Een 5-snarige viool of 5-snarige altviool kan eigenlijk niet, bouwtechnisch gezien dan. Bij de viool gestemd als CGDAE zullen er problemen zijn met de C en bij de altviool rijzen er problemen bij de E.
Stel dat je al een massief stalen E-snaar kunt vinden met een lengte van 375 mm (de gemiddelde snaarlengte bij een altviool), dan heb je toch wel heel veel spanning nodig om die E op de goede frequentie te krijgen (680 Hz). Omgekeerd is de C opgespannen op de viool al heel snel op de juiste frequentie (131 Hz) vanwege de snaarlengte van circa 325 mm en dan heb je veel te weinig spanning, tenzij er een heel dikke snaar op wordt gezet, maar waar vind je die?
Een oplossing die aan beide zijden wat compromissen sluit zou kunnen zijn een 5-snarige alt te nemen met een corpuslengte van 381 mm (overeenkomend met 15”). Voor een E-snaar zou dan een banjo- of gitaarsnaar genomen kunnen worden, want daar is nog wel aan te komen. Alleen verwacht ik, dat er behoorlijk concessie gedaan moet worden aan de klankkwaliteit van de C.
Als ik zou moeten kiezen zou ik gaan voor een altviool met een extra E-snaar. Voor het vinden van een geschikte E zal wat extra inspanning geleverd moeten worden. Maar dan klinkt de C tenminste nog behoorlijk.
Misschien is dé oplossing altijd te streven naar een klinkende snaarlengte van 375 mm ongeacht wat de corpuslengte zal zijn. Dan heb je in ieder geval de juiste snaarspanning. Het enige nadeel zou dan kunnen zijn dat de halslengte wat aan de grote kant wordt, want mensen die een relatief kleine altviool ambiëren hebben er niets aan als de totale lengte weer groter wordt door de langere hals.
Anderzijds lijkt het me interessant te bedenken dat de stemming van de altviool precies een octaaf hoger is dan die van de cello. Dat zou dan inhouden dat voor een goede klank het corpusvolume van de altviool de helft zou moeten zijn van die van de cello. Echter is zo’n groot instrument dan niet meer onder de kin te bespelen, maar dat onderbouwt wel de bewering ‘hoe groter hoe beter’.
Dan heb je ook nog het probleem dat er in plaats van vier snaren, vijf snaren verdeeld moeten worden over dezelfde kam. Dat betekent, dat er minder ruimte komt te zitten tussen de verschillende snaren. Analoog hieraan gaat dat ook op voor het kielhoutje: daar moeten vijf snaren op verdeeld worden.
Misschien ten overvloede, maar je kunt niet zomaar een viool of altviool converteren naar een vijfsnarig instrument! Ook de krul zal een extra stemsleutel nodig hebben.
Een staartstuk met vijf gaten heb ik in de handel nog niet gezien, ook een Wittner niet.
Frits