remi
♫ ♪
Beste forumleden,
Vorige week kreeg ik een mail van Rob over een artikel in het Parool.
Ik heb namens Rob het artikel aan JP gestuurd zodat hij het kon plaatsen dit is echter (nog) niet gebeurd, en misschien is JP wel lekker een tijdje de hort op met zijn vrouw.
Het volgende wil ik jullie echter niet onthouden want een monument gaat sluiten.
De hier onder geplaatste text is van de pen van Hanneloes Pen en heb ik van de site van het parool gehaald.
117 jaar vioolbouw ten einde
De wereldberoemde firma Max Möller & Zn aan de Willemsparkweg gaat dicht. Drie generaties vioolbouwers hebben er strijkinstrumenten gebouwd, gerestaureerd én verhandeld. Nu de vierde generatie de zaak niet overneemt, vindt Cornélie Möller dat ze de deur moet sluiten. 'Ik kan de techniek en ethiek van de Möllers niet garanderen als ik de zaak overdoe.'
Afscheid van een instituut.
HANNELOES PEN
Atelier en winkel gaan dicht Cornélie Möller opent de deur van de werkplaats boven. Op de werkbank liggen vier vioolbladen. In het hout, dat met zelfgemaakte lak is bewerkt, staat de naam Max Möller gebrandmerkt. Aan de muur naast de werkbank hangen twee brandstempels. "Die moet ik goed opbergen. Ze mogen niet in verkeerde handen vallen, want dan is een rotviool ineens een Möller-viool."
Cornélie Möller (55) kwam in 1976 kort na haar huwelijk met Berend Max Möller - na de oude en de jonge Max Möller de derde generatie - in de zaak. Ze deed de administratie en hielp mee in de winkel. "Een klant in de werkplaats was ondenkbaar. Ik was een soort postiljon. Ik pakte de violen voor reparatie aan, hoorde wat de klachten waren en bracht dat over aan de mensen in de werkplaats."
De werknemers mochten absoluut niet in contact komen met de klanten. "Want als ze eens voor zichzelf zouden beginnen, konden ze klanten meenemen. Men was altijd beducht voor concurrentie. De meeste klanten wisten niet eens dat er nog twee vaste medewerkers waren. Mijn schoonvader deed alsof hij alles zelf repareerde."
In de tweede werkplaats, achter in de zaak, staan de werkbank waar de strijkstokken werden behaard, en de enorme lintzaag nog. "Die lintzaag is nooit stuk geweest. We hadden alleen steeds meer moeite om iemand te vinden die dat ding kon slijpen."
Op de kast zit een sticker van het Duitse vioolbouwersmekka Mittenwald, waar de Möllers het vak hebben geleerd. Er hangt een geur van ouderwetse 'parfum' van lak en hout. "Ik kwam uit de reclamewereld, veel flash. Toen ik voor het eerst de werkplaats binnenkwam, leek het wel alsof ik de vorige eeuw instapte."
Ook de winkel is sinds de opening geen spat veranderd. De toonbank met het groene vilt staat nog in het midden achterin. Daarachter hangen foto's van beroemde musici als Yehudi Menuhin, David Oistrach, Pierre Fournier, Theo Olof en Herman Krebbers met persoonlijke boodschappen. 'To both the Möllers, whose warmth and handsome graciousness make Amsterdam for me a visit to anticipate and enjoy, from the travelling fiddler Isaac Stern.'
Sinds de aankondiging op de deur dat de zaak eind december wordt gesloten, ontvangt Cornélie Möller stapels bedankbrieven, ansichtkaarten en bossen bloemen. Olga Juda schrijft in een brief hoe haar man Jo Juda een viool van Max Möller kreeg terwijl hij in het concentratiekamp Buchenwald zat. Cellist Janos Starker schrijft: 'The world of strings will miss you.' Eén van de klanten herinnert zich hoe hij als klein jongetje in de kamer achter de winkel verschillende violen mocht proberen.
In de glazen vitrines achter de winkel hangen nog violen, waaronder tien ongelakte instrumenten die Berend Möller heeft gemaakt. "De instrumenten hangen meestal een jaar in het licht, opdat het hout zich kan voegen. Daarna worden ze pas gelakt."
