Johan,
Dank voor je reactie die in ieder geval mij uitnodigt tot het volgende:
“En zelfs mét een steun moet de viool nog steeds met de rand op het sleutelbeen liggen!”
Als dat waar is, zou een schoudersteun niet meer nodig zijn. Het lijkt mij dat het lengteverschil tussen kinstuk-rand viool en afstand sleutelbeen- kaak niet in alle gevallen adequaat is om zonder schoudersteun te kunnen spelen. Omdat de huidige gemiddelde lichaamslengte (en daarmee ook de halslengte van de mens) veel groter is dan die van 300 jaar geleden, kan naar mijn mening niet worden verwezen naar die tijd als het gaat om de halslengte van de mens. We hebben het dan over een toegenomen lichaamslengte van gemiddeld 30 cm, zodat die toename al gauw enkele centimeters bedraagt voor de halslengte. Het gaat er om een juiste aanpassing te hebben voor het verschil in de eerder genoemde afstanden, zodat er geen gedwongen verkrampte standen worden aangeleerd. Een dergelijke verkramping gaat niet alleen gepaard met pijn, maar tevens met een slechter spel omdat de gehele hand steeds probeert het instrument overeind te houden en het hoofd gedurende het spel in een ongewone dwangstand verkeert, met alle gevolgen van dien.
Maar waarom moet er per sé contact zijn met het sleutelbeen ook als er een schoudersteun wordt gebruikt?
“Er zijn veel grote violisten die het gebruik hiervan afraden”.
So what? Zo’n opmerking bewijst helemaal niets. Er zullen evenveel grote violisten zijn die het tegendeel beweren.
“In mijn eigen vioolklas zijn er maar een paar die met steun spelen en daar inderdaad baat bij hebben,…”
Dat lijkt me een logisch gevolg van de voorkeur die de leraar heeft. Want uit alles blijkt dat je geen voorstander bent van een schoudersteun. Dus je leerlingen zo’n ding aanpraten zou onlogisch en een grote uitzondering zijn!
“En dan nóg iets: een viool zonder steun en op het sleutelbeen gehouden klinkt beter”.
Ik heb hier toch ernstige twijfels over, omdat de hele klankkast veel dichter bij het lichaam zit, zo niet veel méér contact daarmee maakt, dan in vergelijking met een schoudersteun met aan beide zijden een pootje. De geluidsstraling wordt gehinderd en eerder geabsorbeerd. Hetzelfde doet zich voor bij een kinstuk over het staartstuk in vergelijking met eentje links naast het staartstuk.