Die chips bij dieren worden niet alleen gebruikt om ze weer op te kunnen sporen maar ook om de identiteit vast te stellen. Bij huisdieren zal er minder of geen sprake zijn van fraude omdat een dergelijke chip die onderhuids in ingebracht, er dan weer uitgehaald moet worden.
Bij een strijkinstrument waar een chip onder de toets is aangebracht is het vrij simpel die te verwijderen en elders te plaatsen. Het zal duidelijk zijn dat een dergelijke chip eerder ten doel heeft de identiteit vast te leggen of te bevestigen dan een instrument op te sporen, hoewel het wel zou kunnen.
Maurien Bart zei:
Suggesties sleuf:
- Zou het met de spanning van het materiaal kunnen hebben te maken? Er komen misschien toch ook in de toets trek en druk krachten in vrij bij het opspannen.
Nee, ik denk toch niet dat er bij het aanbrengen van de toets sprake is van trek- en drukkrachten, want dan zou die toch na een tijdje een spanningsloze toestand aan gaan nemen, met andere woorden dan zou de toets
ter plaatse van de hals, krom gaan staan en dat is nooit het geval. Het kromtrekken vindt altijd plaats aan het vrije deel. Ik denk dan ook niet dat dergelijke uitsparingen zin hebben voor een betere verlijming in de zin van een dunnere lijmnaad, maar eerder een hulp kunnen zijn bij het weer
verwijderen van de toets.
Maurien Bart zei:
Als je dan middels zulke kieren de lijm wil laten weg knijpen kan je misschien beter gewoon minder lijm gebruiken (op deze manier lijkt mij het een hol bijgeluid geven).
Minder lijm gebruiken kan tot gevolg hebben dat de toets niet goed vast zit. De oorzaak van het glijden is vaak te zoeken in een onjuiste consistentie van de lijm in combinatie met een niet voorverwarmde toets en hals. Dan kan de hete lijm wel worden opgebracht, maar die koelt dan al heel snel af waardoor de lijm gaat geleren (het vormen van een gel) en het probleem is daar. Ebben heeft een niet al te viskeuze lijm nodig voor een goede verlijming. Dat heeft meteen als voordeel dat de lijmnaad dun wordt en dat is hetgeen we willen: een nagenoeg onzichtbare naad!
Dat dergelijke uitsparingen een ‘hol geluid’ zouden geven lijkt me onmogelijk: het hele gebied wordt omsloten door een luchtdichte lijmlaag. Bovendien zit daar ook niet de bron van de trillingen.
Maurien Bart zei:
2 verschillende materialen = 2 verschillende uitzettingscoëfficiënten t.g.v. warmte/ vocht kan worden beperkt met kieren (zie betonnen wegdek of rails).
In de bouw heeft men het dan over dilatatievoegen, maar dan gaat het altijd over hele grote lengtes die het probleem veroorzaken. In de vioolbouw is huidenlijm in staat verschillen in vochtopname afkomstig van de lijm te compenseren, want grote lengtes zijn hier niet aan de orde. Dat is maar goed ook, anders kun je geen ebben (toets), esdoorn (hals, achterblad, krans), Fichte (bovenblad) en dergelijke (eind-en hoekblokjes van lindehout) meer met elkaar verlijmen!
Ten slotte nog even rechtzetten:
Maurien Bart zei:
Zoals Frits al liet zien, kan het beoogde effect met veel minder materiaal verlies (satéprikker`s).
ik gebruik
géén satéprikkers, heb dat ook niet genoemd, maar cocktailprikkers. Dat is een wezenlijk verschil, want satéprikkers zijn bij mijn weten nogal pitrietachtig, poreus en daarom te slap en dat moeten we nu juist niet hebben. Bovendien is het profiel niet gelijkmatig rond. Niet gebruiken dus.
Frits