@Henri Vieuxtemps Heb je nog tips uit de Naxos serie. Kwam recent zelf Sarasate/Yang tegen en nu Rode/Eichhorn en dat zijn echt positieve verrassingen voor me. Ik houd me aanbevolen voor tips uit die serie.
Mijn naam is dan weliswaar geen Vieuxtemps, maar ik ben toch maar even langs mijn plank gelopen met het oog op vioolopnamen op het Naxos-label. De meer bekende werken heb ik maar achterwege gelaten.
Josef Achron: Michael Ludwig speelt werken voor viool (en piano). De werken van de violist/componist Achron maakten voor de Tweede wereldoorlog deel uit van het repertoire van de meeste violisten. Nu een beetje vergeten. Maar ronduit aanbevelenswaardig.
En dat geldt ook de uitvoering van het 1e vioolconcert op. 60 door Elmar Oliveira.
Antonio Bazzini: Chloë Hanslip speelt werken voor viool (en piano) waarvan er sommige, zoals de Calabrese, wel aardig zijn. Alleen komt dat La Ronde des Lutins me langzamerhand wel de keel uit.
Ferdinand David: 20 virtuoso studies en 6 caprices (Reto Kuppel). Aardig, vooral als je geïnteresseerd bent in historisch studiemateriaal. Maar zijn vioolconcerten nr. 4 & 5 en het andante en scherzo capriccioso (Hagai Shaham voor het Hyperion label) zijn veel meer de moeite waard.
Edward Elgar: Simone Lamsma speelt de vioolsonate, het chanson de nuit, chanson de matin en het salut d'amour. Ronduit aanbevelenswaardig, al is de concurrentie in de sonate pittig.
Heinrich Ernst: Josef Spacek speelt de Erlkönig transcriptie, de variaties op. 4, de (hels moeilijke) meerstemmige etudes, het carnaval de Venise plus wat klein grut. Ronduit aanbevelenswaardig, al overtreft zelfs Spacek niet de uitvoering van de laatste (meerstemmige) etude door Yulian Sitkovetsky. Maar daar is wat lastig aan te komen.
Van dezelfde componist speelt Ilya Grubert de Othello fantasie, de concerten op. 12 en 23, de Élégie op. 10 en het Rondo Papageno. Wel aardig ofschoon ik van sommige werken betere uitvoeringen ken.
Benjamin Godard: ik geloof al eerder genoemd, maar het betreft een opname van de concerten op. 35 en 131 door Chloë Hanslip. Wel aardig. Als je van Godard houdt.
Johan Halvorsen: Natalia Lomeiko en Yuri Zhislin spelen werken voor viool en altviool. Twee hiervan zijn gebaseerd op werken van Händel. En dan prefereer ik de opnamen van Heifetz/Piatigorski en Perlman/Zukerman. Voorts een concert caprice gebaseerd op Noorse melodieën. Wel aardig.
Antonio Bruni: de hiervoor genoemde uitvoerenden spelen zes concerterende duo's voor viool en altviool. Dit doet mij denken aan die &^&*%* duo's van Pleyel en dus onthoud ik mij van een oordeel.
Karol Lipinski: Chen Xi speelt 3 capriccio's op. 10 en 3 capriccio's op. 27. Niet dan bewondering voor de techniek van Chen Xi, maar het blijft (moeilijk) studiemateriaal. De vier vioolconcerten van Lipinski zijn, in muzikale zin, veel interessanter. Maar dat is op een ander label.
Nikolay Miaskowsky/Mieczyslaw Vainberg: Ilya Grubert speelt de vioolconcerten op. 44 en 67. Ook aanbevelenswaardig. Daarbij zijn er voor deze concerten niet al te veel alternatieve uitvoeringen.
Nordic violin favourites: Henning Kraggerud speelt werken van Olsen, Atterberg, Stenhammar, Bull, Halvorsen, Sibelius en Sinding. Ik kocht deze CD omdat, behoudens de 'humoresques' op. 87 en 89 van Sibelius, de rest mij niets zei. Aardig, onschoon ik soms niet ontkwam aan de gedachte aan 'genremuziek'.
