NRC-H had afgelopen weekeinde (weer eens) een bericht dat, althans bij mij, enige scepsis opriep. Het betrof een tachtigjarige esdoorn die onherstelbaar was beschadigd door renovatiewerkzaamheden bij de buren. In Amsterdam, uiteraard. De cello-spelende bewoonster van het pand nam vervolgens contact op met, naar zeggen van de kwaliteitskrant, de violist en vioolbouwer Dick de Graaff met de vraag of hij geïnteresseerd was in (een deel van) het hout. Dat was hij en dus werd bij hem een stuk ter grootte van een meter van de stam bezorgd. Vervelend was alleen dat de hele handel doorweekt was. Onder meer omdat de boom in het verkeerde seizoen was gekapt. En niet bij koud weer en een nieuwe maan, want kennelijk is ook dat een voorwaarde. Mogelijk ook de aanwezigheid van iemand als Merlijn, maar dat vermeldt het verhaal niet.
Maar ieder nadeel hep ook hier zijn voordeel want via een van zijn koorleden komt de Graaff in contact met een meubelmaker. Die beschikt, ik citeer, over een droogcontainer, waarin hout in drie maanden wordt gedroogd bij gefaseerd oplopende temperaturen van 20 tot 65 graden. Na drie maanden is het vochtigheidsgehalte gedaald naar een werkbare 10 tot 15 procent. Dit project resulteerde uiteindelijk in april van dit jaar in de afronding van de bouw van twee violen, een altviool en een cello.
Ik ben nog nooit in het atelier van een vioolbouwer geweest. Niet helemaal waar, maar die paar bezoekjes aan meneer Zoltan Racz in de Muzenstraat in Den Haag ruim 60 jaar geleden tel ik niet mee. Maar ik heb geen idee of iets als een droogcontainer deel uitmaakt van het reguliere instrumentarium van een vioolbouwer. Of dat een dergelijke benadering vaker wordt gehanteerd. Het kennelijk onuitroeibare conservatisme dat de vioolbouw veelal aankleeft doet mij vermoeden van niet.
Een tweede aspect betreft de vraag of de gehanteerde, in mijn lekenogen mogelijk toch wat geforceerd aandoende, methode van drogen van hout ook in de toekomst uitzicht biedt op een bespeelbaar muziekinstrument. Zonder het risico van uitlopen, bedoel ik
Maar ieder nadeel hep ook hier zijn voordeel want via een van zijn koorleden komt de Graaff in contact met een meubelmaker. Die beschikt, ik citeer, over een droogcontainer, waarin hout in drie maanden wordt gedroogd bij gefaseerd oplopende temperaturen van 20 tot 65 graden. Na drie maanden is het vochtigheidsgehalte gedaald naar een werkbare 10 tot 15 procent. Dit project resulteerde uiteindelijk in april van dit jaar in de afronding van de bouw van twee violen, een altviool en een cello.
Ik ben nog nooit in het atelier van een vioolbouwer geweest. Niet helemaal waar, maar die paar bezoekjes aan meneer Zoltan Racz in de Muzenstraat in Den Haag ruim 60 jaar geleden tel ik niet mee. Maar ik heb geen idee of iets als een droogcontainer deel uitmaakt van het reguliere instrumentarium van een vioolbouwer. Of dat een dergelijke benadering vaker wordt gehanteerd. Het kennelijk onuitroeibare conservatisme dat de vioolbouw veelal aankleeft doet mij vermoeden van niet.
Een tweede aspect betreft de vraag of de gehanteerde, in mijn lekenogen mogelijk toch wat geforceerd aandoende, methode van drogen van hout ook in de toekomst uitzicht biedt op een bespeelbaar muziekinstrument. Zonder het risico van uitlopen, bedoel ik
Laatst bewerkt:









