Ik heb kort geleden de gelegenheid gehad om eens een keer een CD die ik al langer in mijn bezit had, te beluisteren. Het gaat om de 24 caprices van Nicolo Paganini. Nu ben ik niet gauw gecharmeerd van deze caprices en dat komt omdat de opnametechniek van veel uitvoeringen te wensen overlaat wegens óf te veel nagalm óf de solist bakt er technisch gezien niet veel van: veel te veel bijgeluiden en gekras. Maar hier was ik even heel erg stil van geworden. Ik hoorde hier echt een stuk muziek! Ik heb het dan over Ylia Kaler:
Diep onder de indruk was ik van de nummers 5 en 19. Fabuleus! Met name no. 19 met een schitterende toon op die allerhoogste posities op de G-snaar! Positiewisselingen van de laagste G tot de hoogste noot op de E: je hoort het niet in No. 5. Dan wordt zo’n compositie ook nog eens een stuk muziek in plaats van een shownummer om te laten zien wat iemand (al) kan spelen.
Dus, mochten er liefhebbers zijn voor deze uitvoering dan kan ik die sterk aanbevelen. Het gaat om een opname uit 1992 onder het Naxos-label No. 8.550717.
In het bijgeleverde hoesje staat van alles over Paganini, maar niets over de viool waar Kaler op speelt, maar via internet kom je er dan achter dat het gaat om de "Sennhauser" Giuseppe Guarnerius del Gesu viool uit 1735.
Diep onder de indruk was ik van de nummers 5 en 19. Fabuleus! Met name no. 19 met een schitterende toon op die allerhoogste posities op de G-snaar! Positiewisselingen van de laagste G tot de hoogste noot op de E: je hoort het niet in No. 5. Dan wordt zo’n compositie ook nog eens een stuk muziek in plaats van een shownummer om te laten zien wat iemand (al) kan spelen.
Dus, mochten er liefhebbers zijn voor deze uitvoering dan kan ik die sterk aanbevelen. Het gaat om een opname uit 1992 onder het Naxos-label No. 8.550717.
In het bijgeleverde hoesje staat van alles over Paganini, maar niets over de viool waar Kaler op speelt, maar via internet kom je er dan achter dat het gaat om de "Sennhauser" Giuseppe Guarnerius del Gesu viool uit 1735.