Bij mijn weten is-die er niet....
Ik bedoel eigenlijk dit: waarom klinkt een lied, gezongen door de legendarische DFD, zo subliem?
Ongetwijfeld heeft dat deels te maken met de anatomie van diens larynx, neus-keelholte, mondholte en neusbijholten - zijn 'fysieke instrument'. Maar zéker zo belangrijke is de muzikaliteit en de fenomenale zangtechniek. Timing; toonvorming (met duizend verschillende kleuren); vibrato (idem; enorm verschillend op geleide van het lied); vorming van klinkers én medeklinkers; nauwe relatie met de inhoud van de tekst.
Op een adequate maar zogenaamd 'gemiddelde' cello, die geen top-instrument is waarvoor je een jaarsalaris moet neertellen, is m.i. heel veel te bereiken en is enorm van te genieten met een goede speeltechniek. Muzikaal geluk kun je niet even snel kopen, ook niet met een dikke portemonnee, die moet je bevechten. Toonladders, drieklanken, honderd streekoefeningen, oktaven, ga maar door.
Vervelend, al die oefeningen? Welnee. Het spel schiet vooruit, van week tot week wordt het hoorbaar beter, het enthousiasme groeit bij speler en, niet onbelangrijk, bij kritische familieleden en buren.
Dietrich Fischer-Dieskau stond met lege handen. Maar wát een muziek maakte hij!
Ik bedoel eigenlijk dit: waarom klinkt een lied, gezongen door de legendarische DFD, zo subliem?
Ongetwijfeld heeft dat deels te maken met de anatomie van diens larynx, neus-keelholte, mondholte en neusbijholten - zijn 'fysieke instrument'. Maar zéker zo belangrijke is de muzikaliteit en de fenomenale zangtechniek. Timing; toonvorming (met duizend verschillende kleuren); vibrato (idem; enorm verschillend op geleide van het lied); vorming van klinkers én medeklinkers; nauwe relatie met de inhoud van de tekst.
Op een adequate maar zogenaamd 'gemiddelde' cello, die geen top-instrument is waarvoor je een jaarsalaris moet neertellen, is m.i. heel veel te bereiken en is enorm van te genieten met een goede speeltechniek. Muzikaal geluk kun je niet even snel kopen, ook niet met een dikke portemonnee, die moet je bevechten. Toonladders, drieklanken, honderd streekoefeningen, oktaven, ga maar door.
Vervelend, al die oefeningen? Welnee. Het spel schiet vooruit, van week tot week wordt het hoorbaar beter, het enthousiasme groeit bij speler en, niet onbelangrijk, bij kritische familieleden en buren.
Dietrich Fischer-Dieskau stond met lege handen. Maar wát een muziek maakte hij!