Frits,
Je relaas doet me in eens denken aan een passage welke ik tegen kwam in een boekwerkje van F.L. Wurfbain. Het boekwerkje “Over violen”. Hoe kan het ook anders.
In jouw reactie beschrijf je een aantal kenmerken waar aan een goed instrument behoort te voldoen of herkend kan worden. (niet te letterlijk nemen), lees tussen de regeltjes door.
Jouw reactie deed mij ineens denken aan een passage uit het boekje waarin duidelijk wordt dat uiterlijke kenmerken geheel niet in relatie staan tot de klank welke een instrument produceert.
Ik citeer, helaas geen kopiëren and plakken maar puur overtypen, woord voor woord.
Daar gaat ie:
Ook gevallen van autosuggestie bij de toonbeoordeling zijn legio.
De cellist Tolbecque, in zijn tijd een bekend virtuoos, bezat een mooie Bergonzi-cello welke hij regelmatig op zijn concerten bespeelde en welks toon ieders bewondering wekte. Hij had bovendien de hand weten te leggen op een modern instrument van buitengewoon mooi geluid, doch dat er bijzonder onaantrekkelijk uitzag vanwege een uitzonderlijk mislukte lak.
Bij gelegenheid van een concert, waarop hij deze moderne, bij het publiek nog onbekende cello bespeelde, ontging hem niet dat de orkestleden hem, dat U, Uw Bergonzi niet bespeelde, Uw mooi succes zou dan nog vel groter geweest zijn.
Afijn, hij heeft de cello laten over lakken (in de kleurstijl van zijn Bergonzi) en bij het volgende concert –met het zelfde orkest konden de orkestleden er geen genoeg van krijgen om hun lof te uiten over het instrument (in hun ogen de Bergonzi), waarvan de toon toch niet te evenaren was..
Een mooi voorbeeld van suprematie van het oog tegen over het oor.
Klank appreciatie, beoordeling is en blijkt dus uiterst moeilijk.
Zeker als aan en instrument een naam (bekende naam) en prijs hangt.
Zelf zou ik zeggen, bespeel het instrument (de instrumenten) een tijdje, dan oogjes dicht en gewoon luisteren naar de klank. Hoewel de schoonheid van een zeer oude en veel gebruikte viool toch bepaalde emoties op roept, een bepaalde lading heeft t.o.v. een nieuw instrument is het dus zeer moeilijk om een instrument juist te beoordelen.
Stop mijn viool eens onder het kinnetje van Perlman, en laat hem haar eens bespelen. Natuurlijk zal hij moeite hebben met het vrij smalle halsje van mijn “Rugerri” ten opzichte van zijn Del Gesu. Maar ik denk dat het niet veel uit maakt voor een instrumentalis van een degelijk kaliber.
Maar hoe leg je uit wat het verschil is tussen een massa product en een volledig met de hand gebouwde viool, door een persoon.
Op Marktplaats staat/stond een viool van onze Bert Boon te koop. Gewoon bieden op een viool, gebouwd door een echte vioolbouwer (die wij toevallig kennen).
Mij zit het niet lekker om te bieden. C.a. 400 uur bouwen aan een viool (een gediplomeerd vioolbouwer) en je mag voor zijn instrument een bod uit brengen, een paar honderd euro.
Laat je echter door een vioolbouwer een instrument bouwen dan gaat de rekening richting vier- a vijfduizend euro en voor het betere werk richting tien,- tot vijftienduizend euro.
’t Is heel moeilijk om een viool te beoordelen, ik doe het het liefst met mijn oortjes, mijn kinnetje, de strijkstok die ik gewend ben en een rustige omgeving.
Remi