Henri Vieuxtemps zei:
Neem dan bijvoorbeeld een hedendaagse componist, geboren in 1972 en een vioolconcert dat ik gehoord heb in 2007. OK, ook modern, maar veel meer structuur en terugkerende thema's. 2e deel vind ik erg goed met die flageoletten en dat originele einde met een soort ratel. Trouwens met dat gejatte thema van Bach doet Berg niks origineels. Geen variaties. Gebruik zo'n thema dan niet.
MOULIJN, Jeppe (1972)
mvt1
mvt2
mvt3+4(begin)
Ik wens geen waardeoordeel te geven over 'collega's' en zal me dus niet uitspreken over het werk van dhr. Moulijn.
Het thema van Bach in het vioolconcert van Berg is niet 'gejat' maar geciteerd. Berg schrijft in zijn partituur uitvoerig waar de melodie vandaan komt (voetnoot bij maat 136 van het 'tweede deel'*) en schrijft zelfs de tekst van de originele koraal in de partituur, omdat deze van groot belang is voor de betekenis van het werk. Gelukkig ontgaan u de andere citaten in dit werk, anders zou u die waarschijnlijk ook als 'gejat' bestempeld hebben.
'Dem Andenken eines Engels', schrijft Berg boven de partituur. Het werk is dan ook ter nagedachtenis opgedragen aan de kort tevoren gestorven Manon Gropius, dochter van Walter Gropius (architect, oprichter van Bauhaus) en Alma Schindler (eerder gehuwd met Gustav Mahler). De koraal "Es ist genug" is dan ook Berg's commentaar op het voortijdig verscheiden van dit meisje.
De Bach-koraal wordt bovendien wel degelijk gevarieerd en zelfs vanaf het begin van het Adagio (maat 136) tot en met de laatste maat (230). Het gebruik van een melodie uit de bloeitijd van de barok (en dus functioneel tonaal) in een werk dat als hoogtepunt van de dodecafonie gezien mag worden als 'niks origineels' bestempelen, getuigt toch wel van heel erg weinig respect voor het genie dat Berg was. Immers, de functionele tonaliteit en de dodecafonie waren destijds (1935) de grootst mogelijke tegenstellingen die per definitie onverzoenbaar waren (juist omdat de dodecafonie zocht de tegenpool van tonaliteit te zijn). Die tegenstellingen weten te verbinden met respect voor beide toonsystemen in een werk van dergelijke schoonheid en expressiviteit is niet minder dan pure genialiteit.
Die genialiteit uit zich bovendien in de uiterst hechte structuur van het werk; het voert te ver om die hier uit de doeken te doen. Echter, stellen dat het werk van Berg geen of weinig structuur heeft is gelijk aan beweren dat er in het lichaam van een mens geen enkel bot te vinden is. Baarlijke nonsens, dus.
Nogmaals, het is aan u om te beslissen wat u wel of niet mooi vindt, en het staat u vrij om van de muziek van Berg niet te kunnen of willen genieten. Het gaat mij echter te ver om dergelijke meesterwerken te bagatelliseren en ridiculiseren. Het vakmanschap en meesterschap van Alban Berg is onbetwistbaar en heeft absoluut niets te maken met voorkeur of afkeer van 'moderne' muziek. U dient beide gescheiden te houden.
_________________
* Het werk lijkt op het eerste oog uit twee delen te bestaan, maar de innerlijke structuur is vierdelig (Andante-Allegretto Allegro-Adagio)
Lees hieronder de gevoelige woorden van Matthijs Vermeulen over dit concert uit zijn bundel "DE MUZIEK DAT WONDER – een keuze uit herinneringen" (1958):
EEN ONGRIJPBARE MUZIEK
Er gebeuren in het Vioolconcert van Alban Berg de meest buitengewone dingen en de meest precieze dingen.
Een jong meisje van achttien jaar gaat er rond met al haar lieflijkheid, haar tengere vreugde en broos gevoel, in de lange schaduwen van een vroege, mooie zomermorgen. Een man ziet haar, is verrukt, geeft haar in gedachte de hand en wandelt met haar enkele minuten, die een eeuwigheid zullen zijn, over de betoverde aarde het nieuwe leven tegemoet, in het ontwakende zachte, milde licht der zon en van een paar strelende ogen, dieper dan de nacht die eindigde, dan de dag die begint. Terwijl hij met stille sidderingen de beloften gewaar wordt van een uur dat hij oneindig wenst, verduistert plotseling zijn innerlijk gezicht. Een dodelijke angst doorvaart hem. De gestalte van het meisje werd onwerkelijk. Hij ziet haar nog. Hij kan haar niet meer grijpen. Zij stierf. Zij is een zwevende schim die hij in wilde radeloosheid achternajaagt tot aan de uiteinden van elk gebied en elk menselijk vermogen. Zijn hart breekt en hij stort ineen. Hij herinnert zich een oud gezang, een mystiek gekleurd afscheidslied van de wereld, gebed dat langzaam oprijst uit een ver geheugen en dat hij verweeft met het zingende beeld van zijn verloren, lieve gezellin. Hij aanvaardt, hij berust. In het troostende gezang bezwijkt zijn laatste kracht. Ook hij verdwijnt tussen de glinsterende nevelen van een andere morgen, een andere zon. Hij sterft. En de violen preluderen, als uit de verte, alsof de instrumenten gestemd worden voor een nieuw verhaal.
