Maurien Bart zei:
(.....) Misschien dat het komt omdat de hand met meer warm/ zweterig oppervlakte 1 kant van de hals raakt?
De kant van de duim word relatief minder warm en vochtig gedurende het spelen, dus heeft minder last van krimp en uitzetten. Lang geleden is mij ooit verteld dat na het verwarmen het verwarmde voorwerp altijd verder krimpt dan dat het is uitgezet.
Het contact van de hand met de hals beperkt zich tot duim en eerste sectie van het wijsvingergewricht. Dus aan beide zijden evenveel. Waarom een duim minder warm zou worden dan een wijsvinger is mij onduidelijk. Ik denk dan ook niet dat hier de oorzaak gezocht moet worden.
chrish zei:
Ook hele oude violen met een dun sleutelhuis(?) (pegbox) zijn vaak kromgetrokken. Kan iemand hiervoor een verklaring voor geven? Komt dit door de tensie van de snaren of misschien juist omdat 1 snaar een lange tijd aangespannen is en de overige snaren niet? Dus teveel kracht op 1 sleutel.
Een continue spanning op de krul die aan de kant van de E wat groter is dan de rest van de snaren zou moeten zorgen dat de krul steeds naar de E-kant wordt getrokken. Dat zou dan ook zo moeten zijn bij de moderne instrumenten waar de E eveneens de grootste spankracht heeft.
Ik denk eerder dat het scheef staan van de krul bij die instrumenten waarbij de originele hals is vervangen, toe te schrijven is aan de uitgevoerde ingreep: het resultaat is niet geheel correct!
Het ‘craften’ van de hals is een uiterst secuur werkje:
Maurien zei:
Een andere vraag;
Wat nou als de ff-gaten niet precies op de goede plek zitten?
Dan lijkt de hals krom volgens meet methode #6.
Frits, U spreekt over een centrale lijn, maar die is dus eigenlijk erg moeilijk te bepalen.
De centrale lijn is de lijmnaad die de twee delen van het bovenblad met elkaar verbindt. Dat is in feite de lijn waartegen beide helften, de ff-gaten en de hele corpus zijn gespiegeld. Die lijn hoeft dus niet bepaald te worden, die zit er al. Wanneer nu de ff-gaten niet goed zijn gecentreerd kan de hals er evengoed best correct zijn ingelaten. Alleen zal dat direct zichtbaar zijn aan het einde van de toets want die staat dan duidelijk niet goed gericht ten opzichte van de ff-gaten. Als de kampositie goed wordt ingenomen, zodanig dat aan weerszijden van de kamvoeten evenveel ruimte is en er wordt gekeken naar de toets ten opzichte van de kam (zoals op foto 1 in post#6), dan zal de kam verkeerd staan. Er is een zekere marge van –laten we zeggen- 1 mm waarbinnen de kam kan worden verschoven, maar als dat meer is moet er wat worden gedaan aan de hals- of toetsrichting. Is de afwijking heel veel meer dan moet men zich afvragen of hier nog wel wat van te maken valt, want dan is de bouw niet juist.
Een andere mogelijkheid is, dat het gehele instrument wel symmetrisch is, alleen niet ten opzichte van de centrale lijn. In dat geval moet er een nieuwe ‘centrale lijn’ bepaald worden. Op die nieuwe lijn bevindt zich dan het nieuwe vlak van symmetrie. Wanneer dan alles symmetrisch is verdeeld ten opzichte van die
nieuwe centrale lijn, is het enige wat niet klopt de lijmnaad waardoor er
asymmetrie heerst in de verdeling van de nerven en mogelijk ook de dikteverdeling van het blad. Dat zal de bespeelbaarheid niet nadelig beïnvloeden, hooguit de klankkwaliteit.