Adolf Friedrich Erdmann von Menzel (1815-1905) 'schilderde' hier Clara Schumann and Joseph Joachim die een concert geven.
krijt, 1854
In zijn tijd was hij een goed bekende en gewaardeerd schilder en maakte ook prenten. Zijn oeuvre bestond vooral uit historische gebeurtenissen, waarin hij zijn trots liet zien op zijn vaderland (Pruisen).
Vanaf ca. 1840 legde hij zich toe op kleinere schilderijen waarin hij zijn onderwerp op een onorthodoxe manier weergaf. Bijvoorbeeld vanaf een andere hoek, wat meer van bovenaf (zoals deze hier) of onder. En hij borduurde verder op het impressionisme.
Leuk allemaal, die schilderkunst; we willen natuurlijk vooral meer weten van die violist! Was er soms iets tussen hem en Clara Schumann?
Joseph Joachim, afgekort JJ, (1831-1907) was als zevende van acht kinderen geboren in Kittsee, in de buurt van Bratislava. Zijn ouders, vader was wolhandelaar, waren van Hongaars-Joodse afkomst. Zijn jeugd bracht hij door in de Joodse gemeenschap in een gebied dat werd bestuurd door de familie Esterházy (waar Joseph Haydn ooit hofkapelmeester was).
In 1833 verhuisde hij naar Pest, waar hij viool studeerde bij Stanisław Serwaczyński, de concertmeester van de opera in Pest. De kleine JJ was twéé jaar!!
Deze leermeester ging later naar Lubiln (Polen) waar hij Wieniawski les gaf. Joachim zelf ging in 1839 naar Wenen om daar zijn vioolstudie te vervolgen aan het Weens conservatorium, waar hij o.a les kreeg van Joseph Böhm. Hij woonde vervolgens bij zijn familie Wittgenstein in Leipzig (hij is dus familie van de filosoof Ludwig Wittgenstein) en werd daar een 'oogappel' van Felix Mendelssohn werd. Onder diens leiding maakte hij ook zijn debuut als violist in het Gewandhaus in Leipzig.
Op 27 mei 1844, JJ was nog geen 13 jaar) deed hij zijn debuut bij het London Philharmonisch Orkest met Mendelssohn als dirigent met het vioolconcert van Beethoven. Dit was heel bijzonder, want eigenlijk wilde dit orkest helemaal niet van die jonge violisten op het podium. Er werd een uitzondering gemaakt, toen bleek bij audities dat deze jongen volgens musici van naam en faam de musicale rijpheid en capaciteiten had. Verderkreeg het vioolconcert van Beethoven in die tijd (half 19e eeuw) nog niet de waardering die het nu heeft. Echter, na het optreden van Joseph met ook nog Joseph's eigen cadenzen hield het applaus haast niet meer op, kwamen in alle bladen juichende commentaren dat deze jongen het flikte van dit concert iets prachtigs te maken. Dat hij de beste violist ooit was, etc.etc.
Wonderkind!
Ik ga nu even iets sneller door de tijd. Na de dood van Mendelssohn gaat JJ naar Weimar om daar onder Franz als Liszt eerste concertmeester te dienen in het orkest. Na even de idealen van de "Nieuwe Duitse school"-stroming te hebben omarmd (idealen die Liszt, Richard Wagner en Hector Berlioz o.a. deelden), zwoer hij die toch weer af.
In 1853 kwam hij de 20-jarige Johannes Brahms tegen, was onder de indruk van hem en beval deze jongeman aan bij Robert en Clara Schumann. Het bezoek van Brahms bij de Schumanns werd een groot succes en na Robert's geestelijke ineenstorting en uiteindelijke dood (1856), JJ, Clara en Brahms bleven levenslang vrienden en deelden met elkaar hun musicale standpunten. JJ brak definitief met Liszt (in 1857) in een brief waarin hij aan zijn vroegere muzikale mentor schreef dat hij diens muziek totaal niet meer zag zitten en dat het strijdig is met alles van wat hij als jong kind tot zich had genomen als "muzikaal voedsel" conform de grote meesters.
