Oosterhof Vioolbouw schreef op 07/08/2006:
Hopf,
zou iemand met "kappershandjes" niet beter zijn of haar toevlucht kunnen nemen tot de piano of dwarsfluit?
Of nog beter: kapper of kapster worden?
Frits,
Constaterenderwijs: twee wijze opmerkingen! Ten aanzien van de tweede zou ik nog willen toevoegen dat naar mijn mening ook een aantal actieve musici, achteraf, beter voor het vak van kapper/kapster hadden kunnen kiezen. Of welk ander vak dan ook.

))
De aandacht voor 'handen' is kennelijk iets dat met name leeft onder strijkers en pianisten. Voornamelijk in de vorm van misverstanden. Rachmaninoff (zijn eigen -Amerikaanse- spelling) kon moeiteloos zijn eigen hondsmoeilijke derde pianoconcert spelen want hij had inderdaad kolenschoppen. Maar Horowitz, begiftigd met kappershandjes, had er al evenmin moeite mee. Cziffra en Berman, twee uitgesproken 'virtuoze' pianisten, hadden 'gewone' handen. En als het echt moet, laat je maar een vleugel maken met smalle toetsen. Zie het voorbeeld van Josef Hofmann die door door vele, zij het Amerikaanse, muziekliefhebbers nog altijd wordt beschouwd als de grootste pianist van de 20e eeuw.
Een vergelijkbaar fetisjisme dat leeft onder (ook beroeps) strijkers: als ik maar zou beschikken over een beroemde viool en ditto strijkstok, zou 'het allemaal veel beter gaan'. De carrière, neem ik dan aan. Tja. De laatste decennia van zijn leven speelde Oistrach op een, zelfbetaald, instrument van een beroemde bouwer. Een overigens matig instrument, want meer kon Oistrach - die nagenoeg al zijn verdiensten bij Gosconcert moest inleveren- zich niet permitteren. Tot die tijd speelde hij op leeninstrumenten uit de Soviet-collectie. Beroemde namen dat wel, maar niet allemaal even geweldig. Maar drie meter LP's getuigen van een onwaarschijnlijke toonvorming. N'importe waarop hij speelde.
Een piano heb ik in mijn leven alleen gebruikt om de viool op te stemmen, dus laat ik over dat instrument mijn mond houden. Dus gaat de rest alleen over vioolspelen. Aandacht voor handen, vingers en 'betere' instrumenten kunnen niet verhelen dat viooltechniek en toonvorming de vrucht zijn van VROEG BEGONNEN STUDIE. GEDEGEN STUDIE. ERG VEEL UREN PER DAG. En natuurlijk scheelt het als je over (veel) talent blijkt te beschikken. Overigens loopt het met veel supertalenten, te denken valt aan Weisbord, Rabin en Hasid, merkwaardigerwijze slecht af. Maar zelfs getalenteerden ontkomen niet aan erg veel studie. Rusland levert nog altijd zeer gedegen musici af. Bij de gratie van een ijzeren opleidingssysteem. Een aardig voorbeeld in dit verband is de pianist Lazar Berman die tot zijn 25e wel 14 tot 16 uur per dag studeerde. Wellicht tevens de verklaring waarom hij later geen fluit meer uitvoerde (s) Maar die op enig moment gedwongen tot de zoveelste toegift, 'voor de aardigheid' het laatste deel van een pianosonate van Chopin met gekruiste handen speelde. Ongetwijfeld bedoeld 'pour épater les bourgeois'. Maar alleen mogelijk als het fenomeen 'techniek' als probleem niet meer aan de orde is.
Nathan Milstein, verantwoordelijk voor zo ongeveer het moeilijkste dat er ooit voor een viool is geschreven namelijk zijn bewerking van de Mefisto wals van Liszt, kreeg eens de vraag voorgelegd wat naar zijn mening een moeilijk stuk was om te spelen. Zijn klassieke antwoord: 'er bestaan geen moeilijke stukken. Je kunt het spelen of niet'.
Hopf