Ha dag Rolf,
Ook jij dank voor je reactie en link naar je eerste cellosonate!
Intussen heb ik al een stuk gehoord van het 4e deel van je kwartet en dat speelt nu verder.
Inderdaad veel rustiger, meer ruimte voor de melodielijnen van het kwartet. En hier hoor ik al meer variatie wat betreft voorgrond-achtergrond van de partijen.
Maar je voornemens klinken mij eveneens als muziek in de oren.
Je gaat waarschijnlijk ook wel de delen waar we het over "brei" hadden, verder voorzien van aanwijzingen op het gebied van dynamiek.
Het derde deel, dolente, daar heb je ook een hele mooie cellopartij neergezet; het hele deel is goed te volgen, geen brei/mistwolk. Maar op de één of andere manier betrap ik mij erop dat ik zit te wachten op een soort hoogtepunt dat dan niet komt. Waarschijnlijk ben ik een beetje 'geprogrammeerd' in bepaalde verwachtingen...of heb ik iets gemist?
De cellosonate die je laat zien: eigenlijk is het vreselijk moeilijk om jouw muziek gedigitaliseerd goed te kunnen volgen. Je krijgt daar eigenlijk geen mooi beeld van. De pittige pianopartij speelt de digitale cello helemaal weg.
Ik hoop dat het onder betere acoustische omstandigheden wordt uitgevoerd en opgenomen, zodat het veel beter tot zijn recht komt!
Het lijkt mij overigens heel fascinerend om als musici samen met een componist een nieuwe compositie tot leven te brengen. Het procesmatige in de voorbereiding dus. En dus ook voor jou om aan degenen die het gaan spelen zien duidelijk te maken wat je bedoelingen zijn. En hoeveel ruimte wil je de musici geven, dat soort vragen en overwegingen.
De cello is zeker een fantastisch instument: niet voor niets dat ik het heb gekozen en velen met mij (en veel muzikale 'herkansers', die na een ander instrument toch voor deze hebben gekozen, ook ik)
Met vriendelijke groet,
Marcelita
Dankjewel Marcelita voor je reactie en je vasthoudendheid om grip te krijgen op mijn strijkkwartet ;-)
Ik neem je commentaar serieus want waar je twijfels hebt c.q. andere verwachtingen over het verloop van de muziek, had ik ze ook als ik eerlijk ben. Toen het langzame deel klaar was, had ik zelf ook vaag het idee dat een "hoogste top" ontbrak. Het stuk is eigenlijk een soort afgetopte "tafelberg" geworden: er is zeker voldoende intensiteit in het midden van het stuk, maar er ontbreekt inderdaad een climax.
Ergens moet er een moment komen waar het even gewoon niet intensiever kàn, een punt waar de muziek ineens overkookt, zoals iemand die plotseling door verdriet wordt overmand, een verpletterend besef dat je ineens kan raken. Het elegisch karakter van dit kwartetdeel vráágt dit, zoals jij ook aanvoelde als ik je goed heb begrepen. Je "programmering" is gewoon een goed esthetisch oordeel, voor een duidelijk romantisch stuk.
Want natuurlijk is deze "programmering" pas in de Romantiek ontstaan. In de Barok tref je zulke heftigheid nog niet aan en blijven scherpe contrasten binnen een deel ook achterwege. Zo kan een heel stuk lang een soort "tristesse douce" klinken, zonder ontwikkeling. Je verwacht die niet en je weet het ook: deze muziek voert niet naar een woeste bergtop. We blijven in het heuvelland, waar wel plaats is voor de melancholie van vergeelde bladeren op het bospad. Ik ervaar dit geregeld zo bij Bach, en het blijft prachtige muziek, zo'n langzaam deel van deze Meester, vooral met viool...
Maar inmiddels luisteren wij met andere oren naar muziek met een duidelijk romantische stijl, zoals dit kwartetdeel, dat ook "elegie" had kunnen heten. Wat is a.h.w. een compositorische "must do" bij een elegie, waaraan ik waarschijnlijk onvoldoende gehoor heb gegeven? Volgens mij ofwel:
-een middendeel dat a.h.w een droom van voorbijgegaan geluk uitdrukt (b.v. zoals in de Marcia Funèbre van Chopin's pianosonate in bes kl.t. )
-afsluiting van het van het middendeel door een luide, emotionele climax (zoals bv. aan het eind van de cadenza van het Adagio uit het gitaarconcert van Rodrigo (het Concierto de Aranjuez))
-een extreem geïntensiveerde reprise van het droefgeestige beginthema.
Beter nog: een combinatie van deze kenmerken. De Elégie voor cello en piano van Fauré gebruikt zelfs meesterlijk alle drie procédés, en mag daarom alleen al tot een topwerk uit de romantiek worden gerekend. Kon ik zo'n vormperfectie ooit eens evenaren, één keer op de Parnassus staan! Ik blijf ernaar streven ;-) Toch ben ik niet ontevreden over het kwartet. Het is best een verdienstelijk kwartet, maar "room for improvement" is er nog volop.
Voor 2015 heb ik mij voorgenomen nog beter naar de totale spanningsboog van een stuk te kijken, en op zeker moment een echte steile "bergtop" te vormen. Doordat mijn thema's vaak combineerbaar zijn, in canon kunnen e.d. -dit automatische creatieve "talent" is kan ook een nadeel zijn - is mijn persoonlijke risico, dat ik veel van deze mogelijkheden dan ook (te vroeg) al wil gebruiken. Maar dat gaat dan ten koste van de vorm. Vaak is er in de expositie al sprake van themacombi's, canon e.d. Dat geeft de indruk die jij terecht de "brei" noemt, en die slechts kosmetisch met meer dynamiek-aanwijzingen kan worden ondervangen.
Ik moet meer kiezen hierin en een paar overtuigende kontrapunttrucs bewaren als verrassing in de doorwerking. Inmiddels heeft de luisteraar de thema's dan eerst in een minder complexe omgeving gehoord en kent ze beter. De doorwerking, waar een zekere mate van desorientatie c.q. "brei" zelfs gewenst is, wordt hierdoor ook beter te vatten, en tegelijk kan de muziek nu ook prachtig contrast vertonen met de beginfase. Hierdoor wordt de ervaring sterker dan met de afgeknotte, trapeziumvormige spanningsboog. Langs duizelingwekkende afgronden lopen is immers emotioneler dan lang op een hoogvlakte vertoeven, zelfs als deze veel hoger gelegen is. Je ervaart haast niet dat je in de bergen bent.
Zo zie je maar weer Marcelita, dat jouw reactie op het Forum beslist van nut is! Je zet mij aan het denken over mijn eigen muziek, doordat je zulke rake dingen zegt. Ineens deel ik weer het perspectief van de luisteraar. Ik vind de aanvang van het kwartet zelf geen "brei" doordat ik elk thema, motief zo terdege ken. Maar een componist doet er goed aan zich te realiseren, hoe een onvoorbereide toehoorder dit allemaal ervaart. Ik zou nooit mijn muziek aanpassen om aan cliché verwachtingen te voldoen, maar ik geloof wel in algemeen toepasbare esthetische wetten, zoals de luisteraar even tijd gunnen om thema's te leren kennen, dat een goede doorwerking contrast en climax behoeft t.o.v. een expositie etc. etc. Je moet toch iets overbrengen bij een ander, een schrijver of een componist moeten zich die ander blijven voorstellen, zonder hun eigen taal weer aan te passen aan een clichématige, oppervlakkige smaak.
Hopelijk kun je mijn gedachtegang volgen, en luister je t.z.t. met extra plezier naar mijn nog te schrijven derde kwartet, waaraan je jouw positieve bijdrage in de wording ervan al hebt geleverd
Muzikale groeten!
Rolf