Berend zou niet meer toekomen aan het lakken. Hij werd in 1989 bij een roofoverval vermoord. Cornélie zette de zaak zelf voort. Ze hoopte dat één van haar kinderen de zaak later zou overnemen. "Het was niet gemakkelijk. Ik was zelf geen vioolbouwer. Maar ik had vreselijk veel steun aan mensen uit het vak, zoals de experts van J&A Beare in Londen. En aan onze eigen werknemers natuurlijk. Hartmut Leonardt, chef van de werkplaats, heeft 43 jaar bij ons gewerkt. Hij is kort geleden met pensioen gegaan. Dat was ook één van de redenen voor mij om nu te stoppen."
Cornélie Möller heeft al heel wat kasten leeggeruimd. Dat was een hele klus. "Ze hebben nooit iets weggegooid. Er zijn dozen met oude schroeven, kammen, kinhouders, schoudersteunen, stapelzetters en snaren. Elk stukje hout werd bewaard, want stel dat ze dat nou net nodig hadden."
Tussen de dozen liggen ook antieke basklemmen uit 1910. "Ineens vond ik een originele kam van de Italiaanse vioolbouwer Enrico Rocca. Uit een ander laatje kwamen vier originele schroeven van een Gagliano-viool. Er zitten spullen tussen die eigenlijk in een museum passen."
In de achterkamer hangt een schilderij van grootvader Max en zijn zoon. Met strenge blik observeert grootvader Max een viool. "Ja, ze waren streng. In de zin van respect afdwingen. Ze zagen er ook altijd pico bello uit: met een jasje en een hemd met een gesteven bord zaten ze in de werkplaats te werken."
Hun hele leven stond in het teken van het bouwen en restaureren van strijkinstrumenten. "Shlomo Mintz kwam altijd langs als hij in het land was. Of hij zocht iets, of hij kwam zomaar voor een praatje. Net als Rostropovitsj. En de Möllers werden altijd uitgenodigd voor een concert. Ze zaten wel drie, vier keer per week in het Concertgebouw. In de werkplaats klonk altijd klassieke muziek. Ze stonden ermee op en gingen ermee naar bed."
De handel was een belangrijk onderdeel van hun vak. "Mijn schoonvader was er een meester in een passende viool voor iemand te vinden. Hij voelde perfect aan welke viool bij iemand hoorde."
Violist Theo Olof kan dat beamen. In 1933 vluchtte hij uit Duitsland naar Nederland. Hij werd leerling van Oscar Back. "Back vroeg Möller of hij niet een viool voor mij te leen had. Ik mocht toen op een Amati uit 1618 spelen. Pas later zag ik op een expositie in Cremona dat die Amati van mij voor wonderkinderen was bestemd." Olof kocht later voor zichzelf een Lupot. "Het was een prachtige viool, maar het klikte niet tussen ons. Op een dag - ik was toen al diep in de veertig - kreeg ik een telefoontje van Max. Hij zei: 'Ik heb nu een viool gevonden waarnaar jij je hele leven hebt gezocht.' Het was een François Louis Pique uit 1797. Die klonk prachtig. Hij had een grote toon, die in een grote zaal ver droeg. Het was liefde op het eerste gezicht. We hebben onze violen met gesloten beurs geruild. Ik heb er tot mijn zeventigste op gespeeld en er nooit spijt van gehad." Cornélie Möller: "Dat fingerspitzengefühl had mijn schoonvader als geen ander. Hij lette op de handen. Iemand met smalle vingers kreeg een heel andere viool dan iemand met dikke vingers. Zo vond mijn schoonvader een Stradivarius voor Salvatore Accardo."
Max KON, vertelt Cornélie Möller, ook goed taxeren. "Hij zei altijd dat vrouwen wel prachtig konden restaureren, maar geen oog hadden voor de waarde van een viool. Dat was een mannenvak."
Cornélie heeft zich altijd thuis gevoeld in die mannenwereld. Anekdotes te over. "De cello van Yo Yo Ma had een kiertje. Of we die snel voor zijn concert nog konden repareren. Kwam er ineens een taxi aanrijden met alleen een cello erin. Tegen vijven kwam Yo Yo Ma zijn instrument zelf ophalen. Ik weet nog dat hij Hartmut Leonardt om de hals vloog en hem drie dikke zoenen gaf."
De beslissing om te stoppen was voor Cornélie vreselijk moeilijk. "Leonardt ging met pensioen. Kun je een vervanger, iemand die jong is, aan de viool van Shlomo Mintz laten zitten? Mijn beide kinderen wilden niet in de zaak verder gaan."
"Bij mijn zoon, die advocaat is geworden, stonden de tranen in zijn ogen toen ik had besloten de zaak te sluiten. Het juk viel van zijn schouders. Ik kon de zaak natuurlijk voortzetten met een partner of hem verkopen. Maar je moet de klanten dezelfde techniek en ethiek garanderen die zij 117 jaar van de Möllers gewend waren. En dat kon ik dan niet. Het was een gedwongen keuze. Als ik straks boven kom - als er een boven is - hoop ik dat ze alle drie tegen me zeggen: 'Dat heb je goed gedaan, meisje."
Paul Max Möller (1875-1948) werd in 1875 in het Saksische stadje Markneukirchen geboren. Als veertienjarige kwam hij in de leer bij Robert Nürnberger. Hij werd daarna assistent van Heinrich Th. Heberlein jr., die als een meester in de vioolbouw gold. De naam Max Möller werd ver buiten het Duitse plaatsje bekend, staat in 40 jaar Max Möllers Vioolbouw 1913-1953 van Louis Couturier.
Möller ging in 1900 aan het werk bij de bekende meester Max Möckel in St. Petersburg en zag daar de schitterende instrumenten die in het bezit waren van Russische aristocraten. Met de Russische chemicus Golonin analyseerde hij de lak van vele Stradivarius-violen.
Op zijn dertigste keerde hij terug in Amsterdam om chef d'atelier te worden bij Karel van der Meer in Amsterdam. In 1913 opende hij op de Leidsegracht een eigen atelier. Het atelier werd later verplaatst naar de PC Hooftstraat.
Jonge vioolbouwers uit Zweden, Zwitserland, Duitsland en Italië bezochten het atelier om er kennis op te doen. Het werd één van de belangrijkste ateliers in Europa, dat in 1925 verhuisde naar de huidige zaak op de Willemsparkweg 15.
Möller bouwde niet alleen violen - vooral zijn altviolen zijn vermaard - maar beschikte ook over een grote collectie oude instrumenten. De in- en verkoop van instrumenten - er zijn maar weinig mensen in de wereld die écht verstand van oude instrumenten hebben - was een lucratieve bezigheid, al kwam het vaak voor dat violen jaren in de kluis bleven liggen. Ook kregen musici die een instrument wilden kopen, soms maanden de gelegenheid om te bekijken of het instrument wel bij hen paste.
Guillaume Max Möller jr. (1915-1985) leerde het vioolbouwen op de vioolbouwschool in Mittenwald. Hij werd enige tijd assistent van Fernando Sacconi, een grote Italiaanse vioolbouwer in New York. Terug in Nederland werkte hij intensief samen met zijn vader, die in 1948 overleed. Möller jr. nam de zaak over. Zijn kennis was zo groot dat hij in 1937 één van de experts was bij de Stradivarius-tentoonstelling in Cremona, waarover nu nog wordt gesproken.
Elke belangrijke viool die in handen is geweest van de Möllers, is gefotografeerd. Het archief bevat duizenden foto's. Violisten als Herman Krebbers, Jo Juda en Nap de Klijn bespeelden een Stradivarius die door de firma Möller speciaal voor hen was gekocht en gerestaureerd.
Max jr. publiceerde in 1955 The violin-makers of the Low Countries, een standaardwerk over vioolbouw in de Lage Landen. Voor een altviool van zijn hand kreeg hij in 1959 een gouden plaquette, de hoogste onderscheiding bij een concours in Rome.
Berend Max Möller (1944-1989) ging net als zijn vader naar de vioolbouwschool in Mittenwald, nadat hij een jaar scheikunde in Delft had gestudeerd. In 1973 ging hij bij zijn vader werken, die zich om gezondheidsproblemen in 1980 terugtrok. Max en zijn vrouw Cornélie runden de zaak verder. Berend Max Möller kwam in 1989 tijdens een roofmoord om het leven. Precies honderd jaar nadat zijn grootvader als leerling was begonnen.
Copyright: Het Parool
Met vriendelijke groet
Remi
(Dit bericht is door remi bijgewerkt op 21/11/2006 om 22:18 uur)
Vorige week kreeg ik een mail van Rob over een artikel in het Parool.
