citaat Remi:
“Nadeel is dat je veel dingen kunt… verdoezelen”.
Ikzelf heb bij alle instrumenten die ik tot nu toe heb gebouwd altijd een binnenmal gebruikt. Ik zou niet weten waarom je bij een buitenmal zoveel dingen kunt verdoezelen, zoals Remi zegt. Een buitenmal heeft namelijk het voordeel dat je helemaal door kunt bouwen met alles erop en eraan inclusief de linings en het verloop in kranshoogte (30–32 mm). Dat kan namelijk bij een binnenmal niet.
Bert zegt, dat hij een 18 mm binnenmal gebruikt van MDF. Ik gebruik zelf altijd wat bredere (dikkere) mallen, voor een 4/4-viool ca. 22 mm dik (uitgaande van de kleinste breedte van de krans 30 mm minus de breedte van de lining aan één kant:7 mm). Bert gaat denk ik uit van linings aan boven en onderkant en komt dan uit op een dunnere mal. Het materiaal dat ik heb gebruikt bestaat uit massief PVC, maar ben later weer over gegaan op gewoon hout (grenen en soms ook wel eiken, omdat je daarmee gemakkelijk kleine correcties kunt aanbrengen aan de vorm).
Met een dikte van 22 mm kan ik in ieder geval aan één zijde de volledige lining opbouwen. Het nadeel van een binnenmal is, dat je niet kunt doorbouwen met aan beide zijden de linings, omdat dan de mal er niet meer uit wil. Mijn mal heeft bewust die dikte (hoogte) van 22 mm om aan één kant de linings te kunnen vastlijmen en voldoende contact te hebben met de zijkanten en daarmee de vorm. Pas daarna wordt de mal verwijderd, of liever: moet de mal verwijderd worden anders krijg je hem er niet meer uit. Voordat de mal wordt verwijderd teken ik de contouren van de krans inclusief binnenmal, af op een ander vlak stuk hout van voldoende grootte om de omtrek te kunnen vastleggen. Op regelmatige afstanden worden dan spijkertjes geplaatst waarvan de koppen zijn verwijderd. Nu wordt de mal verwijderd en de krans met aan een kant de linings worden dan zodanig tussen de spijkertjes gelegd, dat de krans niet meer van vorm kan veranderen. Nu wordt de andere kant van linings voorzien.
citaat Remi:
“Ik weet het niet zeker maar die heel goedkope viooltjes zonder hoekklosjes worden als ik het goed heb ook in externe mallen gemaakt.”
Nou, die goedkope viooltjes die fabrieksmatig worden gebouwd, worden geheel zonder mal in elkaar geflanst (uitzonderingen daar gelaten). Men begint met een onderblad (bodem) en hierop worden de voorgebogen zijkanten vastgelijmd. Meestal met een overmaat snel drogende irreversibele lijm, vooral bij het inlijmen van de halsvoet vindt men vaak grote klodders lijm terug. Dus geen huidenlijm die weer kan worden week gemaakt ten behoeve van een reparatie.
De hoekklossen die via het f-gat gezien kunnen worden, monteert men dan als pseudo klossen door er een schotje triplex in te lijmen. Dit is louter gezichtsbedrog, maar is lekker goedkoop terwijl het toch een volwaardige klos suggereert.