Ik heb, lang geleden, vioolles gehad. Van mijn elfde tot mijn twintigste. Vervolgens bijna veertig jaar niets maar een paar jaar geleden weer begonnen. Met vallen en opstaan, want mijn handen protesteren zo nu en dan. Dus rariteiten als octaven met vingerzetting en soms ook deciemen kan ik me niet meer veroorloven.
Ik had in die tijd les van de heer Broer van Dijk. Halverwege mijn studietijd werd hij op zijn vijfenzestigste gepensioneerd bij het Residentieorkest. Hij was zelf leerling geweest van André Spoor en had later nog cursussen gevolgd bij Carl Flesch. Samenvattend: ik heb lang geleden les gehad van een man die toen al tegen de ouderdom aanleunde. Dat was overigens niet te merken aan zijn techniek want hij toverde moeiteloos de vioolconcerten van van Beethoven, Brahms en Mendelssohn uit zijn Vuillaume. En het Poème van Chausson, om niet te vergeten. Want daar was hij dol op
Ik heb eens getracht op een rij te zetten welke methodes, etudes en ander studiemateriaal ik toen op mijn lessenaar kreeg. Methodes eigenlijk weinig, behoudens drie deeltjes Crickboom en één (of twee?) delen de Bériot. En vervolgens erg veel Sevcik, want dat moest van Carl Flesch. En dan niet alleen het opus één (waarvan ik het vierde deel niet eens dorst open te slaan), maar ook de (voorbereidende) dubbelgreepoefeningen, de streekoefeningen en - vooral- de positiewisselingen. Dan de etudes (vang me niet op de volgorde): Kayser, Dancla, Mazas, Dont (klein), Kreutzer, Fiorillo, Rode, Dont (groot), De Bériot, Vieuxtemps, Gaviniés en Schradieck. ik ben dus ontsnapt aan Dounis of erger :lol:
Wat ik mij in dit verband afvraag is of het bovenstaande lesmateriaal nu hopeloos verouderd is en vervangen door moderner materiaal of dat het deels nog wordt gebruikt. Anders gezegd: welke methodes en/of etudes worden nu nog bij het 'vioolonderricht' gehanteerd?
Hopf
Ik had in die tijd les van de heer Broer van Dijk. Halverwege mijn studietijd werd hij op zijn vijfenzestigste gepensioneerd bij het Residentieorkest. Hij was zelf leerling geweest van André Spoor en had later nog cursussen gevolgd bij Carl Flesch. Samenvattend: ik heb lang geleden les gehad van een man die toen al tegen de ouderdom aanleunde. Dat was overigens niet te merken aan zijn techniek want hij toverde moeiteloos de vioolconcerten van van Beethoven, Brahms en Mendelssohn uit zijn Vuillaume. En het Poème van Chausson, om niet te vergeten. Want daar was hij dol op
Ik heb eens getracht op een rij te zetten welke methodes, etudes en ander studiemateriaal ik toen op mijn lessenaar kreeg. Methodes eigenlijk weinig, behoudens drie deeltjes Crickboom en één (of twee?) delen de Bériot. En vervolgens erg veel Sevcik, want dat moest van Carl Flesch. En dan niet alleen het opus één (waarvan ik het vierde deel niet eens dorst open te slaan), maar ook de (voorbereidende) dubbelgreepoefeningen, de streekoefeningen en - vooral- de positiewisselingen. Dan de etudes (vang me niet op de volgorde): Kayser, Dancla, Mazas, Dont (klein), Kreutzer, Fiorillo, Rode, Dont (groot), De Bériot, Vieuxtemps, Gaviniés en Schradieck. ik ben dus ontsnapt aan Dounis of erger :lol:
Wat ik mij in dit verband afvraag is of het bovenstaande lesmateriaal nu hopeloos verouderd is en vervangen door moderner materiaal of dat het deels nog wordt gebruikt. Anders gezegd: welke methodes en/of etudes worden nu nog bij het 'vioolonderricht' gehanteerd?
Hopf