Afgezien van de paar jaar in een ver verleden dat ik de beschikking had over een meer ambitieuze, bij Zoltan Raczs aangeschafte, viool speel ik nu al decennia lang op mijn bescheiden Carl Friedrich Hopf (1811 – 1892). Die toeschrijving steunt overigens op de mening van wijlen Willem Bouman.
Het is een aardig instrument om te zien en te horen. Het enige dat zo nu en dan wel eens een probleem was raakt aan het feit dat het klankvolume wat beperkt is. Met als gevolg dat voorgeschreven fortissimo in vioolsonates van bijvoorbeeld Brahms beperkt blijft tot een soort forte 'plus'. Daarbij krijg ik de indruk dat het klankvolume in de loop van de jaren minder is geworden. Al is het goed mogelijk dat mijn gehoor gelijke tred houdt met de rest van mijn fysieke 'decline and fall'.
Ik heb overigens wel meer violen in mijn bezit gehad. Vaak het gevolg van, noem het, impulsaankopen. Die zijn dus, op één na, allemaal weer weg. Die ene die is gebleven heb ik altijd beschouwd als een wat sneue viool. Gekocht omdat één van onze dochters zo nodig een viool aan de muur wilde hebben hangen. Maar gelet op de kritiek van vriendjes & vriendinnetjes op deze kennelijk niet zo 'coole' cultuuruiting, verdween het instrument na korte tijd van de muur. En 'mocht' ik het ding hebben. Inclusief één darmsnaar en een kam van Stüber, vioolbouwer aan het Noordeinde in Den Haag. Waarmee ik beslist niet gezegd wil hebben dat Johann Stüber iets met die viool van doen heeft gehad. Wat voorts treft is dat het bovenblad kennelijk slachtoffer is geweest van experimenten met lak. Om het begrip 'knoeien' maar eens vriendelijk te duiden. En ja, er zit zelfs een handgeschreven, zij het bijna onleesbaar etiket in. Waaruit je zou kunnen afleiden dat sprake is van een Fagnola. Die bij mijn weten overigens gebruik maakte van gedrukte etiketten. En er als woonplaats echt geen 'Turin' zou hanteren, maar gewoon 'Torino'.
Alweer geruime tijd geleden heb ik deze sneue viool eens meegenomen naar Katharina Meierott. Ik had er namelijk voor het eerst snaren op gezet maar, samenvattend, klonk het ding voor geen meter. Na enig bekijken stelde zij vast dat er ooit een verkeerde stapel was geplaatst en dat het bovenblad deels los zat. Dus zijn die ongemakken maar hersteld. De 'verkeerde' stapel kreeg ik overigens mee: een aan twee kanten recht afgezaagd stapelhoutje dat niet was aangepast aan het verloop van boven- en onderblad.
De vraag was vervolgens hoe klinkt het instrument? Want after all is sprake van een -neem ik aan- atelierviool. Of erger. Deze vooringenomenheid in aanmerking nemend viel het resultaat reuze mee. Het is qua klank beslist geen Marktplaatschineesje. Het is wel te merken dat het instrument vele jaren niet meer is bespeeld dus daar moeten de komende tijd flink wat toonladders en Rode & Dont op worden losgelaten. Wat mij overigens treft is dat het instrument qua klank prima reageert op een wat steviger aanpak (tot uitdrukking komend in een aanmerkelijk groter geluidsvolume in vergelijking tot mijn Hopf) . Dit in tegenstelling tot 'piano' op de D-snaar, want dat klinkt nog wat aarzelend. Wellicht dat ook een andere snaarkeuze nog zinvol is. Overigens is het niet de bedoeling dat dit instrument mijn Hopf vervangt. Want ik neem aan dat te zijner tijd de Radio 4 aktie voor kinderen een zinvoller bestemming is. Al heb ik geen idee of kinderen zitten te wachten op een 4/4 viool.
Overigens blijf ik met twee vragen achter.
