@Hopf, er komt nog bij dat degenen die veel later beginnen dan ook zó gemotiveerd en wilskrachtig zijn, dat ook dat ongewenste spierspanning kan veroorzaken. Dat heb je niet zo gauw bij kinderen, daar is het nog speelsigheid of gewoon aanpassen aan het 'moeten'.
O.a. door wat
@Deanone met ons heeft willen delen (en blijf daar vooral mee doorgaan), zijn mijn ogen wel opengegaan voor de risico's die we als latere beginners lopen.
Marcelita,
Je hebt inderdaad een punt waar het gaat om het gevaar van een al te grote motivatie. Ik zie dat ook wel eens bij lieden die, op latere leeftijd, het fenomeen 'bewegen' heilig hebben verklaard. En vervolgens vaste klant worden bij hun huisarts.
Ik heb hier wel eens eerder een opleidingstraject voor violisten geschetst. En al die angstaanjagende methodes, etudes, toonladders, oefeningen in akkoorden en dubbelgrepen, positiewisselingen, streeksoorten en alle andere mogelijke parafernalia die je daar kennelijk bij nodig hebt. En die heb je inderdaad nodig als je denkt van muziek je beroep te kunnen maken, talent hebt èn het voorrecht van de jeugd bezit. Want je kunt op je vijftigste wel een prachtige racefiets kopen, maar deelname aan de Tour de France zit er echt niet meer in. Althans niet binnen de voor die wedstrijd gestelde termijn
Wat ik bedoel te zeggen is dat het er om gaat te weten wat in redelijkheid je aspiraties en ambities zijn als je op latere leeftijd aan een muziekinstrument begint. De meeste 'grote' werken zijn dan echt niet meer voor je weggelegd. En het is de vraag of dat een probleem is, want iedere beroepsviolist speelt ze beter. Maar als iemand het leuk vindt zijn of haar vrije tijd op latere leeftijd te investeren in de studie van de caprices van Paganini, de concertsuite van Tanejev of de 'école moderne' van Wieniawski, is hij of zij daar uiteraard volkomen vrij in.
Waar het mij om gaat is dat het ook, verschrikkelijk woord, 'leuk' is. In de zin van dat je er ook plezier aan beleeft. En als dat plezier er uit bestaat dat je na elf jaar les eindelijk de 'Melodie in F' van Rubinstein kunt spelen (zij het niet in het arrangement van Leopold Auer

) is dan secundair. En minstens zo belangrijk is dat je, waar mogelijk, samen met anderen muziek maakt. Maar ook dan is de soms uit de hand gelopen ambitie een gevaar. Als ik mijn geheugen raadpleeg: amateurorkesten die menen een symfonie van Sibelius uit te kunnen (moeten) voeren. Of strijkkwartetten: uit eigen waarneming soms ook een ramp. De grens bij strijkkwartetten van van Beethoven ligt bij opus 18. Moeilijk genoeg. Opus 59 is niet meer voor amateurs weggelegd. En dat de altviolist zo nodig het eerste strijkkwartet van Smetana wil spelen is vanuit zijn instrument begrijpelijk (één van de weinige keren in de literatuur dat een altviool namelijk een fatsoenlijke solo heeft), maar hij moet het wel kunnen spelen, natuurlijk. En wat de beide (amateur) violisten van het 'mondharmonicagedeelte' uit het middendeel maken, overschrijdt veelal de grens van onze tonaliteit.
Ik heb heel lang de lat hoog gelegd waar het de uitvoering door amateurs van muziek betreft. Want ik haat middelmatigheid bij anderen. En daar bedoel ik niet mee dat bij amateurs wel eens een noot sneuvelt of dat de één wat eerder klaar is dan de andere. Maar stel je niet bloot aan de vergelijking met topmusici.