Frits,
Het begrip ‘overbrengen van emotie’ zegt als zodanig niet zo veel. Want het kijken naar een documentaire over Sobibor bewerkstelligt bij mij ook de nodige gevoelens. Zonder dat ik daaraan het predicaat ‘positief’ zou willen toekennen.
Wat ik een probleem vind is dat zowel bij de eerdere appreciatie door Marcelita (krachtig) als van jou (overbrengen van emotie) niet duidelijk wordt waarop die waardering inhoudelijk steunt. Daarbij geef jij aan dat de opname van Du Pré (er zijn er overigens twee, namelijk onder zowel Barbirolli als Barenboim) de enige is die emotie bij jou kan overbrengen. Ik neem dus aan dat je meerdere opnamen kent (met behulp van een fatsoenlijke geluidsinstallatie en niet dat inferieure geluid van YouTube). Maar ik weet niet welke daarvan je in die vergelijking hebt betrokken.
Voor wat betreft het verzamelen van opnamen van celloconcerten heb ik, in tegenstelling tot vioolconcerten, gelukkig het gekmakende streven naar volledigheid veelal kunnen beheersen. Maar van het celloconcert van Elgar heb ik er wel een paar: tweemaal Du Pré, Tortelier, Rostropovich, Schiff, Isserlis, en Lloyd-Webber. Gabetta en Yo-yo Ma zijn een tijd geleden in de vuilnisbak geëindigd. Volledigheidshalve zij opgemerkt dat ik ook over een opname met Beatrice Harrison beschik. Maar die is wel van erreg lang geleden (1927, geloof ik). Overigens hoeft dat kennelijk niet altijd een bezwaar te zijn, want veel liefhebbers van Elgar beschouwen de opname van het vioolconcert door Albert Sammons uit 1929 nog altijd als maatgevend. Onnodig te zeggen dat dit veelal Engelse liefhebbers zijn. Dezelfde liefhebbers vrees ik die de uitvoeringen door Du Pré en Lloyd-Webber van dit celloconcert de hoogste waardering toekennen. Zoals er ook Engelsen zijn die aan Engelse wijn de voorkeur geven boven die foezel afkomstig van het continent.
Ik heb in mijn vorige bijdrage willen aangeven dat ik aan Rostropovich als zowel cellist als musicus de voorkeur geef vergeleken met Du Pré. Wat ik er niet mee heb willen zeggen is dat ik de uitvoering door Rostropovich van dit concert als ‘de beste’ beschouw. Voor de goede orde: ik ga niet over wie of wat de of het beste is. Maar mijn ‘twelve points’ voor de uitvoering van dit celloconcert gaan naar de combinatie Paul Tortelier/London Philharmonic/Sir Adrian Boult. Een opname uit 1973.
De muziek van Elgar is niet vrij van bombastische trekjes. Niet alleen in zijn symfonieën, maar ook in het celloconcert. Evenals in de Pomp en Circumstance Marches’, maar dat is sowieso retteketet muziek. En het is dan ook niet denkbeeldig dat uitvoerenden menen hier nog iets te moeten toevoegen. ‘Emotie’ bijvoorbeeld (sorry, ik kon het even niet laten

). Maar Tortelier en Boult zwommen niet in die fuik. Tortelier was in de eerste plaats een verrassende cellist. Technisch overigens niet voortdurend perfect. Maar verrassend omdat hij zijn benadering als instrumentalist voortdurend wijzigde. En of dat nou uit ongedurigheid was of nieuwsgierigheid dan wel omdat hij ook nog componeerde, doet er niet zoveel toe. Voeg daaraan toe de Franse luciditeit, in dit geval het streven naar helderheid, en er ontstaat een ‘heldere’ Elgar. Ik weet niet of hij ooit het concert van Dvorak heeft opgenomen, ik heb er in ieder geval geen opname van, maar ik ben benieuw hoe dat in zijn uitvoering had geklonken. Anders waarschijnlijk dan je meestal hoort, al speelt daarbij ook de orkestratie van Dvorak nadrukkelijk een rol. Maar we dwalen af.
Adrian Boult was, evenals Thomas Beecham, een dirigent die orkestrale helderheid nastreefde. En hier in deze opname ook weer in slaagt. Daarbij volgt hij de solist naadloos. Resulterend in een perfect muzikaal Frans-Engels huwelijk. Toen kon dat nog, want in 1973 trad het Verenigd Koninkrijk, toen nog 'The sick man of Europe' toe tot de Europese Gemeenschap.