Een bijdrage van Mischa Spel in de NRC van 12 dezer bood een (partieel) inzicht in het denken -in musicicalibus uiteraard- van cellist Steven Isserlis. Ofschoon weinig nieuws bevattend behalve de aankondiging van een boek van zijn hand met als onderwerp de cellosuites van Bach, valt toch een tweetal zaken op. Ten eerste dat hij afziet van het in de toekomst uitvoeren van de suites van Bach. Met als simpele verklaring de angst voor geheugenverlies. Overigens handelt genoemd boek blijkens het interview over een verondersteld verband tussen de toonsoorten van de suites en de biografie van Christus. Ach ja.
Vervolgens komt in het interview het boek ‘Bach, the fencing master’ van de hand van Anne(r) Bijlsma binnengevaren. Daarin stelt Bijlsma, evenals Isserlis na uiteraard vele jaren studie, dat de uitvoeringspraktijk van de Bach cellosuites niet klopt. Want er wordt teveel met boogjes gewerkt. Nu komt mij dat bekend voor. Ik verwijs kortheidshalve naar eerdere opmerkingen mijnerzijds aangaande de vioolsonates van Händel. Veel werken uit de Barok zijn in handen van 19e eeuwse ‘bewerkers’ gevallen die aan de slag togen met de inzichten van toen. En aangezien de strijkstokken sinds Tourte in lengte toenamen, werden boogjes toegepast. Overigens gebruikelijk in die tijd. Ik verwijs maar even naar de meer dan vijftig staccatonoten in één streek van Vieuxtemps en Wieniawski. En ik neem ook ongezien aan dat Servais en Popper zich hier ook aan bezondigden. Maar die speelstijl werkt helaas niet met een barokstok want die biedt hiervoor, zowel letterlijk als figuurlijk, geen ruimte. En dus bepleit Bijlsma, hierin overigens tegengesproken door Isserlis, het gebruik van heen-en-weerstrijken, in combinatie met door Bach zelf voorgeschreven boogjes.
Als uitgangspunt leuk geprobeerd, maar ik vraag me af voor welk probleem dit -waar het gaat om de suites van Bach- een oplossing zou zijn. Want het blijft een raadsel of Bach boogjes gebruikte en zo ja, waar. Het probleem is namelijk dat wij deze suites alleen kennen op grond van onderling verschillende manuscripten van de hand van Anna Magdalena Bach, Johann Christoph Westphal en Johann Peter Kellner. Want het manuscript van Johann Sebastian Bach is helaas zoek. En dan is iedere benadering minstens aanvechtbaar of hooguit een compromis. Volledigheidshalve: er zijn ook stemmen die beweren dat de suites gecomponeerd zijn door voornoemde Anna Magdalena Bach. Ach ja, 'the unbearable lightness' van het zoeken naar de graal.
Vervolgens komt in het interview het boek ‘Bach, the fencing master’ van de hand van Anne(r) Bijlsma binnengevaren. Daarin stelt Bijlsma, evenals Isserlis na uiteraard vele jaren studie, dat de uitvoeringspraktijk van de Bach cellosuites niet klopt. Want er wordt teveel met boogjes gewerkt. Nu komt mij dat bekend voor. Ik verwijs kortheidshalve naar eerdere opmerkingen mijnerzijds aangaande de vioolsonates van Händel. Veel werken uit de Barok zijn in handen van 19e eeuwse ‘bewerkers’ gevallen die aan de slag togen met de inzichten van toen. En aangezien de strijkstokken sinds Tourte in lengte toenamen, werden boogjes toegepast. Overigens gebruikelijk in die tijd. Ik verwijs maar even naar de meer dan vijftig staccatonoten in één streek van Vieuxtemps en Wieniawski. En ik neem ook ongezien aan dat Servais en Popper zich hier ook aan bezondigden. Maar die speelstijl werkt helaas niet met een barokstok want die biedt hiervoor, zowel letterlijk als figuurlijk, geen ruimte. En dus bepleit Bijlsma, hierin overigens tegengesproken door Isserlis, het gebruik van heen-en-weerstrijken, in combinatie met door Bach zelf voorgeschreven boogjes.
Als uitgangspunt leuk geprobeerd, maar ik vraag me af voor welk probleem dit -waar het gaat om de suites van Bach- een oplossing zou zijn. Want het blijft een raadsel of Bach boogjes gebruikte en zo ja, waar. Het probleem is namelijk dat wij deze suites alleen kennen op grond van onderling verschillende manuscripten van de hand van Anna Magdalena Bach, Johann Christoph Westphal en Johann Peter Kellner. Want het manuscript van Johann Sebastian Bach is helaas zoek. En dan is iedere benadering minstens aanvechtbaar of hooguit een compromis. Volledigheidshalve: er zijn ook stemmen die beweren dat de suites gecomponeerd zijn door voornoemde Anna Magdalena Bach. Ach ja, 'the unbearable lightness' van het zoeken naar de graal.
Laatst bewerkt: