Laat ik dan ook nog een duit je in het zakje doen...
Je kunt prima zuiver spelen op een instrument waarvan de losse snaren onzuiver gestemd zijn. Ik herinner mij een celloles van tig jaar geleden waarbij een snaar plotseling zakte tijdens het spelen van een voordrachtsstukje met pianobegeleiding (Alte Meisterweisen für junge Cellisten). Na afloop zegt mijn leraar "goed opgelost". Ik was me nergens van bewust geweest.
Dit laat zien dat je al luisterend de plaats van je vingers aanpast om zuiver te spelen.
Bij forte ontstaat een hogere snaarspanning, en dus een hogere toon. Dat compenseer je gedachteloos. Uiteraard heeft dit zijn grenzen, zodat goed stemmen wel degelijk noodzakelijk is.
Het stemmen van de losse snaren is uiteraard superbelangrijk inzoverre de voordracht vraagt om het aanstrijken van de losse snaren. En ook om de resonantie te bevorderen van het instrument. Bij samenspel met piano stem ik vaak het interval AD, en DG rein, en GC iets kleiner om de C te matchen met de piano. Wellicht dat je dit anders aanpakt bij samenspel met clavecymbels en orgels in oude stemmingen (Silbermann etc).
Zelfs een langdurige orgelpunt (1 enkele noot over vele maten) ligt niet precies op 1 toonhoogte vast. Kijk maar eens naar BWV 1027, Andante, maat 13-16. De E moet aanvankelijk laag, maar tenslotte erg hoog geïntoneerd worden. Dit komt door de steeds veranderende betekenis van die E in de harmonie. (wel spelen zonder vibrato, anders merk je het niet). Van die nuance kan een klavierspeler slechts dromen.
