Oosterhof Vioolbouw zei:
Neeltjuh zei:
(.....)Zelf ken Sevcik niet echt, alleen van naam, op dit moment zit ik nog in Wohlfahrt's etudes gedoken, van de 60 etudes gaat de 2e helft ook tot de 3e positie..
Jaaaa, Wolhfarht, die heb ik ook nog gehad. Was ik even kwijt!
Blijkbaar wordt die nog steeds gebruikt?
Gebruikt iemand de Kreutzer-etüden ook? Zijn best leuke oefeningen, althans dat vind ik.
Frits (en anderen),
De notie dat ik rond mijn achtste met vioolles begon, er op mijn 19e - 20e (noodgedwongen) mee ophield en inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd heb bereikt, weerhoudt mij er van wat dan ook te vinden van moderner etudeliteratuur dan ik heb meegemaakt. En toch .................
Terugdenkend aan mijn eigen lijdenstijd op dit punt, herinner ik mij etudes van Dancla, Mazas, Kayser, de 'kleine Dont', de heilige triniteit Kreutzer, Fiorillo en Rode, de 'grote Dont', De Bériot, Vieuxtemps, Gaviniés en Schradieck. Rovelli hoefde niet van mijn leraar want dat kostte je je handen. En naar de 'école moderne' van Wieniawski en de caprices van Paganini heb ik alleen maar (geschrokken) gekeken. En de caprices van Lipinski waren op dat moment, gelukkig maar, nog niet herontdekt. Evenals die van Heinrich Ernst, overigens.
Naar ik altijd heb aangenomen vormen etudes een middel om een bepaalde moeilijkheid op gecomprimeerde wijze aan de orde te stellen en te leren beheersen. Ik weet niet of anno nu de hiervoor genoemde lijst namen nog bij het 'vioolonderricht' wordt gebruikt, want ik lees inmiddels allemaal nieuwe namen. Nu ben ik de laatste die de vooruitgang in de weg wil staan, maar ik vraag me wel af in welk opzicht het nieuwere etudenmateriaal (dat ik niet ken) zich positief onderscheidt van het oudere (waarmee ik ben doodgegooid). Want ik bedoel daarbij het volgende.
Etudes zijn er om op verschillende niveaus een specifieke moeilijkheid te leren beheersen. En of dat nou met behulp van Rodolphe Kreutzer gebeurt of meneer Dezaire doet dan niet ter zake. Wat ik mij alleen afvraag is in welk opzicht nieuwer materiaal zich positief verhoudt tot ouder. Ik geloof onmiddellijk dat nieuwe boeken leuker zijn en wellicht meer op de jeugd van anno nu zijn afgestemd, maar je blijft zitten met het probleem dat de viooltechnische problemen hetzelfde zijn gebleven. En een 'leuker' boek maakt als zodanig het beheersen van een octaventoonladder niet eenvoudiger.
Hopf