Ongeveer zo gebeurde het bij Orpheus en Euridice, maar dat was een sage. Ongeveer zo verging het in Schuberts kwartet Der Tod und das Mädchen; dat was romantiek. Juist zo gebeurden de dingen in het Vioolconcert van Alban Berg. Maar dat was realiteit. Wat de naturalisten 'une tranche de vie' noemden. Het meisje droeg een naam. Zij heette Manon Gropius en was de dochter van Alma Maria, de vrouw van Mahler. Op de foto van haar, afgedrukt in Willi Reichs Berg-biografie, staat zij tegen wemelend gebladerte, met een katje in de armen, gracieus, soepel figuurtje in bloemetjesjurk, waarboven het neigend hoofdje lokkend en wachtend, smachtend en vrolijk, rustig maar verlangend, langs het zichtbare heenkijkt. Een lief kind, zacht, innig, zonder stroefheid, doch onvatbaar. Eenvoudig; zonder snobisme. Aan Berg leek zij een Engel en ik denk, consciëntieus als hij was, dat hij haar die naam niet gaf zonder alles in haar te vinden wat het woordje zei. Hij hield van Manon zonder waarschijnlijk te weten hoe diep die liefde vademde, noch hoe sterk zij hem boeide en wellicht bewoog. Zij overleed terwijl hij van de Amerikaanse violist Robert Krasner de opdracht had om een concert te schrijven en helemaal niet wist hoe hij dat moest aanpakken, in welke gevoelssituatie hij zo'n solistisch werk zich zou verbeelden. Haar snelle dood gaf hem een geweldige schok en dreef zijn innerlijke roerselen aan tot een opperste van condensatie. De muziek kwam los uit een toestand van het gemoed waar vreugde en smart in elkaar vervloeien en elkaar gelijken. Binnen enkele maanden was het Concert gereed. Hij meende misschien nog te spelen op de grenzen van deze wereld en de andere. Maar in hetzelfde jaar 1935 dat hij zijn werk voltooide, stierf ook hij. Aan een bloedvergiftiging, veroorzaakt door een reeks abcessen waarvan de dokters de haard niet hebben kunnen ontdekken. Hij was vijftig, de leeftijd, volgens de dichter, waarop een late en heftige liefde de mens soms overvalt.
Zoals hij het meisje zag, nog onbestemd, landelijk, naïef, rustiek, teder, schalks, koel en gepassioneerd, jonge psyche met vele, warme, bekoorlijke mogelijkheden bij haar beginnende reis over de aarde, en zoals hij Manons werkingen zag in hemzelf, eerst toen zij nog leefde, toen een gedachte aan haar liefheid de dag reeds goed maakte, daarna toen zij verstard lag in de dood, onder de donkere grond, en toen elke herinnering aan haar ogen, die niet meer waren, elke zenuw in hem verscheurde, alles wat hem dat deed, de vele gradaties van vreugde en pijn, van beklemming, van angst, van ontsteltenis, panische verwarring, van onmacht, van vermorzeling, van overgave en berusting in een klare, lege afwezigheid en stilte, alles wat hem verrukt had en doorboorde, heeft hij getracht te vertolken in muziek. Met een onuitputtelijke variëteit van zeer subtiele, kleurige klanken, van de meest paarlemoeren schemerige tot de meest eclatant opbruisende. Met zeer geraffineerd of kinderlijk en vriendelijk zingende melodieën. In een overvloed van verscheidene ritmen, van de wiegende en dansende tot de hortendste en de nijpendste. Met tientallen wisselingen van tempo en dynamiek. Met de duizend onvermoede, moeilijke of gemakkelijke toeren die een solist kan uitvoeren op een paar samengevoegde plankjes, bespannen met vier snaren. Hij heeft alle voorzorgen genomen dat dirigent en spelers zijn bedoelingen nauwkeurig zouden kennen en dat zijn vele aandoeningen tot uitdrukking konden geraken. Ieder hoofdthema, ieder neventhema, iedere gewenste expressie is met de zorgvuldigste accuratesse aangeduid. Niets liet hij over aan toeval of willekeur. Zijn partituur bevat het volledige materiaal tot een aangrijpend expressionistisch drama, excessief romantisch maar tevens zeer reëel, een der myriaden menselijke tragedies en haar ontknoping.