Het lastige van straatviolisten is dat de meesten anoniem blijven. Deze Arnoldus van Sommere heeft zich aan de vergetelheid weten te ontrukken door succesvol aandacht te trekken (dienstverband, optreden) bij hooggeplaatsten.
Origineel topic, Tobias!
Ik ga er ééntje toevoegen, ook van straat geplukt:
Deze straatviolist, Jan Wijnoord (1887-1958) heeft Afro-Surinaamse wortels.
Hij stond te spelen van eind jaren 20 tot 1957 met zijn krullende, naar achteren gekamde haardos en keurig in het pak gestoken. Weer of geen weer, hij was te vinden op de brug bij het Centraal Station of bij het Leidsebosje. In 1957 moest hij om gezondheidsredenen stoppen.
Hij groeide op in de Jordaan. Zijn ouders bekommerden zich nauwelijks om hem en sleten hun leven op de groentemarkt voor hun werk of in de kroeg. Jan ging op zijn twaalfde werken in de fabriek, maar moest daarmee stoppen vanwege zijn zwakke gezondheid. Hij meldde zich toen aan bij de marine als muzikant en bracht het tot hoornblazer en tamboer. Na een hoop medische ellende, waardoor hij niet meer in staat was tot hoornblazen, keerde hij terug naar Nederland en na wat zware baantjes hier en daar kwam hij door een longontsteking in een sanatorium en leerde zichzelf viool spelen. Zijn nieuwe carrière als straatmuzikant leverde hem net een bestaansminimum op. Maar ook inzicht in de mensheid. Onder collega-straatmuzikanten stond Wijnoord bekend als ‘de denker’. Hij filosofeerde: “Het zijn de armsten die naar verhouding het meeste geven. Zij weten wat het is om kou en honger te lijden. De mensen met de goede kleren lopen voorbij en hebben altijd haast, maar ach, je kunt het ze eigenlijk niet kwalijk nemen, wat weten zij van armoede?”
Jan Wijnoord heette exact naar een van zijn overgrootvaders.
Deze werd geboren omstreeks 1782 als een mulat uit een relatie van een jonge vrouw uit de familie van een opperhoofd van een stam met Court Lambert de Vries, iemand die de koloniale overheid vertegenwoordigde in Awara aan de bovenloop van de Surinamerivier. Enkele duizenden slaven hadden in de periode van 1650-1863 de plantages ontvlucht en stichtten atuonome samenlevingen in de binnenlanden van Suriname. Na veel jaren van oorlog en spanningen tussen de bosnegersamenlevingen en de koloniale overheid, werd vrede gesloten en leefden aangestelde koloniale vertegenwoordigers samen binnen de gemeenschappen van bosnegers.
Tien jaar na de geboorte van Jan deed zich een crisis voor in de relatie tussen de Saramaccaners en de koloniale overheid, waarbij de familie van Jan de overheid steunde. Uit erkentelijkheid daarvoor werd de jongen in 1792 naar Amsterdam gezonden om hem daar op overheidskosten een ambacht te laten leren of op te leiden voor de zeevaart
Jan werd in Amsterdam in de leer gedaan bij de timmerman van het werfhuis van de Sociëteit van Suriname, toen nog de formele eigenaar van de kolonie, op het Roeterseiland. Luttele jaren later raakten de verbindingen tussen Nederland en Suriname door de internationale oorlogssituatie zo goed als verbroken. Daaraan kwam pas werkelijk een eind na de Slag bij Waterloo in juni 1815. Jan was ondertussen in 1808 in de Amstelkerk gedoopt en noemde zich nu Jan Wijnoord. Het jaar daarop trouwde hij met de zes jaar jongere in Amsterdam geboren Maria van den Hurk. In 1817 hadden zij drie kinderen – een vierde zou spoedig volgen – en woonde het gezin even buiten de stad, aan het Zaagmolen Achterpad tussen de Utrechtse poort en herberg De Berebijt aan de Amstel.
Jan Wijnoord sr. heeft een poging gedaan om terug te verhuizen naar Suriname, maar na wat gedoe van de overheid ("wat moet die man terug in Suriname? hij neemt misschien revolutionaire europese ideeën mee; willen we dat?) heeft hij zijn remigratieplan laten varen.
Hij verhuisde met zijn gezin naar de Amsterdamse binnenstad, waar hij, steeds werkzaam als timmerman, tot aan zijn dood in 1853 woonde – in stegen en sloppen als de Bakkengang aan de Bloemstraat en de Bloempottensteeg aan de Elandstraat. Zo is de familie in Nederland gebleven, levende in armoede.
Wat zou Jan Wijnoord jr. toch voor muziek hebben gespeeld? Het ritmische element van de afro-achtergrond zal vast hebben doorgeklonken.