Zonder er nou gelijk het falsificationisme van Popper bij te halen, ademt dit verhaal nogal de sfeer van subjectiviteit. Anderzijds vermag ik ook niet een-twee-drie in te zien hoe een beoordeling als deze aan (zelfs minimale) eisen van objectiviteit zou kunnen voldoen. Want:
- Is deze beoordelaar technisch voldoende uitgerust? Er zijn namelijk ook mensen die na drie jaar vioolles hoopvol het tweede vioolconcert van Wieniawski op de lessenaar zetten. Kortom, was het inzetten van meerdere beoordelaars zinvol geweest?
- Ik ga er niet van uit dat de beoordelaar op een Marktplaatsviool speelt. Maar dat onverlet dat de vraag blijft of het gebruikte instrument de klank-technische mogelijkheid biedt verschillen te laten horen? Het inzetten van meerdere violen lijkt overigens weinig zinvol, aangezien snaren van merk A wellicht wel klinken op instrument X, maar niet noodzakelijkerwijze op instrument Y.
- Ook de keuze van het muziekfragment, de eerste acht maten van de chaconne van Bach, roept wat vragen op (nog los van het feit dat, muzikaal gesproken, het begin van maat negen er ook nog bij hoort). Afgezien van de ‘bovenste’ noot van de akkoorden, beperkt de muziek zich in genoemd fragment tot de twee laagste snaren. Bach heeft zich, zoals bijna altijd, ook hier onthouden van een tempoaanduiding. Maar meestal is -traditioneel- sprake van een soort allegro MODERATO. Het is dus de vraag hoe de snaren zich verhouden als er met een noodgang over VIER snaren wordt gespeeld. Bijvoorbeeld in de caprice nr. 5 van Paganini

En waarom niet ook nog enkele stilistisch verschillende fragmenten van andere werken. Van Corelli tot dodecafonie. Plus werken die onontkoombaar een wat gewelddadiger aanpak vragen dan de sonate KV 6 voor piano en viool van Mozart. Te denken is aan het eerste vioolconcert van Shostakovich.
- Een volgend punt, maar daar richtte het onderzoek zich niet op, betreft de vraag of de klank van de beoordeelde snaren, uitgaande van een normale gebruiksduur, min of meer constant blijft.
De beoordelaar heeft zelf de geluid- en beeldopname van deze test verzorgd. Tja. Laat ik me dan maar wagen aan de opvatting dat het geluid van YouTube ronduit abominabel is. Of je er nou (fatsoenlijke) luidsprekers aan waagt of niet. Subtiele klankverschillen en/of nuances sneven dan ook al gelijk. Ik ben een volstrekte leek aangaande iets als beeldopname. Maar mede gelet op mijn leeftijd heb ik vanuit het mono-tijdperk de nodige opnametechnieken voorbij zien komen. Beginnend met de dubbele microfoon van DECCA in verband met stereo, via de 72 microfoons bij orgelopnamen in de Saint-Sulpice tot nu. Geluidsopnamen maken is, naast een kunst, in hoge mate een ambacht. En het vergt jaren om dat onder de knie te krijgen. Om, helaas in het verleden, te eindigen als opnameleider bij DGG/Philips/DECCA of EMI/HMV die niets ontging, want hij (M/V/overige) hoorde alles, geholpen door die, op bestelling gemaakte, peperdure microfoons van Neumann . En ook volstrekt niets gedoogde, beroemde dirigent, zanger(es) of solist ten spijt. Of desnoods zijn eigen buizen apparatuur bouwde, ontevreden met de geleverde ‘professionele’ kwaliteit. Maar samenvattend, zelf doen kan dus kennelijk ook. Maar of je daar nou een beoordeling op kunt baseren .....................................