Ik heb namens Rob het artikel aan JP gestuurd zodat hij het kon plaatsen dit is echter (nog) niet gebeurd, en misschien is JP wel lekker een tijdje de hort op met zijn vrouw.
Het volgende wil ik jullie echter niet onthouden want een monument gaat sluiten.
De hier onder geplaatste text is van de pen van Hanneloes Pen en heb ik van de site van het parool gehaald.
117 jaar vioolbouw ten einde
De wereldberoemde firma Max Möller & Zn aan de Willemsparkweg gaat dicht. Drie generaties vioolbouwers hebben er strijkinstrumenten gebouwd, gerestaureerd én verhandeld. Nu de vierde generatie de zaak niet overneemt, vindt Cornélie Möller dat ze de deur moet sluiten. 'Ik kan de techniek en ethiek van de Möllers niet garanderen als ik de zaak overdoe.'
Afscheid van een instituut.
HANNELOES PEN
Atelier en winkel gaan dicht Cornélie Möller opent de deur van de werkplaats boven. Op de werkbank liggen vier vioolbladen. In het hout, dat met zelfgemaakte lak is bewerkt, staat de naam Max Möller gebrandmerkt. Aan de muur naast de werkbank hangen twee brandstempels. "Die moet ik goed opbergen. Ze mogen niet in verkeerde handen vallen, want dan is een rotviool ineens een Möller-viool."
Cornélie Möller (55) kwam in 1976 kort na haar huwelijk met Berend Max Möller - na de oude en de jonge Max Möller de derde generatie - in de zaak. Ze deed de administratie en hielp mee in de winkel. "Een klant in de werkplaats was ondenkbaar. Ik was een soort postiljon. Ik pakte de violen voor reparatie aan, hoorde wat de klachten waren en bracht dat over aan de mensen in de werkplaats."
De werknemers mochten absoluut niet in contact komen met de klanten. "Want als ze eens voor zichzelf zouden beginnen, konden ze klanten meenemen. Men was altijd beducht voor concurrentie. De meeste klanten wisten niet eens dat er nog twee vaste medewerkers waren. Mijn schoonvader deed alsof hij alles zelf repareerde."
In de tweede werkplaats, achter in de zaak, staan de werkbank waar de strijkstokken werden behaard, en de enorme lintzaag nog. "Die lintzaag is nooit stuk geweest. We hadden alleen steeds meer moeite om iemand te vinden die dat ding kon slijpen."
Op de kast zit een sticker van het Duitse vioolbouwersmekka Mittenwald, waar de Möllers het vak hebben geleerd. Er hangt een geur van ouderwetse 'parfum' van lak en hout. "Ik kwam uit de reclamewereld, veel flash. Toen ik voor het eerst de werkplaats binnenkwam, leek het wel alsof ik de vorige eeuw instapte."
Ook de winkel is sinds de opening geen spat veranderd. De toonbank met het groene vilt staat nog in het midden achterin. Daarachter hangen foto's van beroemde musici als Yehudi Menuhin, David Oistrach, Pierre Fournier, Theo Olof en Herman Krebbers met persoonlijke boodschappen. 'To both the Möllers, whose warmth and handsome graciousness make Amsterdam for me a visit to anticipate and enjoy, from the travelling fiddler Isaac Stern.'
Sinds de aankondiging op de deur dat de zaak eind december wordt gesloten, ontvangt Cornélie Möller stapels bedankbrieven, ansichtkaarten en bossen bloemen. Olga Juda schrijft in een brief hoe haar man Jo Juda een viool van Max Möller kreeg terwijl hij in het concentratiekamp Buchenwald zat. Cellist Janos Starker schrijft: 'The world of strings will miss you.' Eén van de klanten herinnert zich hoe hij als klein jongetje in de kamer achter de winkel verschillende violen mocht proberen.
In de glazen vitrines achter de winkel hangen nog violen, waaronder tien ongelakte instrumenten die Berend Möller heeft gemaakt. "De instrumenten hangen meestal een jaar in het licht, opdat het hout zich kan voegen. Daarna worden ze pas gelakt."