JJ stond vele keren op het podium met Clara Schumann en ze maakten diverse tournees naar Dresden, Leipzig, München en naar Londen voor de opening van St. James's Hall. Hij kwam op gegeven moment zo vaak in Londen, voor kamermuziekconcerten, dat het wel leek of hij de eerste violist was daar. Hij trad op met Joseph Ries, 2e violist, J.B. Zerbini, eerste altviolist en Alfredo Piatti, één van de meest gevierde cellisten van die tijd.
George Bernhard Shaw schreef lovend dat deze concerten helpen in Engeland een goede muzikale smaak te verspreiden.
Naast zijn uitgebreide uitvoeringspraktijk componeerde hij diverse werken voor viool en orkest of piano en cadenzen bij concerten van anderen.
In 1863 trouwt JJ met de alt Amalie Schneeweiss (artiestennaam Amalie Weiss, 1839-1899). Amalie offerde haar veelbelovende carriere als operazangeres op en kreeg zes kinderen. Ze trad wel op in oratoria en lied recitals.
JJ verliet zijn dienstperiode bij de vorst van Hanover toen deze een Joodse musicus weigerde vanwege diens Joodse afkomst. JJ ging naar Berlijn om daar het conservatorium te helpen oprichten en werd daar directeur.
Op Goede Vrijdag in 1868 deelden JJ en ziijn vrouw in het grote succes van hun vriend Johannes Brahms: de complete uitvoering van ziijn Duits Requiem in de kathedraal van Bremen. Amelie zong "I Know that My Redeemer Liveth"( ik zoek nog de Duitse benaming en dan vervang ik de Engelse) en JJ speelde Schumanns Abendlied. Het was een fantastisch concert, waarna meer dan 100 vrienden van Brahms, waaronder JJ en zijn vrouw, Clara Schumann, Max Bruch en anderen bijeen kwamen in de Bremer Rathskeller (horecagelegenheid).
In 1869 richtte JJ het Joachim Streich Quartett op, welke snel reputatie kreeg als Europa's beste.
Drama is het echtpaar Joachim niet bespaard gebleven. We schrijven 1884.
Nadat JJ ervan overtuigd was dat Amelie een liefdesaffaire had met uitgever Frits Simrock, kon een scheiding niet uitblijven. Brahms probeerde tevergeefs te bemiddelen. Hij was ervan overtuigd dat JJ's verdenkingen ongegrond waren. Brahms trok partij voor Amelie en de vriendschap tussen JJ en Brahms bekoelde.
Als een poging vrede te sluiten met JJ componeerde Brahms een dubbelconcert in A mineur voor viool en cello (opus 102) en het was toegeschreven aan de eerste uitvoerders JJ en Robert Hausmann.
Op 16 April 1889, in Engeland, JJ kreeg de beschikking over een Stradivarius viool en een Tourte strijkstok, ooit in eigendom geweest van Raphael Georg Kiesewetter.
In het najaar van 1895 waren de vrienden JJ en Brahms aanwezig bij de opening van de nieuwe Tonhalle in Zürich, in Zwitserland. Hier dirigeerde Brahms en JJ was zijn assistent-dirigent. Twee jaar later stierf Brahms op 64-jarige leeftijd in Wenen en moest JJ zijn trouwe vriend missen.
Hier is JJ geschilderd door Joseph Joachim, by Philip Alexius de László, 1903. Zo zag hij eruit toen hij zijn diamanten jubileum van zijn violist zijn (vanaf zijn eerste optreden in Londen) vierde in 1904. Dit schilderij werd hem toen aangeboden. Dit jubileumfeest vond plaats in Berlijn tijdens een groot concert waarin leerlingen van vroeger en nu deelnamen. 116 violisten waaronder altviolisten en 24 cellisten onder de directie van Fritz Steinbach (een man van faam vanwege zijn interpretaties van muziek van Brahms). Het hoogtepunt van het feest was toen JJ zonder enige aarzeling inging op de spontane vraag Beethoven's vioolconcert in D-groot te spelen.
JJ. bleef in Berlijn tot zijn dood in 1907.
JJ en zijn Amelie liggen begraven op het Berlijnse kerkhof Charlotteburg.
Op YT kun je opnames van oude grammafoonplaten van JJ's spel horen. Die ga ik hier niet posten, want de kwaliteit doet geen recht aan deze violist.
Hier een compositie: