Dit soort ontwerpen doet mij denken aan de kam met beweegbare voetjes. Een dergelijke kam zou 'altijd' passen, maar in de praktijk wordt het weinig toegepast. De reden zal zijn dat het niet voldoet:

Je hebt ze ook voor cello en contrabas (hoewel die een iets ander principe hebben).
Als je heel precies bent - en dat ben ik- dan weet je dat een kam in twee richtingen moet worden pas gesneden: de welving in de lengte en de welving overdwars vereist aanpassing van de kamvoetjes. Bij een uitvoering met beweegbare voetjes wordt de passing maar in een richting uitgevoerd: overdwars! Dat is niet genoeg!
Analoog gaat dat dan ook met de 'nieuwe' koolstof stapel: die voetjes
lijken goed aan te sluiten omdat ze op een soort kogel kunnen draaien, maar ook hier heb je te maken met welvingen (krommingen) in minstens twee richtingen. Een passende aansluiting wordt met deze uitvoering nooit bereikt. Ook niet als men de voetjes alvast een bepaalde kromming meegeeft, want de ene kromming is de andere niet!
Een
houten stapel wordt net zo lang bewerkt en pas gesneden totdat die overal op beide bladen perfect aansluit!
Dan hebben we bij de koolstof stapel nog de overbrenging van de trillingen via de schroefdraad. Hoe effectief gaat dat?
De instelling van de spanning zegt ook niets want je voelt die spanning niet wanneer je daar met twee speciale sleutels aan zit te schroeven en let op een cijfertje ergens in de stapel.

Ik zie geen enkel voordeel in vergelijk tot een fijnnervige Fichte stapel. Bij het erin zetten van zo'n exemplaar voel je vanaf het eerste contactmoment hoe het zit met de passing. Dat is er niet met de koolstof stapel.
Ik vrees dat ook deze uitvinding het niet gaat 'maken'. Ik zou er best eens een experiment aan willen wagen maar niet voor €399,=! Laat de uitvinder er maar eens eentje opsturen. Gratis uiteraard. Dan zal ik mijn bevindingen rapporteren (ook gratis!)
Ja, eigenlijk heel simpel en dus goed bedacht. Is fabrieksmatig voor een paar tientjes te produceren en in de markt te zetten. De vraag is alleen of er wel een markt voor is. Het is een beetje hetzelfde verhaal als de Wittner stemsleutels met ingebouwde mechaniekjes. Vioolbouw is nu eenmaal letterlijk nogal behoudend.
De vioolbouw kan dan behoudend zijn, maar dat heeft wel een reden. Wanneer iets niet werkt noch een verbetering oplevert valt men terug op een concept wat zich in de loop van honderden jaren heeft bewezen.