Rob,
Wanneer je de indruk hebt dat de verlijming van de naad goed is gelukt, is er naar mijn mening geen aanleiding om de naad te voorzien van de bekende kleine ruitvormige ‘voerinkjes’. Voor een goed onderzoek zou ik de naad tegen het licht houden om te zien of die niet te breed is en overal goed aansluit. Bovendien kun je dan ook zien of de gehele naad goed vastzit. Een te brede naad kan weliswaar geheel opgevuld zijn door lijm, maar te veel lijm is niet de bedoeling en getuigd van een minder goede passing. Een felle lamp onder het blad kan ook dienen als controlemiddel.
Er zijn vele reparateurs die niet karig zijn in het aanbrengen van de versterkingen (‘voerinkjes’), ook wanneer die niet absoluut nodig zijn.
Er zijn ook bouwers die in hun nieuwe instrumenten al op de centrale naad vooral in de bodem uit voorzorg (?) een serie voerinkjes aanbrengen. Nodig is het niet.
Wanneer is vastgesteld dat zo’n voering absoluut nodig is, dan moet eerst de grootte ervan bepaald worden, want een te kleine versterking doet niets en is alleen maar nadelig voor de klank. Bedenk dat iedere toevoeging van massa van invloed is op de klank. In het geval van de centrale naad zou ik geen versterkingen aanbrengen, tenzij er reden bestaat dat er zwakke plekken zijn in de buurt van de centrale naad.
Voor het geval er zich scheuren op andere plaatsen mochten voordoen, kan men zich bedienen van het bepalen van de zwakke plekken met behulp van de lichtdoorlaatbaarheid, waar dunne plekken meer licht door laten dan dikkere. Op de te dunne plekken zou dan overwogen kunnen worden of er versterkingen moeten worden ingelijmd en van welke grootte die moeten zijn. Bedenk dat elke voering exact moet worden aangepast aan de ronding, zodat die ook past en overal goed aansluit. Anders wordt de voering op het bovenblad geperst en ontstaat er een dwangstand die niet alleen de welving beïnvloedt, maar ook -afhankelijk van het aantal- een permanente stress geeft aan het blad. [Dit geldt in mindere mate voor de bodem, maar er moet wel een goede passing zijn]. Natuurlijk wordt hout van hetzelde materiaal toegepast als waaraan de reparatie wordt uitgevoerd. Wanneer het de centrale naad van een bovenblad betreft, worden de ruitvormige versterkingen aangebracht met de hoekpunten precies gericht op de naad en wel zodanig dat de nerfrichting diagonaal staat op die van het bovenblad. Dus NIET loodrecht op de nerfrichting van het bovenblad! Houd daarom rekening met de wijze van uitsnijden van de ruit.