Onlangs kwam ik een krantenknipsel tegen die mijn schoonvader in 2008 voor mij had uitgeknipt. Hij had het kennelijk vergeten mij te overhandigen want nu pas kwam ik het tegen bij het leegruimen van zijn woning na zijn overlijden. Het interview betrof vioolbouwer Hans Peeters in Arnhem die ik persoonlijk vele malen heb ontmoet. Ik zal het hele artikel hier niet plaatsen maar een paar opmerkelijke uitspraken van Hans aanhalen:
"Elk muziekinstrument is anders. Tegenwoordig komen violen letterlijk met scheepsladingen tegelijk uit China hierheen. Ze zien er allemaal hetzelfde uit, maar geen twee klinken er hetzelfde. Dat komt omdat geen stuk hout hetzelfde is en dus ook geen enkele viool. Zolang die van hout gemaakt is tenminste. De structuur van het hout in combinatie met de dikte bepaalt de klank."
Neerbuigend over het Chinese massaproduct is de Arnhemse vioolbouwer geenszins: "Het gros van de violen uit dat land is van goede kwaliteit. Sommige worden zelfs zó afgewerkt dat ze antiek lijken. Ik heb er geen moeite mee om mensen die een oude viool willen laten opknappen te adviseren om maar zo'n nieuwe viool te kopen. Waarom zou je bijvoorbeeld 400 euro betalen voor de opknap van een versleten studieviool als je voor dezelfde som geld een gloednieuwe kunt aanschaffen? Ook al vind ik het op zich heel boeiend een instrument weer nieuw leven in te blazen."
Het laat zich aanzien dat Hans Peeters de meeste Chinese instrumenten van een redelijke kwaliteit vindt. Maar daarbij noemt hij ook meteen de prijsindicatie: €400,= (2008). Wat dan precies de identiteit van een “versleten studieviool” is, kan ik uit het artikel niet opmaken, maar het zal gaan om een instrument van dezelfde waarde als een Chinees: €400,=. Ik denk dat je in die categorie inderdaad geen dure reparaties moet laten uitvoeren aan een matig instrument. Op de vraag: wat verslijt er dan aan een studieviool?, zou ik best graag een antwoord willen hebben, want naar mijn mening slijten de snaren en het haar van de strijkstok, verder eigenlijk niets tenzij het ontstaan van ‘gebruikssporen’ onder slijtage valt.
"Elk muziekinstrument is anders. Tegenwoordig komen violen letterlijk met scheepsladingen tegelijk uit China hierheen. Ze zien er allemaal hetzelfde uit, maar geen twee klinken er hetzelfde. Dat komt omdat geen stuk hout hetzelfde is en dus ook geen enkele viool. Zolang die van hout gemaakt is tenminste. De structuur van het hout in combinatie met de dikte bepaalt de klank."
Neerbuigend over het Chinese massaproduct is de Arnhemse vioolbouwer geenszins: "Het gros van de violen uit dat land is van goede kwaliteit. Sommige worden zelfs zó afgewerkt dat ze antiek lijken. Ik heb er geen moeite mee om mensen die een oude viool willen laten opknappen te adviseren om maar zo'n nieuwe viool te kopen. Waarom zou je bijvoorbeeld 400 euro betalen voor de opknap van een versleten studieviool als je voor dezelfde som geld een gloednieuwe kunt aanschaffen? Ook al vind ik het op zich heel boeiend een instrument weer nieuw leven in te blazen."
Het laat zich aanzien dat Hans Peeters de meeste Chinese instrumenten van een redelijke kwaliteit vindt. Maar daarbij noemt hij ook meteen de prijsindicatie: €400,= (2008). Wat dan precies de identiteit van een “versleten studieviool” is, kan ik uit het artikel niet opmaken, maar het zal gaan om een instrument van dezelfde waarde als een Chinees: €400,=. Ik denk dat je in die categorie inderdaad geen dure reparaties moet laten uitvoeren aan een matig instrument. Op de vraag: wat verslijt er dan aan een studieviool?, zou ik best graag een antwoord willen hebben, want naar mijn mening slijten de snaren en het haar van de strijkstok, verder eigenlijk niets tenzij het ontstaan van ‘gebruikssporen’ onder slijtage valt.