Berend zou niet meer toekomen aan het lakken. Hij werd in 1989 bij een roofoverval vermoord. Cornélie zette de zaak zelf voort. Ze hoopte dat één van haar kinderen de zaak later zou overnemen. "Het was niet gemakkelijk. Ik was zelf geen vioolbouwer. Maar ik had vreselijk veel steun aan mensen uit het vak, zoals de experts van J&A Beare in Londen. En aan onze eigen werknemers natuurlijk. Hartmut Leonardt, chef van de werkplaats, heeft 43 jaar bij ons gewerkt. Hij is kort geleden met pensioen gegaan. Dat was ook één van de redenen voor mij om nu te stoppen."
Cornélie Möller heeft al heel wat kasten leeggeruimd. Dat was een hele klus. "Ze hebben nooit iets weggegooid. Er zijn dozen met oude schroeven, kammen, kinhouders, schoudersteunen, stapelzetters en snaren. Elk stukje hout werd bewaard, want stel dat ze dat nou net nodig hadden."
Tussen de dozen liggen ook antieke basklemmen uit 1910. "Ineens vond ik een originele kam van de Italiaanse vioolbouwer Enrico Rocca. Uit een ander laatje kwamen vier originele schroeven van een Gagliano-viool. Er zitten spullen tussen die eigenlijk in een museum passen."
In de achterkamer hangt een schilderij van grootvader Max en zijn zoon. Met strenge blik observeert grootvader Max een viool. "Ja, ze waren streng. In de zin van respect afdwingen. Ze zagen er ook altijd pico bello uit: met een jasje en een hemd met een gesteven bord zaten ze in de werkplaats te werken."
Hun hele leven stond in het teken van het bouwen en restaureren van strijkinstrumenten. "Shlomo Mintz kwam altijd langs als hij in het land was. Of hij zocht iets, of hij kwam zomaar voor een praatje. Net als Rostropovitsj. En de Möllers werden altijd uitgenodigd voor een concert. Ze zaten wel drie, vier keer per week in het Concertgebouw. In de werkplaats klonk altijd klassieke muziek. Ze stonden ermee op en gingen ermee naar bed."
De handel was een belangrijk onderdeel van hun vak. "Mijn schoonvader was er een meester in een passende viool voor iemand te vinden. Hij voelde perfect aan welke viool bij iemand hoorde."
Violist Theo Olof kan dat beamen. In 1933 vluchtte hij uit Duitsland naar Nederland. Hij werd leerling van Oscar Back. "Back vroeg Möller of hij niet een viool voor mij te leen had. Ik mocht toen op een Amati uit 1618 spelen. Pas later zag ik op een expositie in Cremona dat die Amati van mij voor wonderkinderen was bestemd." Olof kocht later voor zichzelf een Lupot. "Het was een prachtige viool, maar het klikte niet tussen ons. Op een dag - ik was toen al diep in de veertig - kreeg ik een telefoontje van Max. Hij zei: 'Ik heb nu een viool gevonden waarnaar jij je hele leven hebt gezocht.' Het was een François Louis Pique uit 1797. Die klonk prachtig. Hij had een grote toon, die in een grote zaal ver droeg. Het was liefde op het eerste gezicht. We hebben onze violen met gesloten beurs geruild. Ik heb er tot mijn zeventigste op gespeeld en er nooit spijt van gehad." Cornélie Möller: "Dat fingerspitzengefühl had mijn schoonvader als geen ander. Hij lette op de handen. Iemand met smalle vingers kreeg een heel andere viool dan iemand met dikke vingers. Zo vond mijn schoonvader een Stradivarius voor Salvatore Accardo."
Max KON, vertelt Cornélie Möller, ook goed taxeren. "Hij zei altijd dat vrouwen wel prachtig konden restaureren, maar geen oog hadden voor de waarde van een viool. Dat was een mannenvak."
Cornélie heeft zich altijd thuis gevoeld in die mannenwereld. Anekdotes te over. "De cello van Yo Yo Ma had een kiertje. Of we die snel voor zijn concert nog konden repareren. Kwam er ineens een taxi aanrijden met alleen een cello erin. Tegen vijven kwam Yo Yo Ma zijn instrument zelf ophalen. Ik weet nog dat hij Hartmut Leonardt om de hals vloog en hem drie dikke zoenen gaf."
