Als ik deze discussie 8 maanden geleden had gelezen, had ik waarschijnlijk precies hetzelfde gedacht en aangevoeld als Geert. Ik speel piano sinds ik acht was (ik ben er nu 35), en ik speelde de ernstigere stukken van Bach ook pas na verschillende jaren. Eerst de techniek, daarna Bach. Bach is heilig, en van Bach blijf je als "prutser" af. Dat is het dogma waar bijna iedereen mee groot wordt, en dus automatisch overneemt en verkondigt. Wat hierin ook een grote (psychologische) rol speelt, is dat je in zo'n klassieke benadering bloed, zweet en tranen hebt gelaten vooraleer je Bach kan/mag spelen, zodat je vindt dat anderen dat ook maar moeten doen -- iedereen gelijk voor de wet.
Ook vandaag heb ik nog steeds een grenzeloos respect voor Bach en zijn composities, en nog steeds heb ik "drempelvrees" om aan een nieuw stuk van hem te beginnen, uit angst het werk oneer aan te doen. En toch. Acht maanden geleden ben ik begonnen met cello spelen, zonder ervaring met eender welk ander strijkinstrument (ja, ik speel dan ook wel een beetje gitaar naast piano zoals Peter en Geert, maar veel stelt dat bij mij niet voor). Vandaag, minder dan een jaar later, speel ik de preludes van de eerste en de tweede suite, en eerlijk gezegd, nog niet zo heel slecht. Uiteraard nog niet bij benadering zoals Maisky, Rostropovich, Ma enzo, maar toch - zonder pretentieus te willen zijn - beter en meer matuur dan sommige van mijn medestudenten die al vijf jaar of langer cello spelen.
Meer nog, de suites van Bach zijn dé bron voor mijn vooruitgang, dé stimulans om continu te verbeteren en bij te leren. Ik beluister alle mogelijke uitvoeringen die ik ervan kan vinden, ben dagen bezig met theoretische analyses van de suites (harmonisch, structuur, contrapunt, ...), lees boeken over de historische context, ... Volledige onderdompeling dus. En ik speel beide preludes natuurlijk uren aan een stuk. Totdat ik echt vastzit, een technische of muzikale drempel tegenkom waar ik echt niet overheen geraak. Om dat op te lossen componeer ik vervolgens zelf korte stukjes (meestal maar 16 of 32 maten), die specifiek dat probleem benaderen op verschillende manieren. Uiteraard doe ik dit steeds in overleg met mijn cellojuf, een getalenteerde celliste met veel concertervaring die bijzonder ruimdenkend maar tegelijk veeleisend is. Op die manier, en dus geïnspireerd en gestimuleerd door de suites, ontwikkel ik langzaam maar zeker mijn eigen studiemethode, met zelfgeschreven "études".
Deze manier van werken was onmogelijk geweest zonder Bach en de suites - zij vormen werkelijk de drijvende kracht achter deze evolutie. Daarom denk ik nu genuanceerder over "wanneer" je Bach mag en kan spelen. Het gaat immers niet zozeer om "wanneer", denk ik nu, maar om "waarom", "met welk doel".
Toch blijft het respect en de drempelvrees waarover ik sprak bestaan. Ondanks het feit dat ik bijvoorbeeld de noten - puur technisch - van de sarabande van de vijfde suite kan spelen, blijf ik hier nog voor lange tijd zeker van af. Die sarabande is voor mij misschien wel de echte essentie van de suites, en ik vind dat ik als prutser nog niet het recht heb, en nog niet de capaciteiten heb, om dit te spelen. Toch nog een restant van jaren indoctrinatie
Hopelijk kunnen mijn ervaringen anderen helpen om toch ook wat sneller te genieten van de genialiteit van deze componist, een genialiteit die je pas ten volle ervaart wanneer je de muziek zelf speelt. Misschien niet perfect, soms zelfs verre van, maar toch nog altijd beter dan helemaal niet.
Dries