Bert, ik weet niet of je deze methode goed begrepen hebt.
Als de kant van beide bladen gelijktijdig geschaafd worden, dus de schaafbreedte is dan 2 maal ca. 18mm=36mm in plaats van 18mm, dan heb je veel beter controle om je schaaf , zeg maar plat te houden. Ook al schommelt de schaaf, de voeg blijft dicht. Als de hoek ten opzichte van de midden naad, dus van de aan elkaar geklemde delen, iets anders is dan 90 graden is wat veel minder van belang is dan het "plat schaven" in lengte richting, dat hooguit 40cm is (viool). Daar heb je onder alle omstandigheden een lange schaaf voor nodig.
Denk maar eens aan een meubelmaker die een tafelblad moet maken van losse stukken die aan elkaar gelijmd moeten worden. Als het tafelblad 150cm lang is is het moeilijk om 90 graden te houden. Echter met deze methode is dat geen probleem omdat de hoek waaronder je schaaft van minder belang is als het platte vlak dat kaarsrecht moet zijn, tussen de eindpunten, om een gesloten voeg te krijgen. Bovendien is het zo dat de uiteindelijke dikte ter plaatse van de welvingsvorm nooit meer dan 3mm zal zijn bij een bovenblad en 5 mm bij het achterblad. Daar ter plaatse moet de voeg helemaal dicht zijn en dat kun je met de methode die ik gebruik uitermate eenvoudig bereiken.