Fred,
Het kan zijn dat het stuk hout wat je gebruikt voor je bovenblad een vrij hoge dichtheid heeft, waardoor het gewicht ook aan de hoge kant is. Dan hangt het ook nog van de stijfheid af van het stuk hout, of je dunner moet gaan of juist stoppen. Een fijn nervige structuur is stijver dan een stuk hout met de nerven wijd uiteen. Een heldere taptoon van het blad –vermoedelijk de M#5, want die is het gemakkelijkst te vinden- zonder f-gaten, zonder inleg en zonder zangbalk, geeft een indicatie dat je qua dikte redelijk goed zit. De f-gaten hebben vooral invloed op de M#2, die na ze gesneden te hebben weer lager wordt. Ik ga even op zoek naar een artikel (in het Engels) van ene Jansson, om te kijken of ik die digitaal heb, want het is eigenlijk ondoenlijk dat allemaal te gaan uittypen als er een artikel van is.
Ja, gevonden! Zie:
https://strijkersforum.nl/viewtopic.php?id=1075 en dan vooral Chapter 5 en verder.
Ik heb het al eerder vermeld: er zijn fanatieke ‘blad-tuners’, anderen moeten er niets van hebben en vinden het grote onzin. Dat heb je meestal: voor- en tegenstanders. Ik zou je wel aanraden ook het gewicht te registreren in combinatie met de dikte metingen en de erbij behorende frequenties. Ook aantekenen waar je wat materiaal wegneemt, om het effect te leren kennen. Als je een beetje bekend bent met Excel, kun je het een en ander tegen elkaar uitzetten en door extrapolatie zien bij welke dikte je uit zou komen om een bepaalde frequentie voor bijvoorbeeld een M#2 te krijgen. Soms blijkt dat het absoluut niet haalbaar is, omdat het blad dan veel te dun zou worden!! Wel fijn om te weten want dan moet je er niet aan beginnen en je gevoel laten prevaleren.
Als je straks je tweede instrument gaat bouwen weet je een beetje hoe het werkt.
Carleen Hutchins heeft hier in de tachtiger jaren (van de vorige eeuw) veel onderzoek aan gedaan en ook veel gepubliceerd samen met Saunders als ik het goed heb.
Tegenwoordig is
Martin Schleske dé figuur die ‘alles’ weet over tunen van bladen. Zijn website is echter niet meer wat het geweest is, want heel veel artikelen zijn helaas niet meer publiekelijk, echter wél tegen betaling te krijgen.
Voor een viool zouden de taptonen mét zangbalk, mét inleg en mét f-gaten (dus bovenblad waar het hier om gaat) moeten zijn:
Mode #1: 88 - 90 Hz
Mode #2: 165 - 170 Hz
Mode #5: octaaf hoger dan mode #2 (330 – 340 Hz)
Waar je dan tegen aanloopt is: hoe krijg je de M#2 omlaag of hoe de M#5, of alleen de M#5 en niet de M#2? Is moeilijk en wordt ook niet altijd even duidelijk beschreven, ook niet door Jansson. Ik heb er ooit eens veel werk in gestopt en van alles en nog wat gemeten.
Er wordt nog steeds veel onderzoek naar gedaan gezien de vele artikelen die verschijnen over ‘plate tuning’.
Heb je in ieder geval weer 'wat' te lezen!
Frits