De beslissing om te stoppen was voor Cornélie vreselijk moeilijk. "Leonardt ging met pensioen. Kun je een vervanger, iemand die jong is, aan de viool van Shlomo Mintz laten zitten? Mijn beide kinderen wilden niet in de zaak verder gaan."
"Bij mijn zoon, die advocaat is geworden, stonden de tranen in zijn ogen toen ik had besloten de zaak te sluiten. Het juk viel van zijn schouders. Ik kon de zaak natuurlijk voortzetten met een partner of hem verkopen. Maar je moet de klanten dezelfde techniek en ethiek garanderen die zij 117 jaar van de Möllers gewend waren. En dat kon ik dan niet. Het was een gedwongen keuze. Als ik straks boven kom - als er een boven is - hoop ik dat ze alle drie tegen me zeggen: 'Dat heb je goed gedaan, meisje."
Paul Max Möller (1875-1948) werd in 1875 in het Saksische stadje Markneukirchen geboren. Als veertienjarige kwam hij in de leer bij Robert Nürnberger. Hij werd daarna assistent van Heinrich Th. Heberlein jr., die als een meester in de vioolbouw gold. De naam Max Möller werd ver buiten het Duitse plaatsje bekend, staat in 40 jaar Max Möllers Vioolbouw 1913-1953 van Louis Couturier.
Möller ging in 1900 aan het werk bij de bekende meester Max Möckel in St. Petersburg en zag daar de schitterende instrumenten die in het bezit waren van Russische aristocraten. Met de Russische chemicus Golonin analyseerde hij de lak van vele Stradivarius-violen.
Op zijn dertigste keerde hij terug in Amsterdam om chef d'atelier te worden bij Karel van der Meer in Amsterdam. In 1913 opende hij op de Leidsegracht een eigen atelier. Het atelier werd later verplaatst naar de PC Hooftstraat.
Jonge vioolbouwers uit Zweden, Zwitserland, Duitsland en Italië bezochten het atelier om er kennis op te doen. Het werd één van de belangrijkste ateliers in Europa, dat in 1925 verhuisde naar de huidige zaak op de Willemsparkweg 15.
Möller bouwde niet alleen violen - vooral zijn altviolen zijn vermaard - maar beschikte ook over een grote collectie oude instrumenten. De in- en verkoop van instrumenten - er zijn maar weinig mensen in de wereld die écht verstand van oude instrumenten hebben - was een lucratieve bezigheid, al kwam het vaak voor dat violen jaren in de kluis bleven liggen. Ook kregen musici die een instrument wilden kopen, soms maanden de gelegenheid om te bekijken of het instrument wel bij hen paste.
Guillaume Max Möller jr. (1915-1985) leerde het vioolbouwen op de vioolbouwschool in Mittenwald. Hij werd enige tijd assistent van Fernando Sacconi, een grote Italiaanse vioolbouwer in New York. Terug in Nederland werkte hij intensief samen met zijn vader, die in 1948 overleed. Möller jr. nam de zaak over. Zijn kennis was zo groot dat hij in 1937 één van de experts was bij de Stradivarius-tentoonstelling in Cremona, waarover nu nog wordt gesproken.
Elke belangrijke viool die in handen is geweest van de Möllers, is gefotografeerd. Het archief bevat duizenden foto's. Violisten als Herman Krebbers, Jo Juda en Nap de Klijn bespeelden een Stradivarius die door de firma Möller speciaal voor hen was gekocht en gerestaureerd.
Max jr. publiceerde in 1955 The violin-makers of the Low Countries, een standaardwerk over vioolbouw in de Lage Landen. Voor een altviool van zijn hand kreeg hij in 1959 een gouden plaquette, de hoogste onderscheiding bij een concours in Rome.
Berend Max Möller (1944-1989) ging net als zijn vader naar de vioolbouwschool in Mittenwald, nadat hij een jaar scheikunde in Delft had gestudeerd. In 1973 ging hij bij zijn vader werken, die zich om gezondheidsproblemen in 1980 terugtrok. Max en zijn vrouw Cornélie runden de zaak verder. Berend Max Möller kwam in 1989 tijdens een roofmoord om het leven. Precies honderd jaar nadat zijn grootvader als leerling was begonnen.
Copyright: Het Parool
Met vriendelijke groet
Remi
(Dit bericht is door remi bijgewerkt op 21/11/2006 om 22:18 uur)

