Beste Simon,
Zo op ‘papier’ laat zich het euvel eigenlijk niet verhelpen. Want er moet eerst worden vast gesteld waardóór de losse lijmnaad vermoedelijk is ontstaan. Het kan zijn dat de twee helften van de bladen in de loop der tijden in combinatie met de snaardruk zodanig hebben gewerkt, dat de spanning te groot werd en de naad open gaat. Het kan ook zijn dat de lijmnaad op zich goed sluit maar simpelweg los zit: slechte verlijming.
Dat is naar mijn mening ook de reden waarom Bert Boon in feite aangeeft: laat dit doen door een ervaren vioolbouwer/reparateur die weet hoe een viool wordt gebouwd, wat wél of wat niet kan! Wat ik me echter realiseer is, dat er dan geen antwoord gegeven wordt op de vraag hoe men een boven- of achterblad verwijderd. Ik zal een poging doen dit te beschrijven, maar neem geen enkele verantwoordelijkheid op me wanneer bij de uitvoering hiervan het een en ander anders verloopt dan beschreven is of verwacht werd.
Het is niet altijd nodig het achterblad los te halen, maar dat hangt helemaal van de situatie af. Het kan zijn dat door het verplaatsen van de stapel (meer druk op de losse lijmnaad) de lijmnaad een ietsje verder open gaat. Dat stelt de reparateur in staat te zien hoever de lijmnaad los zit. Wanneer die lijmnaad niet over de gehele lengte los zit en er verder geen obstakels in de weg zitten die een smetteloze aaneensluiting in de weg staat, kan het achterblad blijven zitten en opnieuw verlijmd worden.
Daarna is het verstandig -om herhaling te voorkomen- een aantal ‘diamantjes’ aan te brengen over de lijmnaad die los zat. Maar dat kan alleen wanneer er binnenin niet allerlei troep zit die een goede hechting voorkomt. Is dat niet het geval, dan kan met behulp van een staaldraad waar aan het einde een scherpe punt zit, zo’n ‘diamantje’ in het centrum worden aangeprikt, worden voorzien van een druppel lijm (huidenlijm!), met enige snelheid door het f-gat worden gebracht en vervolgens in de juiste positie worden aangebracht. De nerfrichting van die ‘diamantjes (ruitvorm) is haaks op die van de centrale lijn. Afhankelijk van de lengte van de losse lijmnaad worden er een aantal aangebracht, tussenruimte ongeveer 4-5 cm.
Na droging van de lijm zou het instrument weer bespeelbaar moeten zijn. De procedure zoals boven omschreven is een behoorlijke ingreep en vereist veel kennis, kunde en ervaring, anders gaat het niet lukken. Maar goed, dit is een poging te beschrijven hoe zoiets in z’n werk kan gaan.
Het verwijderen van een blad kan het beste gebeuren door een soort dun paletmes tussen de rib en het blad te wurmen. Dat mes moet bot zijn, want het mag geen snijdende werking hebben! Het moet ook niet te dik zijn, omdat anders splijting optreedt op een andere plaats dan de verlijming. Doordat het redelijk dun is, is er ook een zekere flexibiliteit.
Wanneer het instrument niet is gelakt kan met succes met een druppelpipet enkele druppels alcohol op het lemmet worden aangebracht waardoor die de plaats bereiken waar de verlijming zit, als het instrument in de juiste positie is gebracht waardoor de druppels naar omlaag bewegen. (Als het instrument wél is gelakt, is alcohol een lastige weekmaker omdat al gauw het gevaar bestaat dat de lak wordt aangetast. Ik gebruik in dat geval liever heet water als het niet anders kan.) Met steeds wat meer druk uitoefenen gaat de hechting wijken. Wáár begonnen moet worden is afhankelijk van een plaats waar een wat minder goede hechting zit. Die kan meestal wel worden gevonden door de gehele rand te bekloppen. Bij goed luisteren kan een verschil in klank worden waargenomen: klinkt wat holler. Dat zou een goede plaats voor een begin kunnen zijn. Waar absoluut niet begonnen moet worden is de hoekpunten, omdat juist daar de beste hechting zit: het grootste contactoppervlak in vergelijking tot het oppervlak van de lijmrandjes! Dus ook de onder- en bovenklossen hebben veel contactoppervlak en zullen meestal goed vast zitten!
Nogmaals, het is eigenlijk ondoenlijk om ‘even’ te beschrijven hoe een dergelijke reparatie moet worden uitgevoerd. Misschien kan het nu ook zijn, dat er toch besloten wordt naar een vioolbouwer te gaan!
Ik kan me overigens niet vinden in Berts bewering dat een advies altijd moet worden opgevolgd, omdat anders het advies niet gegeven had hoeven worden. Die logica ontgaat me.
Ik hoop dat je er wat aan hebt en misschien wel tot het inzicht komt dat het allemaal wat minder simpel ligt als eerst werd gedacht. Ik ben benieuwd hoe dit afloopt, dus houd ons maar op de hoogte.
Frits