Het is een aardig instrument om te zien en te horen. Het enige dat zo nu en dan wel eens een probleem was raakt aan het feit dat het klankvolume wat beperkt is. Met als gevolg dat voorgeschreven fortissimo in vioolsonates van bijvoorbeeld Brahms beperkt blijft tot een soort forte 'plus'. Daarbij krijg ik de indruk dat het klankvolume in de loop van de jaren minder is geworden. Al is het goed mogelijk dat mijn gehoor gelijke tred houdt met de rest van mijn fysieke 'decline and fall'.
Ik heb overigens wel meer violen in mijn bezit gehad. Vaak het gevolg van, noem het, impulsaankopen. Die zijn dus, op één na, allemaal weer weg. Die ene die is gebleven heb ik altijd beschouwd als een wat sneue viool. Gekocht omdat één van onze dochters zo nodig een viool aan de muur wilde hebben hangen. Maar gelet op de kritiek van vriendjes & vriendinnetjes op deze kennelijk niet zo 'coole' cultuuruiting, verdween het instrument na korte tijd van de muur. En 'mocht' ik het ding hebben. Inclusief één darmsnaar en een kam van Stüber, vioolbouwer aan het Noordeinde in Den Haag. Waarmee ik beslist niet gezegd wil hebben dat Johann Stüber iets met die viool van doen heeft gehad. Wat voorts treft is dat het bovenblad kennelijk slachtoffer is geweest van experimenten met lak. Om het begrip 'knoeien' maar eens vriendelijk te duiden. En ja, er zit zelfs een handgeschreven, zij het bijna onleesbaar etiket in. Waaruit je zou kunnen afleiden dat sprake is van een Fagnola. Die bij mijn weten overigens gebruik maakte van gedrukte etiketten. En er als woonplaats echt geen 'Turin' zou hanteren, maar gewoon 'Torino'.
Alweer geruime tijd geleden heb ik deze sneue viool eens meegenomen naar Katharina Meierott. Ik had er namelijk voor het eerst snaren op gezet maar, samenvattend, klonk het ding voor geen meter. Na enig bekijken stelde zij vast dat er ooit een verkeerde stapel was geplaatst en dat het bovenblad deels los zat. Dus zijn die ongemakken maar hersteld. De 'verkeerde' stapel kreeg ik overigens mee: een aan twee kanten recht afgezaagd stapelhoutje dat niet was aangepast aan het verloop van boven- en onderblad.
De vraag was vervolgens hoe klinkt het instrument? Want after all is sprake van een -neem ik aan- atelierviool. Of erger. Deze vooringenomenheid in aanmerking nemend viel het resultaat reuze mee. Het is qua klank beslist geen Marktplaatschineesje. Het is wel te merken dat het instrument vele jaren niet meer is bespeeld dus daar moeten de komende tijd flink wat toonladders en Rode & Dont op worden losgelaten. Wat mij overigens treft is dat het instrument qua klank prima reageert op een wat steviger aanpak (tot uitdrukking komend in een aanmerkelijk groter geluidsvolume in vergelijking tot mijn Hopf) . Dit in tegenstelling tot 'piano' op de D-snaar, want dat klinkt nog wat aarzelend. Wellicht dat ook een andere snaarkeuze nog zinvol is. Overigens is het niet de bedoeling dat dit instrument mijn Hopf vervangt. Want ik neem aan dat te zijner tijd de Radio 4 aktie voor kinderen een zinvoller bestemming is. Al heb ik geen idee of kinderen zitten te wachten op een 4/4 viool.
Overigens blijf ik met twee vragen achter.
- Ten eerste de bij mij levende indruk dat het klankvolume van mijn Hopf minder is geworden. Los van de mogelijkheid dat mijn oren hier debet aan zijn, weet ik niet of er omstandigheden zijn waardoor een viool in de loop van de tijd minder geluid produceert. Er is in ieder geval geen sprake van scheuren of loszittende bladen. Kan het zijn dat de zangbalk aan vervanging toe is?
- Stel dat de onder 1. gestelde indruk inderdaad op (auto)suggestie berust, wat kan (kunnen) dan in zijn algemeenheid de oorzaak/oorzaken zijn van het verschil in volume tussen twee violen? Volledigheidshalve: beide instrumenten (van ver na de Barok) zijn bespeeld met dezelfde strijkstokken.