Anton Rubinstein/César Cui: Takako Nishizaki speelt respectievelijk het concert op. 46 en de concertante suite op. 25. Tja, Takako Nishizaki. Beide werken streven niet naar eeuwigheidswaarde, maar wellicht is het aardig ze op deze wijze te leren kennen. Temeer waar ook hier niet al te veel alternatieven zijn.
Joseph Boulogne, Chevalier de Saint-Georges: Takako Nishizaki (alweer) speelt de concerten op. 5 nrs. 1 & 2 en het concert op. 8. Ik heb ze beluisterd, maar ik geloof niet dat deze muziek enige indruk op mij heeft gemaakt. Maar dat hoeft niet te gelden voor anderen.
Léon de Saint-Lubin: Anastasia Khitruk speelt werken voor viool (en piano). Ook deze CD heb ik gekocht omdat ik alleen het solowerk Fantasie op een thema uit Lucia di Lammermoor (het sextet) kende. Wel aardig, ofschoon ook niet voortdurend vrij van het begrip 'genremuziek'.
Camillo Sivori: Fulvio Luciani doet erg zijn best op de 12 etudes-caprices, La Génoise en de Folies espagnoles. Wel aardig.
Louis Spohr: Simone Lamsma speelt de concerten nrs. 6, 8 en 11. Zeer de moeite waard. De uitvoering dan want van Spohr moet je een liefhebber zijn. Maar mocht mevrouw Lamsma nog eens het 9e concert willen opnemen zou ik daar erg blij mee zijn.
Henri Vieuxtemps: de uitvoering van de vioolconcerten door Misha Keylin kan hier onbesproken blijven. Want die is goed. Maar voor het 4e en 5e concert bestaan betere alternatieven. Maar dan ben ik aanbeland op het niveau van Francescatti, Kogan en Heifetz.
Voorts heeft Keylin nog de fantasia appassionata, de ballade en polonaise, de fantaisie caprice en de greeting to America op. 56 opgenomen. Voor wie deze werken nog niet kent, een aanbevelenswaardige CD. En ik zal niet zeuren dat ik Perlman in op. 56 beter vind.
Voorts nog een verrassende ontdekking in de vorm van een deel van de 36 etudes op. 48, de zes stukken voor viool solo op. 55, La Chasse op. 32 nr. 3 en de zes concert-etudes op. 16, gespeeld door Reto Kuppel. Bijzonder de moeite waard.
Ivan Yevstafyevich Khandoshkin: Anastasia Khitruk speelt de drie sonates op. 3 en zes 'Old Russian Songs'. Niet alleen bijzonder interessant maar ook zeer de moeite waard.
Pierre Rode: de vioolconcerten zijn elders al genoemd. Maar daarnaast heeft Axel Strauss de 24 caprices opgenomen. Mocht iemand ze hebben gestudeerd, dan kun je nu horen hoe ze eigenlijk moeten en kunnen klinken

Voorts heeft Nicolas Koeckert nog eens 12 andere Rode etudes opgenomen en, samen met Rudolf Koeckert, een drietal duo's. Verwacht ook hier geen eeuwigheidswaarde, maar het is wel amusante muziek.
Sergey Mikhaylovich Lyapunov: het grootste deel van de CD gaat op aan de eerste symfonie, maar gedurende 22:59 speelt Maxim Fedotov het vioolconcert op. 61. Ronduit interessant en ook hier niet al te veel alternatieven. Als ze die archieven van Melodya nou eens open wilden zetten .............................
Ghys & Servais/Léonard & Servais/Vieuxtemps & Servais: duo's voor cello en viool, veelal gebaseerd op melodieën uit opera's. Als genre dus hopeloos verouderd. Maar knap moeilijk en als zodanig geweldige stukken om te spelen. Muzikaal gesproken niet erg politiek correct, maar ik kan deze CD ronduit aanbevelen.