hminkema
♫
Naarmate ik - beginner - verder kom op mijn nieuwbakken cello, begin ik meer verstand te krijgen van wat mij bevalt aan het instrument en wat minder bevalt. Eén euvel heb ik zelf al verholpen, namelijk de snaarhoogte bij de topkam. Die was in de fabriek duidelijk te hoog, wellicht met het oog op het feit dat spelers (of reparateurs) daar hun eigen voorkeur in kunnen laten gelden. Ik heb de snaarhoogtes bij de topkam verlaagd van iets meer dan 1 naar ongeveer 0,5 mm. Iets meer voor de C- dan voor de andere snaren vanwege de grotere amplitude. Het levert een duidelijk betere bespeelbaarheid in de eerste positie op, en aangezien de meeste stukken die ik speel zich voor 90% op die eerste positie verlaten, een algemeen plezieriger spel. En geen snaar rammelt tegen de toets, ook niet als ik het volume doe toenemen.
Verhelpen van dit euvel in de ebben topkam was tamelijk eenvoudig: met een paar naaldvijltjes (eerst driehoekig en daarna een 90-gradenhoek van een vierkant vijltje) een dieper geultje gemaakt, en dat daarna afgewerkt met fijn schuurpapier en wat grafiet.
Het volgende probleem bestaat uit twee delen. Ten eerste is de snaarhoogte aan het einde van de toets (nabij de brug) aan de hoge kant, vooral van de C- en G-snaar. Die bedraagt op dit moment:
C-snaar: 8,5 mm
G-snaar: 8,5 mm
D-snaar: 7,5 mm
A-snaar: 5,5 mm
Er zitten vier stevige stalen (Jargar-)snaren op, dus de trekkracht van de vier snaren bij elkaar is aan de hoge kant. Als ik Dominantsnaren op dit instrument zou willen plaatsen, is de snaarhoogte aan het einde van de toets wellicht wat lager, omdat dan de snaren de hals (+ toets) wat minder krom trekken. Dat effect ken ik uit de akoestische gitaarwereld, waar je met zwaardere snaren vanzelf een hogere 'action' (snaarhoogte boven de frets) krijgt, en met lichtere snaren een lagere 'action', zonder dat je de hals hoeft te verstellen.
Het tweede deel van dit probleem is dat ik weinig 'scoop' (holling) op de toets meet. Als ik de snaren indruk bij topkam en brug, meet ik de volgende waarden:
holling halverwege C-snaar: 0,5 mm
holling halverwege G-snaar: 1,5 mm
holling halverwege D-snaar: 1,0 mm
holling halverwege A-snaar: <0,5 mm
Volgens de specificaties van Alan Goldblatt (makkelijk op het web te vinden) zou die holling wel wat hoger mogen zijn, vooral bij de buitenste snaren A en C ("Hollowness (side, A, C): 1,5 1,0, 1,5-2"). Oftewel: mijn toets is op bepaalde punten te vlak.
Beide delen van dit probleem leiden mij tot de conclusie dat ik niet zomaar de brug kan verlagen om de C- en G-snaar op een meer bespeelbare hoogte te krijgen. Dan gaat de snaar immers rammelen of 'kletteren' op de toets, vanwege de geringe holling. Tegelijk bieden kunststof (Dominant) snaren geen oplossing, omdat dan wel de snaarhoogte einde toets iets kan verbeteren, maar ook de holling nóg kleiner wordt.
Wat zouden jullie mij, gezien dit dilemma, adviseren? Het doel is een betere bespeelbaarheid in de hogere posities. En het leukste vind ik om het werk zelf te doen; dus het advies 'breng het instrument naar een goede bouwer' is - hoewel op zichzelf ongetwijfeld reuze verstandig - niet iets waarop ik zit te wachten.
Verhelpen van dit euvel in de ebben topkam was tamelijk eenvoudig: met een paar naaldvijltjes (eerst driehoekig en daarna een 90-gradenhoek van een vierkant vijltje) een dieper geultje gemaakt, en dat daarna afgewerkt met fijn schuurpapier en wat grafiet.
Het volgende probleem bestaat uit twee delen. Ten eerste is de snaarhoogte aan het einde van de toets (nabij de brug) aan de hoge kant, vooral van de C- en G-snaar. Die bedraagt op dit moment:
C-snaar: 8,5 mm
G-snaar: 8,5 mm
D-snaar: 7,5 mm
A-snaar: 5,5 mm
Er zitten vier stevige stalen (Jargar-)snaren op, dus de trekkracht van de vier snaren bij elkaar is aan de hoge kant. Als ik Dominantsnaren op dit instrument zou willen plaatsen, is de snaarhoogte aan het einde van de toets wellicht wat lager, omdat dan de snaren de hals (+ toets) wat minder krom trekken. Dat effect ken ik uit de akoestische gitaarwereld, waar je met zwaardere snaren vanzelf een hogere 'action' (snaarhoogte boven de frets) krijgt, en met lichtere snaren een lagere 'action', zonder dat je de hals hoeft te verstellen.
Het tweede deel van dit probleem is dat ik weinig 'scoop' (holling) op de toets meet. Als ik de snaren indruk bij topkam en brug, meet ik de volgende waarden:
holling halverwege C-snaar: 0,5 mm
holling halverwege G-snaar: 1,5 mm
holling halverwege D-snaar: 1,0 mm
holling halverwege A-snaar: <0,5 mm
Volgens de specificaties van Alan Goldblatt (makkelijk op het web te vinden) zou die holling wel wat hoger mogen zijn, vooral bij de buitenste snaren A en C ("Hollowness (side, A, C): 1,5 1,0, 1,5-2"). Oftewel: mijn toets is op bepaalde punten te vlak.
Beide delen van dit probleem leiden mij tot de conclusie dat ik niet zomaar de brug kan verlagen om de C- en G-snaar op een meer bespeelbare hoogte te krijgen. Dan gaat de snaar immers rammelen of 'kletteren' op de toets, vanwege de geringe holling. Tegelijk bieden kunststof (Dominant) snaren geen oplossing, omdat dan wel de snaarhoogte einde toets iets kan verbeteren, maar ook de holling nóg kleiner wordt.
Wat zouden jullie mij, gezien dit dilemma, adviseren? Het doel is een betere bespeelbaarheid in de hogere posities. En het leukste vind ik om het werk zelf te doen; dus het advies 'breng het instrument naar een goede bouwer' is - hoewel op zichzelf ongetwijfeld reuze verstandig - niet iets waarop ik zit te wachten.