dan het instrument verkocht is, wordt het een instrument van J. Charles uit Marseille en de vioolbouwer merkt nog op dat de bouwstijl en de periode overeenkomen met de maker op het etiket, terwijl de vioolbouwer nog nooit een instrument van J. Charles heeft gezien. Tja. Karel Jalovec geeft in de Enzyklopädie des Geigenbaues als commentaar bij het werk van de heer J. Charles uit Marseille, volgens het etiket "Neveu du sieur Guersan" (Guersan is een bekende Franse vioolbouwer van vóór de Revolutie): "Nicht sehr qualitative Arbeit". Am besten sind seine Gitarren.. Oom was dus beter.
Engels, Duits/Boheems, Frans: in violenland is alles mogelijk. En niemand weet iets zeker. Maar het instrument ziet er mooi belegen uit, glimt iets teveel, en klinkt en speelt prachtig. En daar gaat het om!