Bij Baptist in Arnhem kwam ik laatst naast huidenlijm ook beenderlijm en zelfs zenuwlijm (geen idee wat dat is) tegen. Aangezien ik tot nu toe altijd huidenlijm heb gebruikt ben ik eens aan het speuren gegaan om erachter te komen of beenderlijm niet beter zou kunnen zijn. Men zegt dat het sterker is, maar er zijn even zovele tegenstanders die zweren bij de moderne synthetische Titebond (in diverse variaties en toepassingen verkrijgbaar, ook bij Baptist). [ik behoor ook bij de tegenstanders van Titebond, heb het ooit eens gebruikt bij een aantal lijmverbindingen voor een gitaar].
Het blijkt dat de natuurlijmen soortgelijke eigenschappen hebben allen gebaseerd op collageen als klevende bouwsteen en ze lijmen als de beste.
Er zijn een aantal eisen waaraan de lijm zoals die in de instrumentbouw wordt gebruikt moet voldoen. Een belangrijk aspect is dat de lijmverbinding weer ongedaan moet kunnen worden gemaakt voor een eventuele reparatie of uit te voeren correctie. Dat kan niet alleen bij huidenlijm maar ook bij beenderlijm, maar bij een moderne synthetische lijm zoals PVA (polyvinylacetaat) oftewel de ‘witte houtlijm’ uit de gele fles, de cyanoacrylaat lijm (secondenlijm) en bij epoxyhars lijmen, gaat dat niet. Dus die zijn niet geschikt voor de vioolbouw.
In Nederland maken we geen onderscheid tussen synthetische lijm en lijm op natuurlijke basis, dat wil zeggen we noemen ze allemaal: “lijm”. De Engelsen en Amerikanen hebben daar wel verschillende woorden voor: “glue” en “adhesives” om aan te geven dat het gaat om natuurlijke lijmen enerzijds en de synthetische anderzijds.
De lijmverbinding moet ook niet krimpen of uitzetten want anders ontstaan er scheuren. Moet ook niet te snel ‘pakken’, anders valt er niet meer mee te werken. Hij moet lang houdbaar zijn en gegarandeerd sterk blijven tot in lengte van jaren. Moet behoorlijk hard zijn omdat er anders demping ontstaat in de transmissie van de geluidsgolven. Moet ook niet reageren met de lak: op olie- of op alcoholbasis. Zo zijn er nogal wat eisen waaraan deze lijm moet voldoen.
Na deze lange inleiding dan eindelijk mijn vragen:
Waarom dan tòch de voorkeur voor de veel duurdere huidenlijm ipv beenderlijm?
Zijn er onder ons die beenderlijm gebruiken? Bert jij? Voor welk doel?
Het blijkt dat de natuurlijmen soortgelijke eigenschappen hebben allen gebaseerd op collageen als klevende bouwsteen en ze lijmen als de beste.
Er zijn een aantal eisen waaraan de lijm zoals die in de instrumentbouw wordt gebruikt moet voldoen. Een belangrijk aspect is dat de lijmverbinding weer ongedaan moet kunnen worden gemaakt voor een eventuele reparatie of uit te voeren correctie. Dat kan niet alleen bij huidenlijm maar ook bij beenderlijm, maar bij een moderne synthetische lijm zoals PVA (polyvinylacetaat) oftewel de ‘witte houtlijm’ uit de gele fles, de cyanoacrylaat lijm (secondenlijm) en bij epoxyhars lijmen, gaat dat niet. Dus die zijn niet geschikt voor de vioolbouw.
In Nederland maken we geen onderscheid tussen synthetische lijm en lijm op natuurlijke basis, dat wil zeggen we noemen ze allemaal: “lijm”. De Engelsen en Amerikanen hebben daar wel verschillende woorden voor: “glue” en “adhesives” om aan te geven dat het gaat om natuurlijke lijmen enerzijds en de synthetische anderzijds.
De lijmverbinding moet ook niet krimpen of uitzetten want anders ontstaan er scheuren. Moet ook niet te snel ‘pakken’, anders valt er niet meer mee te werken. Hij moet lang houdbaar zijn en gegarandeerd sterk blijven tot in lengte van jaren. Moet behoorlijk hard zijn omdat er anders demping ontstaat in de transmissie van de geluidsgolven. Moet ook niet reageren met de lak: op olie- of op alcoholbasis. Zo zijn er nogal wat eisen waaraan deze lijm moet voldoen.
Na deze lange inleiding dan eindelijk mijn vragen:
Waarom dan tòch de voorkeur voor de veel duurdere huidenlijm ipv beenderlijm?
Zijn er onder ons die beenderlijm gebruiken? Bert jij? Voor welk doel?